Bloed, zweet en sporen |
|
datum plaatsing |
01-08-2007 |
medium |
Panorama |
auteur |
Joost van der Wegen |
De crimineel valt steeds vaker door de mand op basis van zijn DNA. Zijn menselijke handtekening komt overeen met sporen op de plaats delict. Hoe komt justitie tot die voltreffers? Panorama’s Joost van der Wegen liet zich zijn celmateriaal ontfutselen door de politie. Hij volgde het spoor van zijn eigen DNA tot in het gerechtelijk laboratorium. Het is alsof ik bij de tandarts zit. Toch heeft wat hier gebeurt niets te maken met het recht-toe-recht-aan trekken van een kies of zo’n fijne wortelkanaalbehandeling. De man met het kapje voor zijn mond is technisch rechercheur Rijk van Veldhuijsen van de politie in Flevoland. Op tafel ligt de uitrusting die hij net heeft gebruikt om me mijn wangslijm af te nemen. Aan de hand van dat slijm wordt straks mijn DNA bepaald. Vandaag speel ik voor een keer de verdachte, om een idee te krijgen hoe criminelen in ons land hun ‘unieke handtekening’ wordt ontfutseld. Laat een crimineel zijn DNA-spoor achter op de plaats van de misdaad? Dan kan hij daardoor wel eens tegen de lamp lopen. Justitie verzamelt de DNA-sporen van verdachten en van plaatsen delict namelijk in een landelijke databank. Komen de sporen van misdaad overeen met die van een verdachte, dan spreekt justitie van een ‘match’. Dikke kans dat de politie de zaak aan de hand van die overeenkomst oplost, en dat de rechter de verdachte veroordeeld. Toch is het niet zo dat criminelen in Nederland bij het minste of geringste door de politie een krabbertje in de mond geschoven krijgen. Rijk van Veldhuijsen vertelt dat er ‘ernstige bezwaren’ tegen de verdachte moeten bestaan en dat er DNA-sporen op de ‘PD’ moeten zijn gevonden in de vorm van bloed, speeksel of huiddeeltjes. Voorwaarde is ook dat er een minimale gevangenisstraf van vier jaar of meer op het misdrijf staat. “We hebben het dan bijvoorbeeld over inbraken, mishandeling, of verkrachting. Is hier allemaal geen sprake van, dan is de officier van Justitie onverbiddelijk”, aldus Rijk. Nadat hij me mijn wangslijm heeft ontnomen, zoekt de vriendelijke rechercheur zijn spullen weer bij elkaar. Zijn assistente vraagt om mijn naam en geboortedatum. Ze vult de gegevens in op een formulier. Handig vouwt Rijk een kartonnen doosje, waar de spullen ingaan, samen met het formulier. Daar plakt hij weer een sticker op, waarop met grote letters ‘NFI’ staat. Die sticker is een zegel. Mocht iemand het doosje open willen maken en de sticker eraf halen, dan blijven de letters ‘fraude’ op de verpakking achter. De DNA-kit is nu klaar is om te worden opgepikt door het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten). Die brengt alle DNA-afnames van de Nederlandse politie naar het gerechtelijk lab in Den Haag, voor verwerking. Het transport wordt door de politie zelf gedaan, omdat het van levensbelang is dat de kratten met DNA droog en koel blijven. Ook mag het DNA niet worden blootgesteld aan direct zonlicht. “Vroeger had je een bloedvlek ter grootte van een rijksdaalder nodig om DNA te kunnen produceren. Nu is een speldenknopje bloed op de plaats delict al voldoende.” Kees van der Beek legt uit waarom DNA zo belangrijk is geworden in politieonderzoeken. Hij is de beheerder van de landelijke DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Van der Beek leidt ons, bij hoge uitzondering, door het vaderlandse Mekka van de forensische opsporing. Door het glas in de gangen van het NFI zien we de medewerkers van de afdeling DNA aan het werk. In beschermende kleding, met haar- en mondkapjes op. Een laborante onderwerpt een leren jasje aan een minutieus onderzoek, op zoek naar sporen van bloed, sperma, speeksel of zogenaamde ‘contactsporen’ - waarbij de verdachte huiddeeltjes heeft achtergelaten. Even verderop is de postkamer van het NFI. Die is tot de nok toe gevuld. De wachttijd voor DNA-onderzoek loopt daardoor behoorlijk op. Langer dan menig politiespeurder lief is. Het slachtoffer van een schietpartij moet soms maanden wachten tot de politie met onderzoek naar de dader kan beginnen. Gek genoeg krijgen rechercheurs bij inbraken al na drie weken de uitslag van het DNA-onderzoek. Het onderzoek naar inbraaksporen kan namelijk door robots worden gedaan. Terwijl de bewerkelijke sporen van zware misdaden nog steeds met de hand moeten worden onderzocht. Brengt de computer van justitie het DNA van de verdachte in verband met de sporen van een misdaad? Dan heeft die razendsnel een advocaat nodig. Op voorhand nemen we nemen daarom alvast contact op met de specialist op dit gebied: Mr. Geert-Jan Knoops uit Amsterdam. Wat denkt hij? Zijn de rechten van de verdachte die op basis van DNA-bewijs is opgepakt in Nederland wel goed beschermd? “Nou, dat valt nog te bezien”, fronst de raadsman de wenkbrauwen. “Alleen op grond van DNA-bewijs mag de rechter in dit land niemand veroordelen. Toch gebeurt dit, weet ik uit ervaring.” Met die informatie in het achterhoofd, ben ik opgelucht dat het NFI er na een paar keer aandringen echt niet over peinst om mijn DNA in de landelijke databank te stoppen. We hebben daar alle begrip voor. Het laatste wat we willen is dat ons verhaal bijdraagt aan een nog langere wachttijd bij het DNA-onderzoek van justitie. Ik moet wel bekennen dat de kans op een hit in het systeem bijzonder laag was geweest, in verband met mijn nogal teleurstellende strafblad. Maar stel dat mijn DNA wél in de databank was beland? Dan hadden de forensisch onderzoekers mijn DNA-profiel zonder pardon langs de sporen van alle grote misdaden in ons land gehaald. Van brute overvallen, tot koelbloedige moorden. Als brave burger moet ik bij de gedachte aan een overeenkomst met dat soort sporen, hoe verwaarloosbaar ook, toch even wat wangslijm wegslikken. Kader 1 Vals beschuldigd: contra-expertise en second-opinion In Limburg bestaan vergevorderde plannen om ook ‘aan CSI’ te gaan doen. Daarvoor maakt de voormalige ‘chief-scientist’ van het NFI, Ton Broeders, na 18 jaar een overstap naar de Universiteit van Maastricht. Bij hem kunnen verdachten na een DNA-afname terecht voor een echte second-opinion. Naast uitsluitsel over DNA, wil het instituut antwoord gaan geven op de vraag hóe DNA-sporen op een plaats delict terecht zijn gekomen. “Want nu DNA uit steeds kleinere sporen kan worden gehaald, is de kans op vermenging met sporen van andere mensen ook groter geworden”, aldus Broeders. Wat is het geslacht of het ras van de dader? Misdaad te lijf met DNA DNA dat als bewijsmiddel de misdaad de genadeklap geeft. In de jaren negentig is die wens bij politie en justitie de vader van de gedachte. “Rechercheurs waren ervan overtuigd dat ze met alleen de nieuwe DNA-technieken de misdaad te lijf konden”, aldus onderzoeker Wouter Stol. “Het was net als in de jaren vijftig bij de introductie van de politieradio: toen dachten agenten dat ze met de nieuwe techniek een web om de criminelen konden weven waaruit ontsnappen niet meer mogelijk was.” Maar één spoor is geen spoor, stelde Stol eerder vast, in een onderzoek naar het opzetten van een landelijke DNA-databank. “De rechter heeft altijd meer bewijs nodig om tot een veroordeling te kunnen komen.” Het is de ergste nachtmerrie voor het Nederlands Forensisch Instituut: de vervuiling van de labs door vreemd celmateriaal. In 2004 ging het mis bij een DNA-onderzoek in de zaak van de ‘wreker van Zuuk’, die zich in de omgeving van Epe nogal misdroeg. Hoewel dit in eerste instantie een voltreffer opleverde, bleek later dat het om het DNA-profiel van een vrouwelijke sporenonderzoeker van het NFI ging. Ook vorig jaar vond er nog vervuiling van DNA door NFI-mensen zelf plaats. Een medewerker van het laboratorium bleek regelmatig zijn eigen DNA-sporen af te hebben geven. Het NFI kon deze fouten ontdekken, omdat ze al een paar jaar met een ‘eliminatiedatabank’ werkt. Hierin staan de DNA-profielen van alle medewerkers, en tot voor kort ook van bezoekers. Door deze langs de DNA-sporen te laten lopen, voorkomt men verkeerde DNA-uitslagen. Ook technisch rechercheurs moeten vanaf dit jaar hun DNA aan het NFI afstaan, omdat er kans is dat zij in de uitvoering van hun werk het bewijsmateriaal ‘vervuilen’. Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
