Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Suriname snakt naar voetbalsucces
Suriname snakt naar voetbalsucces

Suriname snakt naar voetbalsucces


datum plaatsing

8 december 2007

auteur

Diederik Samwel


Het Surinaamse voetbalelftal heeft gunstig geloot voor de (pre)kwalificatie voor het WK van 2014. In de eerste knock-out fase wacht Montserrat, twee na laatste op de FIFA-ranglijst, daarna buurland Guyana. Moet kunnen, denkt bondscoach Kenneth Jaliens. Maar een trainingsveld boeken voor de nationale selectie blijkt al een flinke klus. Laat staan een gekwalificeerd stadion voor de thuiswedstrijden.

De avond valt snel over Paramaribo-Zuid. Vanaf de Coppenamestraat, een brede uitvalsweg richting Leiding, voert een hobbelig zandweggetje naar het complex van hoofdklasser Voorwaarts. Zittend in hun auto verruilen de spelers van de nationale voetbalselectie spijkerbroek en T-shirt voor het donkerblauwe uittenue van Ajax van twee seizoenen geleden. Op het veld zijn twee mannen druk bezig een ingewikkeld patroon van pylonnen uit te zetten. Centrale verdediger Marlon Felter, al vier jaar captain, loopt met een grijns het veld op: ‘San, we gaan serieus trainen vanavond!’

Terwijl hiphop muziek uit een van de openstaande autoportieren galmt, heet bondscoach Kenneth Jaliens de spelers welkom, om meteen het woord te geven aan de sponsor. Een volledig in het rood gestoken dame legt uit dat alle spelers straks een formuliertje moeten invullen in ruil voor een trainingsshirt en een tegoedbon voor gratis belkaarten. De tegenprestatie is verder dat ze het komend seizoen worden gefilmd en dat Digicel de beelden voor promotiedoeleinden mag gebruiken. Maar haar inzet moge duidelijk zijn, zegt ze met een vette knipoog: wie wil er nou niet met haar naar het WK? Dat valt goed, de voetballers beginnen spontaan te applaudisseren.

De nationale selectie werd vorig jaar ontbonden na het toernooi om de Caribische beker voor landenteams. Voor oefeninterlands heeft de voetbalbond nu eenmaal geen geld. Maar vanaf half november kan bondscoach Jaliens, de oom van Oranje-international Kew, over 31 spelers beschikken. Voorlopig doet hij alleen tactische trainingen, spelsituaties en veldbezetting. Vanaf januari hoopt hij de intensiteit op te voeren. In de aanloop naar de eerste WK-prekwalificatiewedstrijden in februari wil Jaliens twee oefeninterlands afwerken, waarschijnlijk uit en thuis tegen Frans Guyana. Dat is wel zo goedkoop: met de bus naar Cayenne, zo’n 400 kilometer oostwaarts. Een week of twee vóór de eerste kwalificatieronde legt de bond de competitie stil zodat hij de hele week met de spelers aan de slag kan. ‘s Avonds of aan het eind van de middag. ‘De meeste jongens hebben overdag een baan, sommigen zijn bezig met een opleiding. We nemen de U-23 selectie als basis, aangevuld met een paar ervaren en mentaal sterke spelers. Geschikte jongens uit Nederland met een Surinaams paspoort zijn er niet bij mijn weten. Misschien Ray Fränkel (ooit een veelbelovend talent bij Feyenoord, DS), maar die voetbalt nu ergens in België, geloof ik. Ik weet alleen niet of er geld is om zulke spelers te halen.’

Zijn de voetballers in eigen land niet goed genoeg? Aan talent geen gebrek, vindt oud-bondscoach Ro Kolf. Op een regenachtige zaterdagmiddag zit hij op de tribune bij Voorwaarts tegen WBC (Walking Boyz Company) in de hoofdklasse. Over het spelpeil kan hij weinig zeggen: het veld is onbespeelbaar, zoals wel vaker in de regentijd. Spelers glijden meters door na een sliding en een ogenschijnlijk te verre dieptepass kan maar zo in een plas blijven liggen. Toch ziet Kolf elk weekend weer andere sterke, snelle en balvaardige spelers opduiken. Maar het is maar net hoe de clubs er mee omgaan: ‘De meeste teams in de hoofdklasse trainen drie keer in de week. En dan zijn de selecties vaak niet eens compleet. Overdag hebben de jongens het druk genoeg om rond te komen. Vedetten worden snel gepaaid met scooters, auto’s of zelfs een stukje grond. Dat is funest voor hun mentaliteit. Wanneer de voorzitter niet bereid is extra te betalen, verschijnen ze gewoon niet op de training. Daarnaast zie je dat de sleutelposities vaak door Brazilianen worden bezet. Dat is niet goed voor de ontwikkeling van onze spelers. Het wordt hoog tijd om echt in ons voetbaltalent te investeren.’

Een profliga zou een oplossing zijn. Plannen genoeg maar de uitvoering loopt telkens vast op het gebrek aan kader, geld en daadkracht. Ook de voetbalbond moet het doen met hardwerkende en enthousiaste vrijwilligers. En dan wil er wel eens iets mis gaan. Zo is het kort na de WK-loting maar de vraag of er in Suriname wel interlands mogen worden gespeeld. Bij gebrek aan middelen ligt de hoogst noodzakelijke renovatie van het Kamperveenstadion, normaal gesproken de thuisbasis van de nationale ploeg, al weken stil. De FIFA heeft een bouwsubsidie toegezegd maar de SVB wacht nog op de definitieve bekrachtiging uit Genève. En de andere optie, het kunstgrasveld in het Essedstadion, voldoet evenmin aan de internationale eisen, vertelt SVB-secretaris Harold Felter: ‘Een commissie van de FIFA heeft in oktober geconstateerd dat er te veel steentjes op het veld liggen. Wij die hele mat schoonvegen; is het nog niet goed. Van de week heeft een Argentijnse waarnemer de boel weer afgekeurd. Nu moeten we misschien twee uitwedstrijden spelen tegen Montserrat. Hebben ze daar wel een goed stadion dan? Kan ook dat we op neutraal terrein spelen, ergens centraal in het Caribische gebied.’

Felter verontschuldigt zich: hij moet naar huis om te baden vóór hij straks als matchcommissioner aan de slag gaat. Hij stapt in zijn fourwheel naast het standbeeld van André Kamperveen, naar wie het voetbalstadion driehonderd meter verderop is genoemd. De in brons gegoten Kamperveen, balletje aan de voet, staat symbool voor de bloeiperiode én de neergang van het Surinaamse voetbal. Kamperveen speelde voor de nationale ploeg die in de jaren ’60 en ’70 het veld aanveegde met landen als Jamaica en Trinidad. Hij was ook de eerste Surinaamse voetballer die uitkwam in de hoogste Nederlandse competitie. Later werd hij bondscoach, minister van Sport en Cultuur en stond hij als oprichter en voorzitter van de Caribische voetbalbond Concacaf begin jaren tachtig op het punt vice-voorzitter van de FIFA te worden. Zo ver kwam het niet. Kamperveen behoorde tot de vijftien slachtoffers van de decembermoorden waarvan het strafproces onlangs is begonnen. Zijn plaats in het FIFA-bestuur werd vergeven aan de Jamaicaan Jack Warner. En terwijl Suriname na 8 december 1982 werd uitgesloten van internationaal voetbal, nam Jamaica een aanloop naar het WK in Frankrijk van ‘98. Zoals Trinidad en Tobago vorig jaar in Duitsland van de partij was.

Suriname is inmiddels afgezakt naar de 150ste positie op de wereldranglijst. Geen wonder wanneer een land nauwelijks interlands speelt. Toch maakt de selectie een goede kans om de eerste twee WK-kwalificatierondes door te komen. Volgens Jaliens bestaan er ook in het Caribische gebied geen kleine landen meer, maar Montserrat, de nummer twee na laatst op de FIFA-ranglijst, lijkt geen serieuze bedreiging. Een vulkanisch eilandje van tien bij twaalf kilometer in de buurt van Puerto Rico met nog geen tienduizend inwoners. En het lijkt Jaliens stug dat die allemaal op voetbal zitten. Dan volgt in de tweede prekwalificatieronde een dubbele ontmoeting tegen Guyana. Zeker geen eenvoudige klus - vorig jaar werd met 5-0 verloren - maar onmogelijk is het niet: ‘Ze hebben me de vorige keer verrast. Er stonden maar twee jongens op het veld uit Guyana, de rest speelde in het buitenland. Dat is precies de reden dat Trinidad vorig jaar de eindronde van het WK haalde. Daar roepen ze gewoon jongens met een dubbele nationaliteit op uit de Engelse of Amerikaanse competities. Omdat een van hun ouders in Jamaica of Trinidad is geboren mogen ze hun land vertegenwoordigen, terwijl ze er zelf meestal nooit geweest zijn. Bovendien heeft de bond daar kennelijk het geld om die gasten te halen.’

Voor Suriname zit dat er niet in. De kwestie van de dubbele nationaliteit is zowel in politiek Paramaribo als in Den Haag een gepasseerd station. Een paar jaar na de onafhankelijkheid moesten alle Surinamers kiezen voor een Surinaams of een Nederlands paspoort. Een middenweg was en is er niet. Wanneer nu een uitzondering voor voetballers wordt gemaakt, zou dat alleen maar precedenten scheppen, redeneren de meeste politici. Hoe jammer dat ook is voor het nationale voetbal. Want met Surinaamse profs uit Holland zou Jaliens zich moeiteloos voor het WK weten te plaatsen. Tegelijkertijd heeft deze diplomatieke patstelling tot gevolg dat talenten uit Suriname nauwelijks aan de bak komen in Nederland. Aanpassen is het probleem niet met de taal en familie in de buurt, maar een Surinaams voetbaltalent moet uitzonderlijk goed zijn om te voldoen aan de torenhoge norm voor spelers van buiten de EU. Alleen bovenmodale spelers voor wie Nederlandse clubs bereid zijn een bovenmodaal salaris neer te leggen, krijgen een werkvergunning.

Dat lijkt niet weggelegd voor de spelers die op dinsdag naar de training zijn gekomen. Hoewel, trainen? Terwijl de voetballers in de dug-out hun sponsorformuliertjes invullen, ontstaat enige consternatie op het veld van Voorwaarts. Een man in korte broek en geruit overhemd loopt druk telefonerend het veld op en wenkt de bondscoach. Hij wijst naar het clubhuis waar, onder de spreuk In oso wi na basi (in huis zijn wij de baas), een stel andere jongens zich omkleedt. Na overleg met zijn staf roept Jaliens opnieuw de spelers bij elkaar. Ze worden bedankt voor hun komst: de training zit erop, volgende week hoopt hij iedereen opnieuw te mogen begroeten.

Hoofdschuddend ploft Jaliens neer op een houten bankje. Als het zo moet allemaal. Hij wil de selectie graag professioneel onder handen nemen maar dan verwacht hij ook professionele ondersteuning van de bond. Hoeveel moeite is het om na te gaan of het veld wel vrij is op het afgesproken tijdstip? Met alle respect hoor, maar nu moet de nationale selectie plaats maken voor een eersteklasser. Niet dat de bondscoach er cynisch van wordt: ‘Laat dit maar een signaal zijn. Een manier om de boel op scherp te zetten. Als ik vanavond genoegen zou nemen met een half veld, loopt zo’n training van begin af aan niet lekker. Dat komt niet goed over op de groep en al helemaal niet op de sponsor. En die hebben we hard nodig. Volgende week gaan we echt aan de slag. En we hebben nog een half jaar om ons voor te bereiden op de wedstrijden tegen Guyana.’
[ < terug ]

aanverwante artikelen: