Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Reportage start decemberproces
Reportage start decemberproces

Reportage start decemberproces


datum plaatsing

8 december 2007

medium

Vrij Nederland

auteur

Diederik Samwel


Het decemberproces is begonnen in Suriname. Henk Kamperveen, die zijn vader verloor op 8 december 1982, hoopt dat alle juridische schermutselingen snel achter de rug zijn en eindelijk recht wordt gesproken. Verdachte Harvey Naarendorp denkt er net zo over. Dan wordt eindelijk zijn naam gezuiverd.

De Maystraat, een slaperig zijstraatje in Paramaribo-Zuid, loopt dood op de parkeerplaats van radio- en tv-station ABC. Ampies Broadcasting Company, is genoemd naar oprichter André Kamperveen, een van de slachtoffers van de decembermoorden. Achter zijn bureau, waarop behalve papieren en telefoons ook een klein transistorradiootje staat uitgestald, eet Henk (58) een bruine boterham. Sinds de dood van zijn broer Johnny in 2003 is hij directeur van het station. Kamperveen gaat vrijdag met schoonzus Helen naar de eerste zitting. Een hectische toestand met al die pers. De laatste dagen is hij plat gebeld door allerlei Hollandse journalisten maar hij voelt weinig voor al die aandacht. Moet hij soms voor de camera door fort Zeelandia gaan wandelen om te vertellen wat er allemaal door hem heen gaat? Het gaat om de slachtoffers, niet zozeer om de nabestaanden, zegt Kamperveen: ‘Ik begrijp die verslaggevers best; wij zenden zelf ook nieuws uit. Maar waarom moet het allemaal zo uitgebreid? Kijk wat gebeurd is met die NOVA-uitzending in oktober. Twee getuigen die voor de televisie hun versie van de gebeurtenissen vertelden. De redactie moet die mensen hebben opgespoord naar aanleiding van hun verklaringen in het dossier. Vervolgens hebben ze een van hen zogenaamd onherkenbaar in beeld gebracht. Zonder zijn stem te vervormen maar wel en profil. Maar ook dan weet iedereen in Paramaribo toch meteen om wie het gaat? De man is nu zijn baan kwijt. En we moeten maar afwachten of hij nog als getuige zijn verhaal komt doen in de rechtszaal. Wat is in zo’n geval de rol van de Nederlandse pers?’

Een medewerker komt de kamer binnen. Of Kamperveen even naar die verklaringen van de minister van Justitie komt kijken. Die heeft die ochtend vóór de wekelijkse raad van ministers nogal stevige uitspraken gedaan tegenover de pers. Iets over moordaanslagen die Bouterse tegen hem heeft beraamd. In de studio bekijkt Kamperveen de televisiebeelden met redacteur, verslaggever en technicus. Behalve over geplande aanslagen op hoog geplaatste personen gaat het over het rekruteren van buitenlandse huurlingen, pogingen om het land te destabiliseren en nauw overleg tussen misdaadorganisaties. Kamperveen knikt resoluut: ‘Hoe lang duurt het? Twintig minuten? Helemaal uitzenden, monteren hoeft niet.’
Nee, hij gelooft niet dat de minister met zulke felle uitspraken voor extra onrust zorgt: ‘Santokhi zegt juist dat ze al aanslagen hebben kunnen voorkomen. En dat hij de zaak heel precies in de gaten houdt en dóór heeft waar zijn tegenstanders op uit zijn. Bovendien roept hij de burgers op om alert te blijven.’

Kamperveen hoopt dat het rustig blijft in Paramaribo de komende tijd. Het strafproces is al lastig en ingewikkeld genoeg binnen de kleine gemeenschap. Rechters, nabestaanden, verdachten: iedereen kent elkaar. En veel hoofdrolspelers waren ook al actief in de jaren tachtig. Maar zo gaat dat nu eenmaal in Suriname. ‘Mijn vader is toch ook minister geweest onder Bouterse? Dat heeft hij destijds nog uitvoerig met mijn broer en met mij besproken. We runden dit station met zijn drieën maar voor hem was het een mooie kans om als minister van Sport een en ander op te bouwen na de eerste jaren na de onafhankelijkheid waarin het hier niet goed ging. In 1980 was eigenlijk iedereen blij met de coup. De militairen stonden op de dag van de staatsgreep ook hier op de stoep. Tanks, soldaten; mijn vader is nog broodjes gaan uitdelen aan die jongens.’

Het is goed dat het proces er eindelijk van komt, vindt Kamperveen. Al komen straks ongetwijfeld gedetailleerde beschrijvingen naar buiten van wat er in die decembernacht gebeurd is, waar niet iedereen op zit te wachten: ‘Het zal niet prettig zijn voor de nabestaanden om bepaalde dingen over je broer of je man te horen, maar het moet wel gebeuren. Ik weet niet hoe lang het allemaal gaat duren. Al die wrakingsakten om de rechters te vervangen. Ik ben daar niet zo bang voor. Je verwacht toch niet dat het Hof zo onnozel is om mensen te benoemen in de Krijgsraad die ze binnen de kortste keren moeten vervangen?
Natuurlijk zeggen verdachten dat ze niet snappen waarom ze voor de rechter moeten verschijnen, Bouterse voorop. Ach, ik kan zo in het dossier kijken of het klopt wat de verdachten zeggen. We hebben het hier op de redactie liggen. Maar weet je, ik heb daar helemaal geen behoefte aan. Het recht moet gesproken geworden, ook voor mensen die onterecht beschuldigd worden.’


Op het kantoor van zijn advocaat zit Harvey Naarendorp (67) overdwars in zijn stoel: zijn benen bungelen over de armleuning. Een twinkeling in zijn ogen, alsof hij zich voortdurend vrolijk zit te maken, terwijl daar bepaald geen aanleiding toe is. Naarendorp staat immers op de verdachtenlijst van het decemberproces. Sinds in 2000 het vooronderzoek naar de decembermoorden is gestart, gaat Naarendorp in Paramaribo door voor een ‘besmet persoon’, zoals hij het zelf omschrijft. Geen wonder dat zijn kinderen allemaal naar het buitenland zijn vertrokken. Die ondervonden te veel hinder van hun achternaam. Maar waar wordt hij nou eigenlijk van beschuldigd? Hij heeft er nog uitgebreid met rechter Albert Ramnewash (die het gerechtelijk vooronderzoek leidde, DS) over gesproken, als juristen onder elkaar, zegt Naarendorp smalend: ‘Want wat is er nou helemaal aan de hand? Wat is precies de bewijslast? Ik weet nog goed dat we werden opgeroepen voor de kennisgeving van verdere vervolging (december 2004, DS). Er stond een tank op het plein voor het Hof van Justitie. Wat een poeha. En Nederland maar geld uitgeven aan dat hele circus. Nou, binnen heb ik de vloer aangeveegd met de tenlastelegging.’

Naarendorp vertelt licht geamuseerd, alsof hij het zelf ook nog steeds niet kan bevatten, welke argumenten de aanklager tegen hem aanvoert. En zeg nou zelf: het ís toch ook merkwaardig? Drie op zijn minst twijfelachtige gegevens leveren hem in Suriname kennelijk een moorddadig karakter op: ‘Eén, een getuige, mevrouw Miranda, heeft verklaard dat zij heeft horen zeggen dat ik in een gele Volkswagen kever achter Riedewald en Wijngaarde (twee van de 15 slachtoffers van de decembermoorden, DS) heb aangereden. Die reden ’s avonds van buitensociëteit Het Park naar huis op 7 december. Ik zou in de bosjes op ze hebben gewacht. That’s totally out of character. Iedereen die Harvey Naarendorp kent, weet dat ik zoiets nooit zou doen. Bovendien, ik was minister, zou ik dan in Volkswagen een beetje achter mensen aan gaan rijden? En daar komt bij dat het om een getuigenverklaring gaat op basis van horen zeggen.’

De tweede getuigenverklaring tegen Naarendorp in het dossier is afkomstig van de weduwe van Cyril Daal, de vakbondsleider die op 8 december werd vermoord: ‘Zij had van haar kapster gehoord dat mijn vrouw had gezegd dat er op 8 december dingen stonden te gebeuren en dat ze maar beter uit het land konden vertrekken. Zo’n verklaring, ook weer van horen zeggen, zou kunnen dienen ter ondersteuning van een feit. Maar dat feit is er helemaal niet. De Daals zijn niet vóór 8 december weggegaan uit Suriname. Het derde wat ze mij ten laste leggen is dat ik indertijd adviseur van Bouterse was. Maar wie was dat niet begin jaren tachtig? Natuurlijk heb ik tegen Ramnewash gezegd dat ze onvoldoende bewijs hebben tegen mij. Maar hij was helemaal niet geïnteresseerd in getuigenissen à decharge. Ook de confrontatie met getuigen heeft nooit plaats gehad.’

Ten tijde van de coup onder leiding van Desi Bouterse in februari 1980 werkte Naarendorp als docent privaatrecht aan de Anton de Kom universiteit in Paramaribo. Op verzoek van de militairen was hij meteen bereid zijn bijdrage te leveren aan de normalisering van de samenleving en werd hij benoemd tot secretaris van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland en Suriname. Van ’81 tot medio ’83 was Naarendorp minister van Leger en Politie, Justitie en Buitenlandse Zaken in een periode waarin kabinetten snel van samenstelling veranderden en tientallen ministers kwamen en gingen. Als vice-premier had Naarendorp onmiskenbaar invloed op het regeringsbeleid. In maart ’82 werd een Beleidscentrum benoemd en in het statuut “Toedeling Staatsmacht” officieel bekrachtigd dat de macht in handen lag van legerleider Desi Bouterse, Roy Horb, de tweede man in het leger, premier Henry Neijhorst en Naarendorp. Volgens verschillende bronnen, waaronder Amnesty International, zou Naarendorp als linkse ideoloog achter de schermen van het militaire regime hebben geopereerd en tevens de leider zijn geweest van de Volksmilities. Ook zou hij zitting hebben gehad in de zogenoemde Bloedraad. Naarendorp wuift het allemaal weg: ‘Volgens sommige van die boekjes zou ik zelfs het brein achter de decembermoorden zijn geweest. Maar waar zijn de bewijzen?’
Na de decembermoorden werd het kabinet-Neijhorst demissionair en in de loop van ’83 legde Naarendorp zijn functie neer: ‘Weet je wat ik tegen de militairen heb gezegd? Dat regeren met hen neer komt op het kijken in de geweerloop. En dat me dat te donker begon te worden.’

Vóór hij in ’84 tot ambassadeur in Mexico werd benoemd en later Trinidad en Tobago, werkte hij in ’83 als kabinetschef van Bouterse. In tussentijd richtte hij samen met zijn neef Henk Naarendorp het bedrijf NaNa (Naarendorp & Naarendorp) Resources op dat zes goud- en houtconcessies in Suriname bezit.

Naarendorp is evenmin te spreken over de behandeling van de bezwaarschriften tegen zijn vervolging. Die was volgens hem volledig in strijd met de Surinaamse grondwet. De bezwaarschriften werden namelijk zonder motivatie afgewezen door de rechter waarna in hoger beroep precies hetzelfde gebeurde. Naarendorp schudt zijn hoofd over zoveel onkunde: ‘Bezwaarschriften dienen om de argumenten in de tenlastelegging te verscherpen. Het brengt de rechtsvinding dichterbij en moet in principe het werk voor de rechter vergemakkelijken. Maar in dit geval was daar geen sprake van. Daarbij heeft het allemaal eindeloos geduurd voor het werd behandeld. Dat kan niet anders dan opzet zijn. Net als al die stommiteiten in de dagvaardingen en het benoemen van rechters die de zaak al eerder onder zich hebben gehad. Dat wijst erop dat de regering politiek bedrijft met dit proces. En zo kan het gebeuren dat de meest democratische man uit die periode nu op de verdachtenlijst staat. Want ik was indertijd de enige minister die met het bedrijfsleven in gesprek bleef en ik hield elke maand een persmeeting. Altijd heb ik opgeroepen tot dialoog.’

Waarom ze hem dan toch willen vervolgen? Naarendorp weet dat heel precies. Hij verwijst naar een confrontatie met de Amerikaanse ambassade in Paramaribo in 1982 (?) in zijn periode als minister van Buitenlandse Zaken. Hij had indertijd concrete aanwijzingen van zijn inlichtingendienst dat de tweede man van de ambassade pogingen ondernam om de politieke situatie te destabiliseren. Deze Laroche zou de vakbonden hebben opgeroepen acties te ondernemen. ‘We are ready for showdown, heeft hij gezegd. Ik heb de Amerikaanse ambassadeur daarop verzocht zijn man terug te trekken, maar er gebeurde niets. Vervolgens heb ik Laroche tot persona non grata verklaard. De Amerikanen waren behoorlijk in hun wiek geschoten en kort daarna werd onze tweede man in de VS naar huis gestuurd.’

Naarendorp is ervan overtuigd dat een waarheidscommissie beter was geweest voor het land. Surinamers zijn namelijk geneigd tot verzoening. Het competitieve zit niet in hun aard. Eind de jaren ’90 onder president Wijdenbosch werd een commissie benoemd om de mogelijkheden te onderzoeken voor een waarheidscommissie maar de regering-Venetiaan heeft dat initiatief niet overgenomen en wilde overgaan tot vervolging. Terwijl deze rechtszaak volgens Naarendorp niet in het belang is van het volk. ‘Het is alleen strafrechtelijk interessant. Wat is er in het fort gebeurd? Wie heeft geschoten? Iedereen in Suriname wil dat weten na zoveel jaar. Vooral omdat het zo’n on-Surinaamse gebeurtenis is geweest. Het was een opeenstapeling van emoties en zeker geen koele berekening.’

Dat is alleen te begrijpen voor wie eind ’82 het klimaat heeft meegemaakt, zegt Naarendorp. Cruciaal was volgens hem dat in het leger een competentiestrijd aan de gang was tussen Bouterse en zijn tweede man Roy Horb. Dat bracht enorme spanningen met zich mee. Daarnaast speelden de Amerikanen een rol. ‘Zoals oud-minister Schultz van Buitenlandse Zaken in zijn mémoires heeft aangegeven waren Amerikaanse troepen heel concreet de mogelijkheden voor militair ingrijpen aan het verkennen. Er waren toen Amerikanen hier om te overleggen met burgers en militairen. Hoe zouden ze ingrijpen en met wie? Ze waren op zoek naar leiders binnen de samenleving. De conclusie van de Amerikanen was dat er voldoende mass support zou zijn voor militair ingrijpen. Er is toen een positief advies door de national security voorgelegd aan de Senaat in Washington om een operatie te financieren. Senator Barry Goldwater heeft de zaak toen afgeblazen. Voor Paramaribo betekende het toen dat veel mensen ervan uit gingen dat de Amerikanen elk moment konden binnenvallen. In dat kader moet je die explosies van emoties zien op 8 december. Some guys really lost their minds. Dat is heel wat anders dan acties met voorbedachten rade.’

Naarendorp is niet van plan lijdzaam af te wachten tot het proces op gang komt. Hij wil proberen buiten Suriname rechtshulp in te roepen en aandacht te vragen voor alle fouten die tot dusver zijn gemaakt in het proces. In overleg met zijn raadsman wil hij een officiële aanklacht opstellen en laten ondertekenen door de medeverdachten: ‘Daarmee wil ik het Surinaamse parlement laten weten hoe ziek de rechtelijke macht is in ons land. Tegelijk gaan we bekijken welke stappen we internationaal kunnen ondernemen.’




[ < terug ]

aanverwante artikelen: