Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De schatten van Saint-Malo
De schatten van Saint-Malo

De schatten van Saint-Malo


datum plaatsing

medium

Nautique

auteur

Haarlem


Corsaire of pirate? De inwoners van Saint-Malo in Frankrijk weten het verschil zelf ook niet. Maar één ding is duidelijk: het toeristische stadje aan de ruige Bretonse kust teert nog altijd op de met grof geweld vergaarde zeeroversschatten uit het verleden.

In het Maison de Corsaire dat uitkijkt op de hoge zuidelijke vestingmuur van St.-Malo steekt de 88-jarige Française, Jacqueline Bersière de sabel van de beroemde zeventiende eeuwse kaperskapitein Robert Surcouf in de lucht. De zeeslagen die Surcouf won, leverden hem de titel Eerste Ereburger van de stad op. ,,Nu weet u hoe het voelt om een echte corsaire te zijn”, zegt de gids. Hij legt uit dat Surcouf een zeeman was die op legale en voor die tijd keurige wijze schepen en kostbare ladingen veroverde uit naam van de koning. Net zoals Francois-Auguste Magon, de oorspronkelijke bewoner van het museum dat deed. De vitrines verderop die zijn volgestouwd met middeleeuws martelwerktuig, roestige kanonkogels en vuurballen doen echter anders vermoeden.

,,Nogal wat van de in het museum verzamelde wapens zijn gebruikt om jullie zeilende Hollandse voorvaderen een kopje kleiner te maken”, zegt de in het Bretonse stadje woonachtige historicus Corinne le Lerre. Tijdens de Napoleontische oorlogen vielen Franse corsaires Engelse en Nederlandse schepen aan die destijds de zeeën beheersten. De bemanning werd gedood of gevangen gezet en het schip gestolen. Veel huizen in en rondom St.-Malo zijn tot op de dag van vandaag voorzien van op deze wijze vergaarde kostbare waren. Zijde, servies en schilderijen uit Oost-Indië, Afrika, de Antillen en Europa bijvoorbeeld. Het merendeel van deze voorwerpen is aangemerkt als monument historique. Het schilderij ‘le grand salon’van Dufour en Leroy bijvoorbeeld. Het hangt nog altijd in la Ville Bague, de villa van handelsreiziger en corsaire Julien Eon net buiten de stad.

,Aux temps anciens, la distinction entre le marchand, le pirate et le guerrier sur mer etait tres faible, très mouvante’, schrijft Jean Merrien in zijn boek ‘Histoire des Corsaires’ (Geschiedenis van de Corsaires). Hij legt uit dat rond de zeventiende eeuw slechts weinig verschil bestond tussen een handelsreiziger, een piraat en een corsaire. Ze vervoerden alle drie kostbare goederen en waren niet vies van een flink potje vechten om hun handelswaar te beschermen tegen vijandelijke aanvallen. Corsaires zouden minder wreed zijn geweest dan piraten die vooral in de zestiende eeuw actief waren in St.-Malo. Volgens Merrien probeerden de meeste corsaires massaal bloedvergieten te voorkomen. Ze gooiden gijzelaars liever voorgoed in de gevangenis dan hen te vermoorden. De door de koning verstrekte ‘lettre de course’ geeft het verschil aan tussen een corsaire en piraat. Alleen in tijden van oorlog konden zeevaarders en kooplieden met deze kapersbrief op legitieme wijze vijandelijke schepen aanvallen.

De inwoners en bezoekers van St.- Malo lijken maar weinig interesse te hebben in het werkelijke verhaal van de kaapvaart. De boutique de cadeaux op rue Dinan heeft een geheel eigen commerciële draai gegeven aan de loop van de geschiedenis. De winkel hangt vol met vlaggen en T-shirts voorzien van de karakteristieke piratenprint van twee gekruiste botten en een doodshoofd. Verkoper Jean de Luc is vooral tevreden over de verkoop van de stalen zwaarden. Ze kosten vijftig euro en de handvaten zijn voorzien van het hoofd van ‘pirate Surcouf ’. Ook de bezoekers van de replica van het kleurrijke schip ‘le Renard’ van Surcouf aan de kade ‘Quai de la Bourse’ genieten van de schatten uit het verleden zonder de waarde te kennen. ,,Zie je die schietgaten. Daarmee schoten die piraten natuurlijk de tegenstanders verrot”, zegt een Nederlander.

Andere toeristen verorberen een zogenaamd piratenmenu van gegrilde vis met patat op een van de diverse terrassen. Veel stadsbezoekers bekijken zeegezichten en karikaturen van piraten in een kunstgalerie of marktkraam op straat. De vestingmuur en nabij geleden brede zandstranden, vroeger het domein van bewakers, worden nu gebruikt voor een wandeling en bijbehorend goed gesprek. Vanuit de haven, waar voorheen de schepen van de corsaires en handelslieden lagen, vertrekken veel bekende zeilwedstrijden. De Tall Ships’ Races waaraan de grootste zeilschepen ter wereld deelnemen bijvoorbeeld of de vierjaarlijkse solo zeilwedstrijd Route du Rhum.

St.- Malo is tegenwoordig een van de populairste toeristensteden van Bretagne. Wekelijks trekt de stad duizenden bezoekers. De ruige oceaan krijgt als vanouds de meeste aandacht. Veel mensen kijken vol respect van de vestingmuur naar beneden om de hoge golven te volgen. Ze klappen met veel lawaai tegen de ommuring. In de zomer liggen zij gewapend met zonnebrandcrème en een getijdenboekje op het strand. Het verschil tussen eb en vloed bedraagt vaak meer dan tien meter. Het is dus geen overdaad om de zee in de gaten te houden. Desondanks rukt de kustwacht om de haverklap uit om afgedreven drenkelingen te redden. Bezoekers van het eilandje Ile du Grand Bé, waarop het grafmonument van Chateaubriand staat, worden ook regelmatig ingesloten door het water. Het eiland kun je alleen lopend bereiken bij eb.

De getijdenwisseling en stroming maakten het er voor Engelse zeelieden niet makkelijker op om de stad te veroveren in de zeventiende eeuw. De strategische ligging van St.-Malo op een schiereiland werkte in hun nadeel. De stad is slechts door een smalle straat ‘le Sillon’verbonden met het vasteland. Toen de Engelsen de haven probeerden in te nemen met een schip vol kruit, bommen en granaten in november 1693 mislukte dat dan ook. Vervolgens ontwierp architect Siméon de Garangeau een nog eens beter verstrekte stad. ,,Er zwierven hier honderden valse pittbulls rond om de stad te beschermen tegen indringers”, vertelt historicus le Terre als ze over de vestingmuur wandelt. In de haven, die diende als basis voor de Oost-Indische Compagnie, vond je de meeste vechthonden. Na het luiden van de avondklok waagde niemand zich meer buiten. Die beesten waren erop getraind om iedereen, Frans of Brits, aan stukken te rijten”.

In de Malouinières, de luxueuze buitenplaatsen van rijke zeelieden net buiten de stad ging het er rustiger aan toe. De regio telt momenteel nog ruim honderd van dit soort huizen. Het merendeel staat open voor publiek. Ze behoorden toe aan kapiteins, scheepseigenaren en handelaren uit St.- Malo. Als zij genoeg hadden van de vieze rumoerige binnenstad waar regelmatig pest heerste, sprongen zij op hun paard met wagen om te ontspannen in hun résidence secondaire. De machtige familie Magon de la Lande bezat bijvoorbeeld kasteel Le Bosq in Saint-Servan, waar de moeder van Chateaubriand woonde. Het Château de Bonaban, elf kilometer ten zuidoosten van Paramé, werd in de achttiende eeuw gebouwd door de reder Le Fer de la Sauldre.

Veel van huizen zijn in handen van de familieleden van welvarende zeevaarders van weleer. Ze leiden bezoekers rond om een zakcentje te verdienen. Volgens het bureau voor toerisme in St.-Malo nemen slechts weinig toeristen de moeite om een bezoek te brengen aan de prachtige kastelen. De gigantische onderhoudskosten hebben madame Picard zelfs de das om gedaan. Op het hek van het Chateau du Bos dat sinds de zeventiende eeuw familiebezit is, hangt een pamflet met de datum van een openbare veiling. Het kasteel le Montmarin, vlakbij Dinard, trekt meer publiek. Aaron Magon bouwde het in 1760. Het dak van le Montmarin trekt de meeste blikken. Het heeft de vorm van een omgekeerde scheepsromp en tuurt uit over de zeil- en motorbootjes in de rivier de la Rance. Naast het kasteel van Magon, aan de oever van de rivier, runde hij een scheepswerf.

Eric Lopez en Marie Chauveau van het landhuis la Ville Bague in Saint-Coulomb hebben meer moeite om hun hoofd boven water te houden. Een deel van de tuin van ruim vier hectare met een zeventiende eeuwse kapel en duiventil is reeds verkocht. Dagelijks leiden zij samen toeristen rond om de kist te laten zien waarin ooit de kapersbrief van de koning werd overhandigd. Guillaume Eon, familie van Chauveau nam deze lang geleden in ontvangst. Het merendeel van het interieur van la Ville Bague staat op de nationale monumentenlijst. Lopez: ,,Een halfjaar geleden is mijn schoonvader overleden. Sindsdien staat het landhuis leeg. Wij wonen hier om de hoek, omdat dit huis ons wat te groot is. Als we een romantische bui hebben, dansen we op zolder tussen de prachtige verzameling nautische schilderijen; net zoals Eon dat vroeger altijd deed”.

De bekendste buitenplaatsen, Malouinières, op een rij
1.) Malouinière de la Chipaudière in Saint-Malo
Tél. 02 99 81 61 41
2.) Malouinière du Puits Sauvage in Saint-Malo
Tél. 02 99 82 22 48
3.) Malouinière du Montmarin in Pleurtuit
Meer info: www.domaine-du-montmarin.com
Tél. 02 99 88 58 79
4.) Maouinière de la Picaudais in Saint-Père
Tél. 02 99 58 81 49
5.) Malouinière de la Ville Bague in Saint-Coulomb
Meer info : www.la-ville-bague.com
Tél. 02 99 89 02 17
Algemene website over Malouinières: www.saint-malo.fr/decouvrir/malouinieres.html

Geschiedenis van Saint-Malo
St.-Malo is niet altijd zo vredig en toeristisch geweest als het er nu uitziet. In de conflicten tussen de koningen van Frankrijk en de hertogen van Bretagne, alsmede in de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk, vochten de inwoners van St.-Malo steeds voor een zo groot mogelijke zelfstandigheid. In het verloop van de oorlogen met de Hugenoten, eisten ze het onbeperkte zelfbestuur voor zich op. Sinds de zestiende eeuw deden de zeelieden van St.-Malo aan zeeroverij en kaapvaart. Die was vooral en met veel succes op Engeland gericht. Robert Surcouf was de kaperkapitein bij uitstek voor St.-Malo en voor de jonge Franse Republiek. Hij werd nooit opgepakt en zijn prijzenschepen brachten hem veel geld op. Hij werd de rijkste burger van St.Malo en omstreken. De inwoners van St.-Malo vertellen tegenwoordig nog steeds dat Surcouf, met zijn geldvermogen, de straatstenen kon bedekken. De zeerovers hebben hun zeevaartkunde echter ook op een andere, nuttige manier aangewend. Door de ontdekking van Canada in 1534 ontstond bijvoorbeeld een bloeiende specerijenhandel met dat land.

In 1661 werd de stad volledig verwoest door een gigantische brand. Om dit in de toekomst te voorkomen werd St.-Malo heropgebouwd in graniet. Na de landing van de geallieerden in Normandië, op 6 juni 1944, werd het oude St.-Malo, de Intra-Muros of Ville Close genoemd, wederom voor meer dan zeventig procent verwoest. Ze werd in de oude oorspronkelijke 18e eeuwse stijl, heropgebouwd. In 1967 ontstond een nieuwe stad, bestaande uit Saint-Malo, Saint-Servan en Paramé.

Varen naar Saint-Malo
De havens van St.-Malo worden altijd druk bezocht. Rondom de oude binnenstad (intra-muros) is ruimte voor zo’n 2000 plezierjachten. Het merendeel van deze schepen legt aan in één van de twee onderstaande havens:

* Port de Plaisance Vauban, Saint-Malo
Meer info: Tel : 0033 2 99 56 51 91
Mail : portplaisancevauban@saint-malo.cci.fr

* Port de Plaisance des Bas-Sablons, Saint-Servan
Meer info: Tel: 0033 2 99 81 71 34
Mail: port.plaisance@ville-saint-malo.fr

De tarieven variëren in het hoogseizoen (juni t/m augustus) van 9 euro per dag voor schepen korter dan zes meter en ruim vijftig euro per dag voor schepen langer dan veertien meter. Port de Plaisance Vauban, de oude stadshaven, is via een dok te bereiken. Het ligt net buiten de intra-muros. Vanuit Port de Plaisance des Bas-Sablons in het pittoreske Saint-Servan is het zo’n twintig minuten lopen naar de binnenstad.

Meer info over varen en Saint-Malo:

http://www.ville-saint-malo.fr/decouvrir/accoster.html

[ < terug ]

aanverwante artikelen: