Echte opbouw begint bij het onderwijs. Daarom remigreerden Vivian en Jolanda Hokstam-Sweet vier jaar geleden naar Suriname. Na een moeizame start met peuters en kleuters hebben ze inmiddels een basisschool laten bouwen. Presidentsvrouw Liesbeth Venetiaan kwam langs voor de opening.
Volop bedrijvigheid aan de anders zo rustige Edmundstraat in de wijk Uitvlugt. De werkmannen, zakdoeken op het hoofd tegen de hitte, pauzeren even. Lange dagen maken ze, soms tot de avond valt. Ze moeten wel, hoe eerder het schoolgebouw wordt opgeleverd, hoe eerder alle kinderen op dezelfde locatie zitten. Want dat is het streven: baby’s, peuters, kleuters en lagere school ineen. Vivian loopt rond met de aannemer voor de wekelijkse inspectie. Of de nieuwbouw vóór volgend schooljaar is afgerond? ‘Welnee man, als het meezit gaan we hier binnen twee maanden aan de slag.’
Het typeert de instelling van Jolanda (43) en Vivian (45) Hokstam-Sweet. Als die twee eenmaal iets in hun hoofd hebben, zal het gebeuren ook.
Hoeveel moeite het ook kost om geld los te krijgen bij de bank. En met welke tegenslagen ze ook te maken krijgen. Of het nu een havenstaking is waardoor er geen staal kan worden geleverd. Of de regentijd die zich niet aan het seizoen houdt en de bouwplaats onbegaanbaar maakt. Maar uiteindelijk krijgt presidentsvrouw Liesbeth Venetiaan als eerste een rondleiding door negen gloednieuwe lokalen, een kantoorruimte en een ruime personeelskamer.
Blozend staat Jolanda achter de microfoon. Een innemend lachje, niet helemaal vrij van zenuwen. Haar handen samengevouwen, net als de dominee die gisteravond Gods zegen over het schoolgebouw heeft afgeroepen. Haar stem klinkt vastberaden, trots: ‘Wie van de aanwezige ouders heeft vroeger zoiets meegemaakt? Op een school terecht komen waar alle shutters nog in zitten. Wat een bofkonten zijn jullie.’
Dan houdt Jolanda in. Haar handen trillen. Vivian en een zus van Jolanda schieten te hulp, een hand op elke schouder. Ook de rest van het publiek krijgt door dat het haar te veel wordt en er klinkt bemoedigend handgeklap. Nee, het is niet allemaal over rozen gegaan. Wat wil je, wanneer de vraag naar goed onderwijs zo spectaculair groeit? Ze hadden nog maar net aangekondigd dat ze met basisonderwijs zouden beginnen of er kwamen 75 aanmeldingen binnen. Precies goed voor de laagste drie klassen en een vliegende start van de lagere school. En als ondernemer moet je daar nu eenmaal inspelen, vinden Jolanda en Vivian. Ook al zouden ze de eerste maanden in noodlokalen moeten werken.
Nogal wat ouders haalden daar hun neus voor op. Of ze vonden het hinderlijk, hun kinderen op verschillende locaties. Zijn ze achteraf dan toch te hard van stapel gelopen? De peuter- en kleuterschool liep prima; met de basisschool hadden ze toch best een jaartje kunnen wachten? Maar ze wisten ook hoe het kan lopen in Paramaribo. Zo presenteer je een bedrijfsplan en zo gaat een ander er mee aan de haal. Vorige zomer was er toch ook vanuit het niets een nieuwe Nederlandse school bijgekomen op Uitvlugt? Daarom hebben ze hun tanden op elkaar gezet en zo goed mogelijk ingespeeld op alle kritiek.
Een skelter met vier kleuters erin rijdt rondjes om de pommerakboom, midden op het schoolplein. Blond en donker door elkaar. De Kangoeroe Community School, zoals de officiële naam luidt, is gemengd, ook wat betreft onderwijsmethoden. Het echtpaar Hokstam probeert Nederlandse principes toe te passen in een Surinaamse omgeving. Of het daarmee ook een elitaire school is? Dat gebeurt al snel bij een maandelijkse contributie van honderd Surinaamse dollar per kind (ongeveer dertig euro). De meeste gezinnen kunnen dat bij lange na niet opbrengen. Toch kunnen Jolanda en Vivian niet anders, willen ze de principes van voorschoolse educatie in praktijk brengen. Die aanpak stelt nu eenmaal hogere eisen aan de leerkrachten die met hun salaris dan ook een stuk boven de overheidsschalen zitten. Waardoor ook de kwaliteit van het onderwijs ver boven het gemiddelde ligt. Op openbare scholen heerst immers een chronisch tekort aan geld en materiaal. Daar kunnen de leerkrachten tegen lage salarissen vaak alleen het hoogst noodzakelijke bieden.
Op de Kangoeroeschool vormt niet het lesprogramma het uitgangspunt, maar de individuele capaciteiten van het kind. Ook wanneer die te wensen over laten zoals bij een gehoorstoornis. Jolanda vertelt over Early Childhood Development en de Brede School, waarin verschillende disciplines samenwerken. Zo komen regelmatig artsen, fysiotherapeuten, psychologen en leerlingbegeleiders in de klas. Oudere kleuters krijgen zwemles en vanaf de vierde klas staan ICT-onderwijs en Engels op het programma: ‘Sinds we in de regio een open markt hebben, gaan steeds meer ouders voor korte of langere tijd in Trinidad of Jamaïca aan de slag. Daar proberen we op in te spelen.’
Dat lukt niet met alleen leerkrachten van eigen bodem. Dit schooljaar zijn vijf Nederlandse stagiaires aan het werk op de Kangoeroeschool. Hun inbreng is structureel, vanuit een samenwerking met de Pabo in Deventer (de Saxion Hogeschool). Laatst had Jolanda nog een gesprek met een medewerkster bij de peuteropvang. Die informeerde wat dat eigenlijk inhield, naschoolse opvang. Jammer alleen dat ze pas met die vraag kwam, terwijl ze al drie maanden op school werkte. Toch wordt Jolanda daar nooit moedeloos van. Wie zou ze iets moeten verwijten? In Suriname is nu eenmaal weinig veranderd sinds ze zelf haar diploma haalde op de kweekschool. Daar valt alleen iets aan te doen door zelf mondige, zelfbewuste leerkrachten op te leiden. ‘Daar willen we in investeren met cursussen en voorlichting voor ons personeel.’
Niet alleen de mensen van hun eigen school profiteren daarvan. Jolanda werkt ook mee aan de opleiding van vrouwen die in het binnenland voorschoolse educatie gaan geven. ‘In de rivierdorpen is kinderopvang heel ongebruikelijk. Kleine kinderen horen bij hun moeder te zijn, is de gedachte. Dat is lastig omdat de meeste vrouwen hard nodig zijn op de kostgrondjes en tegelijkertijd het huishouden moeten doen. Door te zorgen voor educatieve kinderopvang geven we moeders het vertrouwen dat hun kind overdag in goede handen is. Terwijl het kind tegelijkertijd een prima basis voor de lagere school ontwikkelt.’
Nu het nieuwe gebouw is geopend en ze niet meer voortdurend beschikbaar hoeven te zijn, pakken ze binnenkort weer eens het vliegtuig naar Nederland. Jolanda: ‘Het is hoog tijd voor refreshment. We zijn er toch bijna vier jaar uit geweest. Dan moet je zo langzamerhand weer de kennis upgraden en een kijkje in de keuken nemen.’
De eerste drie jaar na hun remigratie dachten ze vrijwel nooit aan Holland. Elke vergelijking tussen de twee landen gaat mank en bovendien hadden ze het daar veel te druk voor. Werkdagen van half zeven ’s ochtends tot het begin van de avond, waarbij ze het grootste deel van de tijd bij Vivians moeder woonden. Een leven vanuit dozen en koffers, ook al omdat het maanden duurde voor ze de huurder uit de beheerderswoning hadden gekregen. En toen ze daar eindelijk terecht konden, werd het alweer gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe schoolgebouw. Wonen ze wéér in een tijdelijk onderkomen. Soms vragen ze zich af waar ze mee bezig zijn: ‘We breken zelfs ons eigen huis af voor de school. Maar als onze kinderen het daardoor beter krijgen, hebben we het er graag voor over.’
Sinds een tijdje hebben ze een meer Surinaams ritme overgenomen. ’s Ochtends naar school, om twee uur naar huis om te baden, te eten en te rusten en later op de dag afsluiten wanneer de naschoolse opvang is afgelopen. Een enkele keer hebben ze zowaar tijd voor een weekend op Toledo, de familiegrond op een voormalige cacaoplantage, op een uurtje rijden en varen van de stad. Vivians ogen beginnen te glinsteren. Hij weet al een bestemming voor het overtollige bouwmateriaal van de school. Kan hij de boel daar eens flink gaan opknappen. Want op die plek zou wel eens hun wat verdere toekomst kunnen liggen.
Volgens Vivian is goed te merken dat Suriname de afgelopen jaren vooruit gaat. Dat ziet hij aan nieuwe gebouwen, asfaltering van het wegennet, het toenemende aantal Hollandse stagiaires en de opkomst van het toerisme. Al wordt deze nieuwe inkomstenbron nog niet voldoende op waarde geschat. Wil het echt iets worden met het toerisme, dan moeten veel meer mensen de handen uit de mouwen steken. Een kwestie van bewustwording en mentaliteit, vindt Vivian, maar dat zit eraan te komen: ‘De mensen kunnen tegenwoordig tegen kritiek, ze verbreden hun horizon en beginnen weer vragen te stellen. Die natuurlijke nieuwsgierigheid begint bij de kinderen. Maar daar moet je ze wel in blijven stimuleren.’
De remigratie van Vivian en Jolanda
In de zomer van 2003 verruilden Vivian en Jolanda Hokstam-Sweet met hun toen 12-jarige zoon Jovian de Almeerse bloemenbuurt voor de wijk Uitvlugt in Paramaribo-Zuid. Meehelpen aan de opbouw van hun geboorteland; dat was het doel. Ze namen een peuter- en kleuterschool over, waar zij als directeur en invaljuf en hij als manager aan de slag ging. Het begin was lastig. Veel ouders haalden meteen hun kinderen van school. Het kon immers nooit wat worden met die blaka bakra’s (vernederlandste Surinamers). Krap zestig kinderen bleven over; de helft van het oorspronkelijke aantal. Geleidelijk kwamen ouders tot het inzicht dat ze voor goed onderwijs in Paramaribo al gauw zijn aangewezen op een particuliere school. De groeiende vraag leidde begin dit jaar tot een gloednieuwe basisschool waar Vivian en Jolanda inmiddels plaats bieden aan ruim 260 kinderen.
In juli 2003 en augustus 2004 verschenen de eerste twee artikelen over de remigratie van het gezin Hokstam.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.