Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De visie van Willem Bürmann
De visie van Willem Bürmann

De visie van Willem Bürmann


datum plaatsing

01-12-2007

medium

Medsich Ondernemen

auteur

Corien van Zweden


Het opzetten en bouwen van een nieuw gezondheidscentrum of een groepspraktijk is een hele klus. Het gaat om grote bedragen en er kleven nogal wat risico\'s aan bouwprojecten en het ontwerp ervan. Willem Bürmann heeft een adviesbureau voor huisvesting in de zorg. \'De onroerend goed en bouwsector is een heel zakelijke wereld, waarin het vooral om geld draait. Dat is heel anders dan medici gewend zijn.\'

Uw bureau Adiuvans B.V. is helemaal gespecialiseerd in huisvestingskwesties van medici. Waarom? Projectontwikkelaars werken met bepaalde rekenmodellen en tools voor verschillende sectoren, zoals winkels, woningen of kantoren. Ik doe hetzelfde, maar ik heb die modellen en tools speciaal geschikt gemaakt voor de zorgsector en dan vooral voor de huisvesting van de eerste lijnszorg. Er zijn nogal wat aspecten die specifiek zijn voor de zorg. Neem de looptijd. Wie kantoren bouwt, denkt hooguit 10 tot 15 jaar vooruit. Hou je je met woningbouw bezig, dan gaat het al gauw om een tijdsbestek van 50 jaar. Bij het bouwen van een gezondheidscentrum met artsen van tussen de 30 en 40 jaar oud, moet je denken aan een looptijd van 20 tot 25 jaar en dat moet ook nog kunnen variëren.

Waar moeten medici op letten als ze met een bouwproject starten? Ze moeten zich realiseren dat ze een zeer zakelijke wereld betreden. Als je een overeenkomst sluit en achteraf blijkt dat daar niet precies in staat wat je gewild had, dan krijg je met een heel zuur appeltje te maken. Vaak is het ook moeilijk voor artsen om de projectstructuur helder te krijgen. Als je die niet scherp voor ogen hebt, wordt het erg lastig om je project goed te sturen met alle gevolgen van dien.

Wat zijn de valkuilen? Er zijn medici die zo\'n bouwproject heel goed zelf kunnen doen. Dat zijn ondernemende types die er echt talent voor hebben. Maar dat zijn uitzonderingen. Vaak gaat het anders. Dan kent een van de artsen nog wel een advocaat van de tennisclub of hij heeft een zwager die accountant is. Zo iemand wordt dan bij het project betrokken. Een vriendendienst, lekker goedkoop. Maar als die persoon niet het totale overzicht heeft, kan er wel eens wat mis gaan. Ik hoorde laatst van een project waar ze een leuke fiscale truc hadden toegepast. Helaas hadden ze er niet aan gedacht dat ze nog moesten afrekenen met de fiscus. Er kwam een naheffing van 250.000 euro waar niemand mee gerekend had.

Wat is in de beginfase van een nieuw bouwproject het belangrijkste? Je moet eerst weten wat je medische concept is.

Welke zorg wil je verlenen, met wie en op welke manier? Daar moeten alle betrokkenen het over eens zijn. Als je dat concept helder hebt, kun je het onderbrengen op een bepaalde locatie en gaan nadenken over een gebouw. De meeste artsen hebben aardig goed voor ogen wat ze willen: een prettige werkplek, een goede patiëntenlogistiek, een logische locatie voor het personeel. Dat zien ze voor zich. De fase die daarna komt, is ingewikkelder. Dan moet er onderhandeld worden met gemeente, geldschieters, projectontwikkelaars en aannemers.

Wat voor ontwikkelingen ziet u? Het valt me op dat er steeds minder medici zijn die solistisch werken. Tandartsen gaan nog wel eens met twee of drie bij elkaar zitten, maar meestal zijn de praktijken groter. Opmerkelijk vind ik ook dat de meeste praktijken niet echt multidisciplinair zijn. Alleen op Vinexlocaties zie ik vaker gezondheidscentra met veel disciplines onder één dak. Over de gebouwen wordt niet altijd even goed nagedacht. Ik denk dat sommige centra die nu worden neergezet over een jaar of wat wel eens met leegstand te maken kunnen krijgen. Dan is er bijvoorbeeld gekozen voor een inpandige ruimte met een balie voor het personeel. Er is geen daglicht, de ventilatie is slecht en het plafond is te laag. Daar willen mensen niet werken. Het gevolg zal zijn dat je je personeel niet kunt vasthouden.

Waarom kiezen veel medici voor mono-disciplinaire centra? Dat is niet zozeer een kwestie van kiezen maar van hoe dingen ontstaan. Tussen de verschillende disciplines is vaak nog geen echte synergie. De onderlinge verschillen zijn groot. Zo staan de huisarts, de verloskundige en de tandarts qua cultuur en zakelijkheid heel verschillend in het leven. Desondanks denk ik dat we op termijn steeds meer multidisciplinaire gezondheidscentra zullen gaan zien, een soort eerstelijns ziekenhuisjes. Dat is wat de patiënt wil: zoveel mogelijk voorzieningen op één locatie. Ook voor de medici heeft dat voordelen: ze kunnen kosten en voorzieningen delen, en overleg en waarnemen worden makkelijker. Die behoefte is er en die tendens zal doorzetten. Ik vind dan ook dat gemeenten en koepelorganisaties dit meer zouden moeten faciliteren.

Voor meer info: www.adiuvans.nl
[ < terug ]

aanverwante artikelen: