Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De vooravond - Frans Lasès
De vooravond - Frans Lasès

De vooravond - Frans Lasès


datum plaatsing

Week 43, 2005

medium

VPRO-gids

auteur

Diederik Samwel


Onze hoofdpersoon bereidt zich voor op een belangrijke gebeurtenis. Hoe doet hij dat precies? Deze keer vormgever en regisseur Frans Lasès (56), volgende week eregast op het kinderfilmfestival Cinekid.

Amsterdam, donderdag 15.30 uur, Frans Lasès belt voor een afspraak

‘Eigenlijk ontspan ik nooit. Daarom doe ik een beetje vreemd voorstel: ik neem je mee naar de Oosterbegraafplaats. Dat is de plek waar ik eindelijk rust zal vinden.’

Amsterdam, werkkamer Lasès, dinsdag 11.00 uur

U vindt pas rust op het kerkhof. Is dat niet een tikje overdreven?


‘In mijn geval niet. Mijn geest is altijd onderweg. Ik ben altijd bezig. Is het niet met het maken van een programma dan wel met het ontwikkelen van ideeën. Ik versta niet de kunst van het recreëren. Alleen al bij het idee van een boswandeling voel ik de depressiviteit opkomen. Op vakantie, onder een palmboom, zit ik nog aantekeningen en schetsjes te maken.’

Nooit tijd voor een goed boek?

‘Ik kan heel slecht mijn aandacht vasthouden bij een boek. Daar ben ik veel te rusteloos voor. Artikelen lezen gaat al beter. Misschien is het een vlucht om altijd met werk bezig te zijn. Ik weet het niet. Voortdurend voel ik de drang om wat door mijn hoofd spookt te ventileren. Ideeën wil ik ook meteen uitwerken.’

Slechts een fractie daarvan haalt de televisie.

‘Ik krijg natuurlijk veel meer ideeën dan ik kwijt kan. Niet elk plan wordt in goede orde ontvangen. En, zonder daar over te willen zeuren, soms ben ik mijn tijd vooruit. Jaren geleden wilde ik een programma maken over het laatste taboe: ruzie. Dat zagen ze toen niet zitten. Niet lang daarna kwam Frans Bromet met “Buren”. En nu wemelt het van de reality-programma’s over conflicten en ruzies thuis.’

Wanneer komen uw beste ingevingen?


‘Op ieder moment van de dag. Soms begint het bij de vorm, soms bij de titel. “Oma Hondje” begon eigenlijk met de taal. Zo praten kinderen. Daarbij is het generatieverschil interessant: grootouders kunnen zich gemakkelijker identificeren met kinderen. Daar bedenk ik een figuur bij, een setting en dan ga ik meteen met allerlei details aan de slag. Al werkend en ontwerpend kom ik dan bij een getekende omgeving waarin alleen een hoofd en handen echt zijn.’

Amsterdam, Laagte Kadijk, 11.30 uur, op de fiets

Straks bent u eregast op het Cinekid-festival. Wat stelt u zich daarbij voor?


‘Als gast weet ik me wel te gedragen, maar hoe moet ik mij als eregast opstellen? Wie is eigenlijk mijn gastheer of -vrouw? Moet ik iets meenemen, denk je? Het festival duurt acht dagen maar om nou elke keer met een bos tulpen te komen aanzetten…’

Oosterbegraafplaats, Amsterdam, 11.50 uur

‘Misschien ga ik vaker afspreken op het kerkhof. Er gaat een weldadige rust vanuit. Terwijl ik verder nooit aan de dood denk.’

Dat absurdistische zit ook in uw programma’s.


‘Humor staat centraal in mijn werk. Maar ik heb ook een melancholische kant. We hadden vandaag net zo goed kunnen gaan wandelen in Lissabon. In de wijk Alfama en dan ’s avonds in een café naar fado-muziek luisteren. Dat is voor mij ontspanning. Krijg ik tranen van in mijn ogen. Hier, aan je rechterhand. Een sobere, beetje verweerde steen, op een mooie plek in het zonnetje. “Rust in vrede” staat erop. Cliché of niet, het blijven mooie woorden op het graf.´

Wat mogen ze op uw graf zetten?


‘Daar heb ik al over nagedacht: “Het was niet wat ik dacht”.’

Dat klinkt negatief.


‘Zo bedoel ik het ook. Ik ben teleurgesteld, vooral in volwassenen. Het doet mij denken aan die kleine ronde doosjes met een vergrootglaasje erop. Dat was een tijdje terug speelgoed van het jaar. Op vakantie heb ik er met mijn dochtertje een piepklein baby-hagedisje ingestopt. Dat was prachtig. Je kon alles zien. Kleine nageltjes, zelfs de breuklijntjes in het schedeldakje. Ik denk dat ‘ie net uit het ei was gekropen. Dat pure, ongeschonden leven wil ik koesteren. Terwijl veel mensen dwars door de natuur banjeren en zonder dat ze er erg in hebben zo’n hagedisje vertrappen.´

Hoofdpad, rozenperken rechts en links, 12.00 uur

Aha, het moralistische van de programmamaker.

´Kinderen moeten zich blijven verbazen en niet alles geloven wat ze zien. Daarom ben ik vaak op zoek naar vervreemdende effecten. Ik heb een tijd lang les gegeven op de Kunstacademie. Wat ik studenten vooral wilde meegeven was dat ze bij zichzelf moesten blijven. Niet die drang om met alle geweld iets on-Nederlands te maken. Alsof de kans op erkenning dan groter wordt.’

Vervreemdend?

‘Zoals in “Woensdag Wonderdag” dat nu wordt uitgezonden. Ik noem het een onmogelijk programma, op de grens van werkelijkheid en magisch realisme. Daarin wil ik kinderen laten zien dat in de wereld niets is wat het lijkt. In een slagerij gaan worsten een eigen leven leiden. In de kerk dooft de pastoor de kaarsen met zijn vingers die vervolgens spontaan in brand vliegen.’

Hoe kan dat? Trucages?


‘Juist niet. Het ziet er allemaal zo echt mogelijk uit. We hebben vooral gewerkt met goochelaars. Kinderen van vier, vijf jaar slikken alles voor zoete koek. Terwijl oudere kinderen vaak al heel goed onderscheid weten te maken tussen wat realistisch is en wat niet. Ik probeer ze op het verkeerde been te zetten door de werkelijkheid pootje te lichten. Ik was vroeger zelf goochelaar. Magie heeft me altijd bezig gehouden, wat vermoedelijk ook samenhangt met mijn drang naar het podium.’

Maakt u zich zenuwachtig over de reacties van kijkers?

‘Nee. Het programma is al gemaakt als het wordt uitgezonden. Maar nu ik erover nadenk: het gebrek aan applaus is wel raar. Het lastige is dat de jongste kinderen niet bellen, mailen of schrijven. Over kijkcijfers maken ze zich niet zo druk bij de VPRO. Ik zou ook niet weten bij welke andere omroep ik met mijn ideeën terecht zou kunnen. Stel je voor, die redacties die eerst laten onderzoeken welke programma’s het best aansluiten bij bepaalde doelgroepen. Een chef-kok gaat toch ook niet van tevoren de tafeltjes langs om te vragen wat hij op de kaart moet zetten?’

De maker blijft autonoom.


‘Ik voel mij als ontwerper sterk verwant met kunst. Het maken, het proces van bedenken, ontwerpen en regisseren is net zo belangrijk als het eindresultaat op televisie.’

Op een bankje aan de zuidkant van het kerkhof, 12.20 uur

‘Dat kunstwerk verderop moeten we even van dichtbij bekijken. Moet van Jan Wolkers zijn. Zie je wel, donkerblauw glas, strak ontworpen, heel herkenbaar. Bij het graf van Theo Thijssen.’

Wie mag het kunstwerk op uw graf maken?


‘Wim T. Schippers. Die krijgt in Nederland niet genoeg waardering. Terwijl hij voortdurend grenzen verlegt. De laatste keer dat ik hem zag was toen hij de Jacobus van Looy-prijs kreeg uitgereikt. Volkomen terecht.’

Uitgang begraafplaats, 12.45 uur

‘Het was een aangename wandeling. Je weet nu waar ik kom te liggen. Kan ik op je rekenen bij mijn begrafenis?’
[ < terug ]

aanverwante artikelen: