De missie van Clarence in Suriname |
|
datum plaatsing |
4 december 2007 |
auteur |
Diederik Samwel |
Ruim zes jaar na de opening heeft het Clarence Seedorf Stadion vaste bespelers gekregen. Elk weekend komen hier 640 jeugdvoetballers tegen elkaar uit, voornamelijk uit het district Para. Alles is geregeld voor de jongens: tenue, training en transport, zelfs de verzekering. Talent ontwikkelen komt voorlopig op de tweede plaats. Want in Suriname moet je niet te veel tegelijk willen. Op een dik half uur rijden van Paramaribo, aan de gebrekkig geasfalteerde Highway naar het zuiden, staat een bescheiden voetbalstadion. Kan niet missen wie dit complex heeft neergezet. Op een fors billboard heet de topvoetballer de bezoekers welkom. De kantine hangt vol met shirts van Ajax, Sampdoria, Real Madrid, de twee Milanese topclubs en Oranje. De talloze ingelijste portretten en fotocollages geven een compleet beeld van zijn voetballoopbaan. Henry Seedorf (44), de oom van international Clarence, kent deze plek al zijn hele leven. Vroeger ging hij in het weekend mee naar het kostgrondje van zijn vader Fredi, vanuit Beekhuizen, een wijk in Paramaribo-Zuid. Verderop staat vaders houten huisje nog; zijn neef stond erop dat het intact zou blijven. Vijfhonderd meter verderop aan de Para-rivier hadden ze een geweldige stek om te vissen en te zwemmen, vertelt Seedorf: ‘Je had alleen wel een flinke machete nodig om er te komen, zo dicht was het oerwoud.’ Zes jaar geleden kwam daar verandering in toen Clarence Seedorf hier een stadion liet bouwen. Duizenden voetballiefhebbers kwamen op de opening af en de gemeenschap sprak wekenlang vol trots over Seedorf. Maar geleidelijk sloeg de bewondering om in lichte wrevel. Zo gek veel gebeurde er namelijk niet in het nieuwe stadion. Heel soms is er een wedstrijd voor het publiek, als de Suriprofs in het land zijn bijvoorbeeld. Maar verder hooguit een veteranentoernooi of gelegenheidswedstrijdjes van het familieteam. Nu komt Henry Seedorf opnieuw in het weekend naar Baka Para, zoals de familiegrond heet. Op de plaats waar hij een paar jaar geleden zijn hangmat bond en aanvankelijk sopropo’s wilde verbouwen, lopen nu twee voetbalteams het veld op. Hand in hand, shirt netjes in de broek, opgetrokken kousen. Zo gedisciplineerd gaat het ook toe op het licht meeverende beschuitgras. Na een overtreding of al te forse sliding moeten de jongetjes van de U-9 teams elkaar een hand geven van de arbiter. Plezier, respect en saamhorigheid staan voorop, zegt Seedorf. Daarom speelt vanmiddag niet Beekhuizen tegen Livorno, maar Stanfaste tegen Prefuru. En zo kan het gebeuren dat spelers uit verschillende dorpen dezelfde kleuren vertegenwoordigen: ‘Ze spelen niet zo zeer tégen, maar met elkaar. We willen gevoel voor eigenwaarde en verbondenheid kweken. De namen van de teams verwijzen naar belangrijke waarden in het leven. Deze jongens hebben nu wekelijks iets om naar uit te kijken. Zo wordt de kans kleiner dat ze zich met minder positieve zaken bezig houden.’ De stichting die de Para Junior League sinds eind oktober organiseert en waarvan Henry voorzitter is, heet dan ook Future With Values (Fuwiva). In het district Para zijn teams samengesteld van in totaal 640 jongens van zes tot zestien. Alles wordt voor ze geregeld: drie keer per week trainen in hun eigen buurt, ze krijgen voetbalschoenen, medische verzorging en zijn zelfs verzekerd. Natuurlijk gaat het ook om de prestaties op het veld. In de loop van deze competitie gaat de stichting selecties samenstellen voor de verschillende leeftijdscategorieën. Volgend seizoen gaan die Fuwiva vertegenwoordigen in de reguliere competities van de voetbalbond. Seedorf denkt in fasen: ‘De nadruk ligt nu op sociale contacten, plezier maken. De volgende stap is het ontwikkelen van talent. Daar hebben we trainers en begeleiders voor nodig en die gaan we eerst opleiden. Hetzelfde geldt voor de scheidsrechters, daar hebben we een aparte cursus voor. Maar je moet niet te snel te veel willen in ons land. Er zijn hier veel mensen die wel willen maar niet kunnen en net zo veel mensen die wel kunnen maar niet willen.’ De stichting wil zo min mogelijk afhankelijk zijn van externe factoren. Geen kwaad woord over de voetbalbond maar die is vaak afhankelijk van vrijwilligers en bij Fuwiva willen ze niets aan het toeval overlaten: ‘Daarom hebben we een stichting opgericht. Alle spelertjes zijn automatisch lid. Dat betekent dat we een interne competitie organiseren, die los staat van de bond.’ Seedorf is zich ervan bewust dat het stadion ver buiten de stad ligt. Misschien zou het beter zijn om trapveldjes aan te leggen in de stad. Een voetbalacademie? Het Bankrasmodel voor de beste spelertjes vanaf een jaar of twaalf? Seedorf kent alle verhalen en ideeën. Hij wacht rustig af wat de toekomst brengt. Maar in de verte lonkt het WK van 2014, in buurland Brazilië. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
