Schuurkerk aan de gracht |
|
datum plaatsing |
15-12-2007 |
medium |
Vivant (ABN AMRO_ |
auteur |
Corien van Zweden |
Overal in Nederland zijn ze te vinden: de piekprojecten. Monumentale panden op bijzondere locaties die in verval zijn geraakt en voor het symbolische bedrag van een piek worden verkocht. Na een grondige opknapbeurt krijgt het pand een nieuwe bestemming. Vivant spoorde een aantal piekprojecten op. Welk verhaal gaat erachter schuil? Wat brengt mensen ertoe om zo’n vervallen pand op te kopen? En hoe is het ze vergaan na de investering van die eerste gulden of euro? Een houten skelet, planken muren en een vloer van straatklinkers die gewoon op het zand zijn neergelegd. Toen de Amsterdamse Amstelkerk in 1668 werd gebouwd, was dat bedoeld als een tijdelijke noodoplossing. Het gebouw zou spoedig door een stenen exemplaar vervangen worden. Vier eeuwen later staat de houten \'predikschuur\' er nog steeds. \'Deze kerk is een topmonument.\' De vierkante Amstelkerk met z\'n helderwit geschilderde houten wanden valt op tussen al het baksteen van de omringende grachtenpanden. Het is de enige houten noodkerk uit het 17de eeuwse Amsterdam die nog overeind staat. De Hervormde Gemeente was trots op haar bijzondere kerk aan het Amstelveld, maar het voormalige noodgebouw was ook een enorme kostenpost. Al rond 1970 was duidelijk dat grootschalig onderhoud nodig was: het dak lekte en de balken dreigden te gaan rotten. De kerkgangers konden ervan meepraten: wie in die jaren in de Amstelkerk ter kerke ging, trok een extra warme jas aan. Het tochtte door het hele gebouw en in de winter verlieten de gelovigen met ijskoude voeten de kerk. In 1988 werd duidelijk dat een stevige opknapbeurt geen uitstel meer duldde. De Hervormde Gemeente kon zo’n kostbare operatie niet bekostigen, maar wilde wel graag dat het gebouw behouden zou blijven. Zo kwam de Amstelkerk voor het symbolische bedrag van één gulden in handen van Stadsherstel N.V. die het pand grondig zou restaureren. \'Het was voor ons de eerste keer dat we zo\'n groot project gingen doen,\' zegt Onno Meerstadt, directeur van Stadsherstel. \'Tot die tijd had Stadsherstel vooral grachtenpanden in de oude binnenstad gerestaureerd. Dit zou een veel omvangrijker klus worden. Toen we de Amstelkerk goed gingen bekijken, zagen we dat het echt \'vijf voor twaalf\' was. Het gebouw was in erbarmelijke staat. Doordat de goten al jaren lekten, was er houtzwam ontstaan. Het houten skelet was op verschillende plekken aangetast. Het had niet lang meer geduurd of er was een gevaarlijke situatie ontstaan. Er moest snel iets gebeuren.\' Omkeerbaar Bij Stadsherstel begonnen ze plannen te maken en te rekenen. Onno Meerstadt: \'Voorafgaand aan zo\'n restauratie vraag je je twee dingen af: wat voor gebruik kan dit pand aan? En: hoe zorgen we dat het pand rendabel wordt? Het was duidelijk dat de kerk een nieuwe bestemming moest krijgen. Dat was op zichzelf niets nieuws. Ook vroeger waren er al kerken die een andere bestemming kregen. Denk maar aan de voormalige Agnietenkapel die al sinds 1632 door de universiteit gebruikt wordt.\' Het plan dat Stadsherstel ontwikkelde was eind jaren 80 echter wel nieuw: de Amstelkerk zou een multifunctioneel gebouw worden. Inmiddels is dat voorbeeld op veel plekken nagevolgd en kijkt niemand meer op van kerken die tegelijkertijd dienst doen als kantoor, woning, restaurant, vergaderruimte en concertzaal. In de Amstelkerk is op een slimme manier plek gemaakt voor de verschillende functies die het gebouw moet vervullen. Het ontwerp van architectenbureau Prins van 1989 doet anno 2007 nog steeds modern aan. Rondom is een galerij gebouwd met lichte open kantoorruimtes, waar Stadsherstel zijn bureau gevestigd heeft. Het royale middengedeelte is geschikt gemaakt voor concerten, lezingen, trouwpartijen, diners of - net als vroeger - kerkdiensten. De woningen die aan de kerk vast zaten, zijn weer voor bewoning geschikt gemaakt en worden verhuurd. Meerstadt: \'De architect heeft gekozen voor een visueel lichte constructie die het gebouw nauwelijks geweld aan doet en die bovendien omkeerbaar is. Dat vinden we belangrijk. Stel dat de opvattingen over dit soort restauraties over 50 jaar veranderd zijn, dan kan deze verbouwing heel makkelijk ongedaan worden gemaakt.\'
We lopen rond door het gebouw dat ondanks de verbouwing nog steeds \'kerks\' aan doet. Doordat er veel glas is gebruikt bij de bouw van de kantorengalerij zijn de oude kerkramen nog te zien. Het licht valt net als vroeger van vier kanten naar binnen. Elegante pilaren, gewelven en boogconstructies bepalen het beeld. Aan het plafond zitten houten rozetten. ‘Die gotische details zijn niet oorspronkelijk,’ zegt Onno Meerstadt. ‘Ze zijn aangebracht bij de grote restauratie van 1840. In die jaren werden er nogal wat nieuwe katholieke kerken in Amsterdam gebouwd, zoals De Duif tegenover de Amstelkerk en De Zaaier aan de Keizersgracht. Men vond dat de oude houten Amstelkerk wel heel armoedig af stak bij die gloednieuwe kerkgebouwen.’ Op een afbeelding van 1820 is te zien hoe de Amstelkerk er destijds van binnen uit zag. Met zijn kale balken en houten planken was het inderdaad niet veel meer dan een schuur. Hoewel die armoedige staat veel kerkgangers al jaren ergerde, vormde ook toen al het geld een probleem. Het verfraaien van de preekschuur zou heel wat kosten. Pas toen een rijke kerkgangster in 1836 een bedrag van 25.000 gulden naliet aan de kerk, kon met de restauratie begonnen worden. \'Men koos ervoor om letterlijk alles te omtimmeren,\' wijst Onno Meerstadt, terwijl hij op een van de houten pilaren klopt. Het klinkt hol. ‘Daaronder zit nog gewoon het houten skelet. Dit is echte timmermansgotiek. Alle versieringen zijn in hout uitgevoerd.’ Rendabel Bij de restauratie door Stadsherstel in 1989 zijn al die gotische details gespaard gebleven. Daarmee is de houten preekschuur met zijn bijzondere interieur opnieuw van het verval gered. De verbouwing heeft heel wat kosten met zich meegebracht. Meerstadt: \'Dit soort restauraties is risicovol. Je probeert van tevoren in te schatten hoeveel het zal gaan kosten, maar als je daadwerkelijk begint en de eerste planken los trekt, is het altijd erger dan je dacht. Dat was bij de Amstelkerk ook het geval. Omdat we een tekort op de begroting kregen, hebben we besloten om ook een restaurant in de kerk te huisvesten. Dat stond niet in het oorspronkelijke plan. Met dat restaurant, onze kantoren, de vier woningen en de incidentele verhuur voor concerten en evenementen is de Amstelkerk nu rendabel. Dat lukt niet bij alle panden die wij restaureren, maar bij de Amstelkerk wel.\' Een van de leuke kanten van zulke restauraties is, dat ze vaak een olievlekwerking hebben, vindt Meerstadt. \'Je ziet dat een hele buurt ervan opknapt. Het begint met een krot, waar niemand wat in ziet. Als je zo\'n gebouw in oude glorie herstelt, straalt dat af op de buurt. Je kunt het je haast niet meer voorstellen, maar in de omgeving van het Amstelveld werd 25 jaar geleden nog volop getippeld. En aan de overkant was een sekswinkel gevestigd. Nu is het een geliefde woonbuurt vol monumentale panden. Daaraan kun je zien hoe groot de toegevoegde waarde van een restauratie is.\' Voor meer informatie zie: www.stadsherstel.nl [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
