De vooravond - Kees Roorda |
|
datum plaatsing |
Week 20, 2006 |
medium |
VPRO-gids |
auteur |
Diederik Samwel |
Onze hoofdpersoon bereidt zich voor op een belangrijke gebeurtenis. Deze week theatermaker en schrijver Kees Roorda (41) die vanaf zaterdag 22 mei een nieuwe serie van het TROS-programma Titus geen Shakespeare presenteert. Kees Roorda maakt zijn fiets vast aan de voetgangersbrug tussen Haarlemmerweg en Westerpark, Amsterdam, zondag 13.00 uur U zit vaak in de trein aan al die bonnetjes van de fietsenstalling te zien. ‘Ik heb geen auto. Wat moet je daarmee in de stad? Bovendien heb ik laatst te horen gekregen dat ik niet eens op mag voor mijn rij-examen. Vinden ze me te onrustig voor. Misschien klopt dat wel. Ik ben namelijk erg snel afgeleid en autorijden vind ik veel te spannend. We lopen eerst in de richting van het oude pand van Dasarts. Daar heb ik nog de opleiding gevolgd van Ritsaert ten Cate. Hebben we nog een keer een uitvoering gegeven in de gashouder, daar verderop. Gigantische hal is dat; hadden we vol gezet met brandenden kaarsjes. Experimenteel theater. Zou ik nu niet snel meer doen, geloof ik.’ ‘Prachtig park is het geworden. Met veel durf aangelegd. Dat watervalletje hier, net alsof we door een Franse kasteeltuin lopen. Misschien kunnen we straks even in het gras gaan liggen om uit te rusten. Ontspannen doe ik het liefst in bed. Of met vrienden eten en drinken aan een lange tafel, hangmat onder de boom. Af en toe een dutje en daar weer terug aan tafel. Zoals ze dat in Italië kunnen.’ Waar komt het idee vandaan voor de nieuwe opvoering van Titus geen Shakespeare? ‘Ik heb het stuk eind jaren tachtig gezien, in Groningen, tijdens mijn opleiding kunstmanagement. Het was voor het eerst dat ik iets zag van Gerardjan Rijnders. Er zaten hooguit tien of twaalf mensen in de zaal maar ik vond het geweldig. Van begin tot eind heb ik op het puntje van mijn stoel gezeten, terwijl ik normaal gesproken vrij snel iets saai vind. Maar dit was één van de brandmerken in mijn ziel. Een toneelstuk waarin ik naderhand steeds meer dingen van mezelf begon te herkennen. Dingen die in jezelf zitten maar waar eerst een bijzondere ervaring voor nodig is om ze boven te halen. Heb jij dat ook wel eens?’ (...) Wat maakt dit stuk dan zo bijzonder voor u? ‘Dan zou ik een heleboel over mezelf moeten vertellen. Het gaat in elk geval over mensen, over communicatie, onderlinge verhoudingen, misverstanden. Het stuk is gebaseerd op het verhaal van de Amerikaanse journalist Alan Berg die na de Tweede Wereldoorlog een eigen radioprogramma presenteerde en daarin bij voorkeur provoceerde. Hij is voor zijn deur doodgeschoten door neo-nazi’s. Het doet denken aan Theo van Gogh, maar dan minder controversieel.’ Waarom gaat u het stuk opnieuw opvoeren? ‘Ik denk dat het nu heel actueel is. Alan Berg was een woedende reporter die de maatschappij wakker probeerde te schudden. Nu is de maatschappij zelf woedend. Ik heb GJ (Rijnders, DS) - een goede vriend van me, kan ik eigenlijk wel zeggen - voorgesteld om het te bewerken tot een theaterstuk met hoorspel-elementen en luisteraars die ook echt kunnen bellen om vragen te stellen. Hij was meteen enthousiast, ook al omdat hij het oorspronkelijk als hoorspel heeft geschreven. We zijn het nu aan het herschrijven, rigoureus; alleen de teksten van Berg, dat is de Titus, blijven over. ’ Hoe moet ik me dat voorstellen, luisteraars die zelf een rol spelen? ‘De acteurs hebben een aantal verschillende teksten, reservoirs waar ze afhankelijk van de voorstelling van die avond uit kunnen putten. De acteurs zitten tussen het publiek. De ene keer gaat het licht uit; dan wordt het een hoorspel. Dan weer zie je Titus Muizelaar als presentator in de studio die telefoontjes aanneemt en in discussie gaat met luisteraars. De première tijdens het Festival aan de Werf in Utrecht wordt rechtstreeks uitgezonden bij De Avonden van de VPRO. We staan in juni op het Oerol-festival en daar is het stuk ook te volgen op een regionale zender. Later gaan we naar Gent, daar wil ik graag samenwerken met een Vlaamse zender. Zo krijgen we telkens andere voorstellingen. Ook het publiek in de zaal kan reageren. Daar gaan we microfoons voor neerzetten. Als extra dimensie laten we fragmenten zien van een film die een vriend van mij speciaal heeft gemaakt tijdens de afgelopen verkiezingen in Italië.’ Op een bankje in het oorspronkelijke deel van het Westerpark, 13.40 uur Wat beschouwt u als het thema van de voorstelling? ‘Aan de ene kant die enorme hoeveelheid meningen die iedereen er op na schijnt te houden, over welk onderwerp dan ook. Je kunt geen radio of televisie aanzetten of iemand geeft ergens zijn mening over. Standpunt.nl in allerlei schaamteloze varianten. Het leidt tot vergaande erosie, tot een haast pornografische toestand. Want het tragische is dat de inhoud er helemaal niet toe doet. Belt er eindelijk iemand met een verhaal dat hout snijdt, wordt ‘ie weggedraaid. Aan de andere kant, tegenover al die meningen, zit totale leegheid. In het stuk zit bijvoorbeeld een oude mevrouw die belt dat ze thuis is gevallen en dat ze niet weet of iemand haar overeind komt helpen. Een andere vrouw belt vanaf Terschelling; haar man is even de hond uitlaten en nu is ze bang dat ze van het eiland valt. Zie je die grote boom, links, daar is vorig jaar een man door de bliksem getroffen. Ook een werkelijkheid van een andere orde.’ Hoe komt die woede uit de maatschappij tot uiting? ‘We leven nu in een totaal andere wereld dan in 1988 toen Rijnders het stuk voor het eerst bracht. Het is ook een andere tijd dan die van Alan Berg. Maar die onrust is er nog wel. Vervang het woord jood door Marokkaan. Wat gebeurt er dan? Misschien is dat wel waar het stuk over gaat. De journalist in het stuk probeert de intellectuele elite aan te spreken. Misschien zou er wel een nieuwe intellectuele orde moeten komen, maar ja, dat klinkt al snel verheven, aanmatigend. Hij maakt zich heel boos. Al die vragen, al die meningen. Eigenlijk gaat hij in zijn radio-uitzending op zoek naar een poëtisch antwoord. Ze zegt Titus Muizelaar het zelf ook. En dan moet je niet denken aan popperige plaatjes in een album. De penetrante urinegeur in een vunzig achteraf steegje zou net zo goed kunnen. Bent u lang aan het repeteren? ‘Eigenlijk niet. Met de acteurs zijn we twee maanden van tevoren bij elkaar gekomen. We repeteren elke dag van elf tot drie. Ik houd helemaal niet van eindeloze repetities. Ik weet al genoeg als ik de acteurs zie.’ Nerveus voor de première? ‘Nee hoor, zo langzamerhand ben ik die zenuwen wel kwijt. Ik vind het juist heerlijk wanneer we voor het eerst voor publiek spelen. Ga ik lekker achter in de zaal zitten en laat ik het rustig op me af komen. Het contact tussen performer en publiek; daar draait het om. Niet dat ik nou zo’n thrill seeker ben, maar het is zoiets als op vakantie middenin de nacht bij een wildvreemde jongen in zijn Fiat stappen en met honderdtachtig en keiharde muziek op over de snelweg scheuren. Die spanning; dat is voor mij het leven. Als het publiek of de pers het niets vindt, steek ik van woede misschien een sigaret op. Ach, dan moet ik over een half jaar weer stoppen met roken.’ Kan er nog niets mis gaan vóór de eerste voorstelling? ‘Het ergste zou zijn wanneer de techniek het laat afweten en dat we geen mensen hebben die live vragen stellen. Verdomd, da’s waar ook, we moeten nog wel even een telefooncentrale zien te ritselen. Bij e-bay moet dat wel lukken, denk je niet? Een ander probleem kan zijn dat we niet binnen de tijd blijven met alle teksten.’ Terras Pacific Park, 14.20 uur ‘Dubbele espresso verkeerd graag. Zeg, komt die fotograaf nog? Ik heb alle tijd maar ik wil het gewoon graag weten. Ik ben nogal neurotisch in die dingen.’ [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
