Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Laat duizenden lobby’s bloeien
Laat duizenden lobby’s bloeien

Laat duizenden lobby’s bloeien


datum plaatsing

jan-08

medium

Kunstbeeld

auteur

Sandra Jongenelen


De Nederlandse kunstlobby waaiert breed uit en kent een groot aantal spelers.
Welke rol spelen grote belangenorganisaties als Kunsten ’92 en de Cultuurformatie bij het aandacht en geld vragen én krijgen voor kunst en cultuur?

Geen onderwerp zo lastig als het in kaart brengen van de Nederlandse kunstlobby. Dat heeft mede te maken met de sector zelf. Die waaiert breed uit en kent een groot aantal spelers. Er zijn lobbyisten die zich inzetten voor bijvoorbeeld de positie van het Holland Festival of het Concertgebouworkest, terwijl andere clubs zich sterk maken voor meer kunst en cultuur in de regio. Weer anderen roffelen de trom voor bijvoorbeeld het voortbestaan van de KunstKoop, de regeling die het mogelijk maakt rentevrij kunst aan te kopen op afbetaling.1
    En dan is er nog de politiek die zelf voor leuke ideetjes lobbyt. Zo komt het Nationaal Historisch Museum niet voort uit een wens onder musea, maar uit de koker van fractievoorzitter Jan Marijnissen van de SP. Jan Vaessen, directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem, noemde het museum eerder ‘gevaarlijk’, vanwege de vermenging van het begrip identiteit en nationaliteit met geschiedenis. (Laeven 2006)
    Het kan raar lopen, want Vaessen is inmiddels trekker van het Nationaal Historisch Museum. Vorig jaar koos minister Plasterk van Cultuur de Gelderse stad als vestigingslocatie, mede na een succesvolle lobby van Vaessen en burgemeester Pauline Krikke. Daarbij speelde ook de regio-lobby een rol. Het besluit was een poging om het Randstad-centrisme tegen te gaan, vertelt Marianne Versteegh, algemeen secretaris van Kunsten ’92. Deze belangenvereniging voor Kunst, Cultuur en Erfgoed werd in 1992 opgericht uit onvrede met het kabinetsbeleid en komt tegemoet aan een behoefte vanuit de politiek. Politici zitten liever aan tafel met één gesprekspartner dan met vertegenwoordigers van honderden grote en kleinere kunstinstellingen. Graag zien ze een boegbeeld voor cultuur, zoals Erica Terpstra dat is voor de sport. Bij gebrek aan zo iemand stuurde premier Balkenende twee jaar geleden zijn brief voor intellectuelen, schrijvers en kunstenaars daarom maar aan Harry Mulisch. Het epistel maakt samen met 27 andere brieven deel uit van zijn boek Aan de kiezer, dat de CDA-lijsttrekker aan de vooravond van de verkiezingen publiceerde.

Brede belangen
Kunsten ’92 telt ruim vierhonderd leden. Maar of de vereniging als lobbyclub moet worden gezien, valt te betwijfelen. In het geval van het Nationaal Historisch Museum en de concurrentiestrijd tussen Amsterdam, Den Haag en Arnhem om het museum binnen de stadsgrenzen te halen, stond Kunsten ’92 aan de zijlijn. Een keuze voor de één of de ander strookt niet met de brede belangenvertegenwoordiging. Daarmee geeft de organisatie ook zijn signatuur af.
    Versteegh: ‘In eerste instantie zijn wij een belangenvereniging. We willen dat het culturele klimaat floreert en zoeken daarbij naar kansen, terwijl een lobbyorganisatie meer gerichte doelen probeert te bereiken. Wij willen ook doelen bereiken, maar die zijn voor het brede belang.’
    Soms onderschrijft Kunsten ’92 het kabinetsbeleid, maar niet de uitwerking. Denk daarbij aan het voorstel van voormalig staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur over het bereiken van nieuwe publieksgroepen, een streven waar de belangenvereniging zich achter schaarde. Over de invulling verschilde zij van mening, want de bewindsman wilde instellingen die de doelstelling niet zouden halen een strafkorting van drie procent opleggen. Na het nodige lobbywerk werd dat omgezet in een financiële prikkel. Haalde een instelling een cultureel diverser publiek binnen dan kreeg het een bonus van twee procent.
    De breedte van de organisatie maakt dat het belang van het ene lid soms met dat van een ander conflicteert. Dat geldt bijvoorbeeld binnen het muziekstelsel, waar spanning heerst tussen de grote en kleintjes. Kunsten ’92 maakt geen keuze, verduidelijkt Versteegh. ‘Wij kijken naar de samenhang en de bloei van het culturele leven. Ensembles zijn even belangrijk als grote orkesten.’
    Ook kunnen er vermeende conflicterende belangen zijn. ‘Ooit kregen we het verzoek van een lobbyist of we wilden kijken wat het afschaffen van de drankreclame betekende voor de culturele sector. Naar aanleiding daarvan stuurden leden ons boze brieven. Zij vonden dat het neigde naar een lobby voor een commerciële sector. Dat ligt gevoelig.’
    Kunsten ’92 informeert Kamerleden en beantwoordt vragen van politici die soms ook zelf bellen. In een enkel geval leidt dat tot gezamenlijk geformuleerde moties. Politici zijn zeer benaderbaar en weten waar de organisatie voor staat. Een gedragscode bestaat niet, maar de grens is duidelijk. ‘Wij zijn zeer terughoudend in het privé bellen van mensen. Bij de verkoop van de etherfrequenties werden mensen thuis plat gebeld. Dat kan niet. Je moet het zakelijk houden. Wij organiseren openbare debatten en nodigen mensen uit voor informatiebijeenkomsten.’
    Om aankomend bestuurders in de politiek en het bedrijfsleven zo goed mogelijk te informeren, houdt Kunsten ’92 sinds september vorig jaar cultuurcolleges. Tijdens deze bijeenkomsten, bijvoorbeeld bij Het Nationale Ballet, worden de gasten bijgespijkerd en zien ze naderhand een voorstelling. Versteegh ziet het als een investering in de toekomst. ‘Je hoopt dat je daarmee de complexiteit van de sector kunt overbrengen.’

Tegen bezuinigingen
Succes heeft vele vaders, maar wat de belangenvereniging graag op haar conto schrijft, zijn de acties tegen de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Zo werd een bezuiniging op cultuur van 35 miljoen euro in het tweede kabinet Balkenende teruggebracht naar 19 en vervolgens bij de behandeling van de cultuurbegroting en cultuurnota naar 9 miljoen euro.
    Dat de individuele lobby van instellingen toch ook goed werkt, bleek in 1996, toen na een motie van Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) 16 miljoen gulden extra beschikbaar kwam. Dat geld werd letterlijk door de Kamerleden verdeeld en betekende zette de tot dan afgesproken Cultuurnotaprocedure buiten spel. ‘Op dat moment waren we tevreden met de extra miljoenen, maar over de procedure waren we niet te spreken’, blikt Versteegh terug. ‘De Raad voor Cultuur werd gewoon gepasseerd.’
    Het zou niet de laatste keer zijn dat een beslissing buiten de geëigende kaders plaatsvindt. Het besluit over de aankoop van het schilderij Victory Boogie Woogie van Mondriaan werd bijvoorbeeld buiten de Tweede Kamer gehouden. Initiatiefnemers waren minister Zalm van Financiën en premier Kok, die het schilderij van 80 miljoen gulden wisten te financieren uit een donatie van De Nederlandsche Bank. Het betrof een cadeau aan het Nederlandse volk dat de introductie van de euro en het afscheid van de gulden markeerde.
    Net als bij het Nationaal Historisch Museum ging hieraan geen lobby vanuit de kunstwereld vooraf. Het Gemeentemuseum Den Haag, waar het werk nu hangt, voerde geen actie. Alle vingers wezen naar Jan Maarten Boll, onder andere voorzitter van de Vereniging Rembrandt en lid van de Raad van State. Hij stond aan de wieg van het initiatief. In de Volkskrant-top 200 van invloedrijkste Nederlanders bekleedt deze bestuurder de 111ste plaats. (Dekker 2007)
    De lijst wordt aangevoerd door SER-voorzitter Rinnooy Kan, die vier jaar geleden een van de ondertekenaars was van een brief aan premier Balkenende. Onder de kop ‘Is het wijs nu te bezuinigen op cultuur’ vroegen tien prominenten onder wie (ex)politici als Elco Brinkman, Hans Dijkstal, Wim Kok en Hans van Mierlo, de voorgenomen korting van 19 miljoen euro te heroverwegen. (Brinkman 2004) Het is lastig na te gaan wat het effect daarvan was, maar volgens Versteegh leidde het weldegelijk tot een aanpassing van de bezuiniging. De huidige minister van Cultuur, Ronald Plasterk – destijds columnist voor de Volkskrant – vond de brief not done. Hij vond het tegen de tijdgeest indruisen.

Andere invalshoek
Op plek 125 in de top 200 van bestuurlijk Nederland staat Martijn Sanders, voormalig directeur van het Concertgebouw in Amsterdam. Hij is een van de oprichters van Kunsten ’92 en betrokken bij de Cultuurformatie, een samenwerkingsverband dat in 2006 werd opgezet door Kunsten ’92, de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, de Federatie Werkgevers Cultuur en FNV-KIEM.
    De Cultuurformatie zou bepaalde punten krachtiger onder de politieke aandacht weten te brengen, was het idee achter de oprichting die plaatsvond vóór de kabinetsformatie. Toeval of niet, de eerste publieke bijeenkomst werd gehouden op de dag waarop het nieuwe kabinet zijn regeerakkoord presenteerde. Daarin viel te lezen dat de gesubsidieerde kunstinstellingen in het kader van het profijtbeginsel een bezuiniging van 50 miljoen euro kregen opgelegd.
    Interessant is wat er daarna gebeurde. Want in plaats van luid tegen de aangekondigde bezuiniging te protesteren, gooide de Cultuurformatie het over een andere boeg.2 De organisatie zag kansen, gezien de óók aangekondigde 100 miljoen extra voor onder andere wijkintegratie, cultuurparticipatie en de publieke omroep.
    ‘Je invalshoek bepaalt wat je ziet’, verklaart procescoördinator Bert Holvast, de gekozen reactie. ‘De cultuursector is een mix van publieke en zakelijke belangen. Wie zich te veel fixeert op subsidie maakt de sector onnodig klein. We’re not in it for the money, zeggen wij. Het gaat niet alleen om subsidie-euro’s. Er is een nieuwe toon nodig. Achter een vlag van één procent kun je niet denken.’3
    In gesprekken met Plasterk kaartte de Cultuurformatie het g-woord (geld) nauwelijks aan, maar draaide het om de versterking van de maatschappelijke positie van kunst, een positie die de laatste jaren onder druk staat. ‘De creatieve factor zit in het hart van iedere maatschappelijke en economische innovatie, terwijl het vertrouwen in de gesubsidieerde kunstensector afbrokkelt. Ondanks de extra gelden van het kabinet neemt de overheidsfinanciering van de kunsten procentueel af. Elke publieke euro staat ter discussie, maar voor bijvoorbeeld sport en gezondheidszorg is dit veel minder het geval. Blijkbaar is de gesubsidieerde kunstensector onvoldoende maatschappelijk relevant. Dat probleem kan de minister niet voor ons oplossen maar moet de sector zich zelf aantrekken. Mijn drijfveer is vanuit dat gevoel van urgentie samen op te trekken. Het Hoge-Veluwe-syndroom ligt op de loer; tamme kunst in een reservaat met een hek eromheen.’
    Door zaken te doen op basis van de inhoud komt het geld vanzelf, redeneert de Cultuurformatie. In dat licht moet ook de overeenkomst over de brede scholen worden gezien. Namens de Cultuurformatie ondertekenden actrice Anne-Wil Blankers, Erica Terpstra (NOC*NSF) en Onderwijsstaatssecretaris Sharon Dijksma de Landelijke Overeenkomst Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur. Op basis daarvan komt vijf miljoen euro nieuw geld beschikbaar, een bedrag dat verdubbeld moet worden uit de gemeentelijke budgetten.
    Uit het overleg met Plasterk kwam ook de Commissie Profijtbeginsel voort, die verbindingen wil leggen tussen de kunstwereld en maatschappelijke sectoren. De voorgenomen bezuiniging van vijftig miljoen euro profijtbeginsel werd in deze gesprekken omgezet in een bezuiniging van tien miljoen euro en een investering van vijftien miljoen euro. Op 1 februari – na het ter perse gaan van deze Boekman – bracht de commissie onder voorzitterschap van Martijn Sanders haar advies uit.

Fundamentele verschillen
Die betrokkenheid op maatschappelijke deelgebieden verschilt fundamenteel van Kunsten ’92, die de grote lijn van het subsidiedomein in de gaten houdt, evenals het belang van de instellingen. De twee organisaties vullen elkaar aan, vindt Holvast. ‘Bij begrotingsdebatten in de Tweede Kamer houden wij ons afzijdig. Die lobby is aan belangenorganisaties als Kunsten ’92, de vakbeweging of de museumvereniging. Op strategische momenten komt de Cultuurformatie in beweging.’
    Van onderlinge wrijving met Kunsten ’92 is geen sprake, maar Marianne Versteegh, maakt bezwaar tegen de manier waarop door het ministerie wordt gesteld dat de Cultuurformatie dé overlegpartner van het veld is. ‘Dat is niet correct.’
    Haar opmerking leidt tot de vraag wie de Cultuurformatie zoal vertegenwoordigt. Kan de organisatie terugvallen op een sectoromvattend ledental? Het antwoord daarop luidt: neen. De organisatie werkt niet als een vereniging met een bestuur en leden. Dat wordt als te institutioneel en niet-flexibel gezien. In plaats daarvan beschouwt ze zichzelf als netwerk en kenniscircuit. Omdat vergaderen te weinig zou opleveren, halen de vertegenwoordigers hun inspiratie uit persoonlijke gesprekken aan restauranttafels. Dat levert ze financieel niets op. Integendeel. Behalve voor het diner moeten zij voor deelname betalen.
    Het werkbudget van de Cultuurformatie bestaat uit donaties van instellingen en deelnemers, waaronder de Mondriaan Stichting en theatercollectief Dood Paard, maar ook FNV-Kiem, Erfgoed Nederland, jongerentheater020, het VSB Fonds en een verzekeringsmaatschappij betalen mee.
    Voor een buitenstaander mag de structuur vaag zijn, Holvast ziet dat niet als probleem. ‘Wie met macht om gaat is per definitie raadselachtig. Macht is als water; het zit overal in. Je kunt het niet opschrijven.’ Het besloten karakter bestrijdt hij. ‘Wij zijn uitermate open, omdat we wijzer willen worden en zonder actief draagvlak tandeloos zijn. We willen resultaat en maken ons ook zonder spandoeken sterk. Bij Plasterk zitten ook de niet-bobo’s aan tafel, anders gaat alle verrassing uit de lucht. Een staatssecretaris is een hobbyhorse met veel tijd voor de sector. Dat geldt niet voor een minister.’
    Als voorbeeld kijkt hij naar de lobby in de landbouwsector, waar vijf tot tien jaar geleden een overbodig, subsidieslurpend en vies beeld van bestond. De ziektes en ruimacties staan bij iedereen op het netvlies, maar inmiddels krijgt de sector een maatschappelijk vriendelijker profiel. Het is de vraag hoe ze die cultuuromslag voor elkaar hebben gekregen. Daar moeten we het maar eens over hebben.’

Sandra Jongenelen is freelance journalist en schrijft onder meer voor Het Financieele Dagblad, Kunstbeeld en HP/De Tijd

Literatuur
Brinkman et al. (2004) Brief aan minister president van Brinkman, Dijkstal, Groenink, Hessels, Kok, Van Mierlo, Noorda, Rinnooy Kan, De Ruiter, Wijffels (2004). In: de Volkskrant, 16 september.
Dekker, W. en B. van Raaij (2007)  De elite: de Volkskrant Top 200 van belangrijkste Nederlanders. In: de Volkskrant, 20 september.
Laeven, J.(2006) Gemengde gevoelens bij Nationaal Historisch Museum. In: Nieuw Amsterdams Peil, 3 november.

www.kunsten92.nl
www.cultuurformatie.nl
www.cultuurprofijt.nl

Voetnoten
1 Die lobby had succes. In december 2007 besloot de Tweede Kamer de KunstKoop te handhaven.
2 In dat licht moet het Mauritshuis Manifest gezien worden, waarin de Cultuurformatie ‘een inhoudelijk duel met de minister over een brede cultuurpolitieke agenda zocht’.
3 Kunsten ’92 pleit er al jaren voor 1 procent van de rijksbegroting uit te trekken voor de kunst- en cultuursector, een pleidooi dat wordt gesteund door vier politieke partijen: PvdA, D66, SP en GroenLinks.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: