Het beest van de Bethlehemstraat |
|
datum plaatsing |
25-07-2007 |
medium |
Panorama |
auteur |
Joost van der Wegen |
Richard P. stak in 1993 een jonge vrouw neer, nadat hij haar op gruwelijke wijze had verkracht. Gedragskundigen beschrijven hem als een seksuele sadist. Dertien jaar later ontdekt Panorama dat hij kans maakt om weer op vrije voeten te komen. We bezochten de zitting en keken in de ogen van het beest van de Bethlehemstraat. Richard P. heeft lichte, blauwe ogen. Hij heeft een ongemakkelijke, enigszins spottende blik in zijn ogen. Het is de pijnlijke uitdrukking op het gezicht van een man die zich tegelijk realiseert dat iedereen in de zaal op de hoogte is van zijn verschrikkelijke verleden. Want hoewel Richard P. eruit ziet als een vrij onschuldige, flink uit de kluiten gewassen vrachtwagenchauffeur, heeft hij een beestachtige kant aan zijn persoonlijkheid. Het is de nacht van 18 februari 1993. Een studente in een woning aan de Rotterdamse Betlehemstraat valt flauw bij het aanzien van haar gewonde bovenbuurvrouw. Haar vriend heeft de buurvrouw net van een verdieping hoger naar binnen geloodst. De buurvrouw heeft een blauw oog en een slagaderlijke bloeding, ze verkeert in doodsnood. Een inbreker is haar huis binnengedrongen, heeft haar meerdere keren verkracht en heeft haar met een mes in haar hals gestoken. Ze durfde niet meer door de voordeur naar beneden, maar ze is wel langzaam aan het doodbloeden. Als enige kans om te overleven is ze aan het reddingstouw op het balkon een verdieping afgezakt, aan de ene arm die ze nog kon gebruiken na de aanval. De jonge vrouw heeft de aanval maar ternauwernood overleeft. Als ze weer in staat is met de politie te praten, doet ze verrassend nuchter haar relaas. Ze vertelt dat ze plotseling in haar slaap niet meer goed kon ademen en wakker werd. Tot haar afgrijzen zat er een man aan op haar bed die haar in haar slaap aan het wurgen was. Hij deed dit met heel weinig kracht, en wist blijkbaar precies hoe te handelen. Als de vrouw protesteert, krijgt ze onmiddellijk een vuistslag op haar oog, ze voelt het bloed uit haar neus komen. Dan haalt hij een mes te voorschijn, en onder dreiging daarvan laat hij haar seksuele handelingen verrichten en verkracht hij haar meerdere keren. Daarna moet ze op haar buik gaan liggen, waarna de man haar armen met een witte veter op haar rug vastbindt. Ze moet haar tong een aantal keren van hem uit haar mond laten hangen. Ook moet ze hem een aantal keren het woord ‘stinkhoer’ nazeggen. Tijdens de inbraak is de man onherkenbaar, omdat hij een oranje Ruud Gullit-petje met rastavlechtjes draagt. Het is volgens de vrouw een blanke man, verder weet ze zich niet meer te herinneren hoe hij eruit zag. Op 4 april 1993 houdt de politie in Rotterdam-Zuid een inbreker aan, nadat hij het huis van een politieagente heeft proberen binnen te dringen. Door enkele veters die worden gevonden en een bijl die de inbreker bij zich heeft, net als de uitspraak ‘iedereen loopt met zijn tong uit zijn mond’, dringt bij de politie langzaam door dat het hier wel eens om de verkrachter uit de Betlehemstraat zou kunnen gaan. De politie heeft een meevaller. In het eerste verhoor slaat de man door en bekent hij de verkrachting. Hij geeft ook direct toe dat hij de vrouw met een mes heeft gestoken met de bedoeling haar te doden. Uit onderzoek blijkt dat de man al vaker betrokken is geweest bij verkrachtingen, maar in verhoren daarover altijd zweeg tegenover de politie. Nu slaat hij door. Voordat zijn zaak voorkomt, ‘bekent’ hij de verkrachting en de moord op een vrouw in het Mastbos bij Breda. Hoewel de politie de man nog meeneemt naar het bos in Brabant, is P. niet meer in staat de plek aan te wijzen waar hij de vrouw zou hebben gedood. De politie vermoedt in deze periode dat P. ook wat te maken zou kunnen hebben met een aantal onopgeloste prostitutiemoorden in Rotterdam. Maar ook die aanwijzingen kunnen niet worden hardgemaakt. Tegen de tijd dat hij voor de rechter moet verschijnen, gaan bij Richard P. de kaken ook op elkaar. ‘Jullie zijn allemaal klootzakken’, laat hij de recherche weten, op de dag voor zijn voorgeleiding. De rechtbank veroordeelt P. tot 10 jaar cel en TBS. Dertien jaar later staat het Beest van de Bethlehemstraat weer voor de Rotterdamse rechtbank. Die moet een beslissing gaan maken over de voortzetting van zijn straf. Ondanks de status die hij heeft als seksuele sadist, mocht P. na tien jaar een aantal keren onder begeleiding boodschappen doen. “Ik doe geen vlieg meer kwaad”, zegt hij nu tegen de rechter. Betekent dit dat hij nu binnenkort alweer op proefverlof mag? De rechter neemt zijn dossier door, en constateert dat P. een teruggetrokken bestaan leidt in de gevangenis, bang om te worden aangevallen door anderen. De deskundige van het psychiatrisch instituut dat P. vertelt dat hij een chronisch-pychiatrisch patiënt is. P. slikt onder meer pillen die hem beschermen tegen psychoses. “Ik voel me net een menselijke computer die alles registreert”, herhaalt hij een paar keer. “Naar muziek luisteren kan ik niet, omdat dit aanvoelt als gif dat in mij komt.” Hoewel P. in 2005 in staat werd geacht om cola en chips te halen bij de lokale supermarkt, bleek hij vorig jaar en in maart van dit jaar helemaal niet zo goed in zijn vel te zitten. Hij raakte meerdere keren in een psychose, en moest voor langere tijd de isolatiecel in. Tijdens de zitting blijkt ook dat P. al een tijd niet meer in behandeling is. Hij is overgeplaatst naar een long-stay afdeling, voor de hopeloze gevallen. Na dit alles aangehoord te hebben, maakt de rechter een einde aan de onduidelijkheid. Hij gaat mee in de eis van de officier van Justitie om de TBS-behandeling weer met twee jaar te verlengen. Tenslotte mag P. nog zeggen wat hij er zelf van vindt. Hij geeft een blijk van inzicht in zijn eigen geestesgesteldheid en pleit voor een verlenging van zijn eigen TBS-straf. “Ik vraag daar zelf ook om.” Zijn advocaat heeft er niet veel aan toe te voegen. Dan is de zitting ten einde. De reusachtige gestalte in het gele shirt staat op en draait zich om. Met een flauwe glimlach geeft hij zijn advocaat een hand, maar daarna ook de dame van het Willem Pompe Instituut. Plotseling zegt hij iets. “Auw, je ring prikt.” De vrouw verstaat hem niet en hij herhaalt zijn woorden. “Je ring prikt.” De blauwe ogen van Richard P. lichten even op. Dan meldt hij zich bij de parketwacht en loopt hij met grote, langzame passen de zaal uit. Om zo het busje weer in te stappen naar de TBS-kliniek. “Door wat ze hun slachtoffer hebben aangedaan, vinden ze dat ze geen andere keuze hebben.” Het slachtoffer van de zaak in de Bethlehemstraat beschrijft in haar aangifte de blik in de ogen van P., vlak nadat hij haar had gestoken: ‘Er sprak uit dat hij er genoegdoening uit haalde.’ Blijkbaar was P. tevreden over het feit dat hij het slachtoffer stervend achterliet. Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
