Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Patiëntveiligheid, een kwestie van discipline
Patiëntveiligheid, een kwestie van discipline

Patiëntveiligheid, een kwestie van discipline


datum

01-11-2007

medium

Medisch Ondernemen

auteur

Corien van Zweden


Patiëntveiligheid is de laatste jaren wereldwijd hoog op de agenda komen te staan, met name in de Verenigde Staten. In Nederland is het thema relatief laat opgepikt. Dat stelt ziekenhuisbestuurder en voormalig inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg Herre Kingma: ‘We hebben erg lang gedacht dat we het in Nederland allemaal goed voor elkaar hadden. Dat beeld blijkt niet helemaal te kloppen.’

‘Patiëntveiligheid is heel ouderwets een kwestie van discipline. Een goed gesprek helpt niet om de bacteriën tegen te houden. Er moeten gewoon regels komen waar iedereen zich aan houdt.\' Dat zegt cardioloog en topbestuurder Herre Kingma. In zijn vorige functie als inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg heeft Kingma gepleit voor meer aandacht voor het patiëntveiligheidsbeleid in de Nederlandse ziekenhuizen. Dat was hoog tijd, vond hij. Tegenwoordig moet Kingma als voorzitter van de raad van bestuur van de ziekenhuisgroep Medisch Spectrum Twente (MST) dat beleid in praktijk zien te brengen. ‘Een actief patiëntveiligheidsbeleid is anno 2007 hard nodig,’ zegt hij. ‘Vroeger had je de strenge hoofdzuster die de hygiëne bewaakte. Die is afgeschaft met alle gevolgen van dien. Ik denk dat het met de hygiëne in de ziekenhuizen rond 1900 beter gesteld was dan ten tijde van de recente eeuwwisseling. Daar moet iets aan gebeuren.’

In het MST in Enschede en Oldenzaal waar Kingma sinds 2006 de leiding heeft, is de patiëntveiligheid inmiddels een belangrijk aandachtspunt. ‘Er is veel winst te behalen,\' meent Kingma. \'Je kunt in dit vak de risico’s weliswaar niet terugbrengen naar nul, maar het is wel goed om daarnaar te streven. Dat betekent dat je allereerst goed moet gaan meten. Als je niet meet, weet je niet waar je het over hebt en zie je alleen de complicaties. Daar kun je geen beleid op maken.’ In de plannen voor 2008 heeft het MST een aantal speerpunten geformuleerd die de patiëntveiligheid moeten vergroten. ‘Als je iets aan de veiligheid van patiënten wilt doen, moet je je eerst afvragen waar de grootste risico’s zitten,\' zegt Kingma. \'Voor een patiënt blijkt het verblijf in het acute segment van het ziekenhuis het meest risicovol te zijn. Dan gaat het dus over de operatiekamers, de recovery, de intensive care en de afdeling spoedeisende hulp. Daar gaan we ons allereerst op richten.’

Volgens Kingma moet het patiëntveiligheidsbeleid altijd in samenhang worden gezien met beleid om de doelmatigheid en de effectiviteit in het ziekenhuis te vergroten. Hij zegt: ‘Je moet die processen niet los zien van elkaar. Efficiënter werken zal in veel gevallen ook betekenen dat je veiliger gaat werken. Om de veiligheid van patiënten te kunnen garanderen, moet je alle stappen in het proces kennen en dat zal ook leiden tot meer efficiency. De zorgsector is de laatste jaren zo complex geworden, dat we sowieso gedwongen worden om efficiënter te gaan werken. En dat zorgt weer voor kostenreductie. Het hangt allemaal met elkaar samen.’

De eis om vooral veilig te werken geldt voor alle sectoren in de zorg. Kingma: ‘Een ziekenhuis is een groot bedrijf. Daar werk je met z’n allen aan veiligheid. Voor een medicus die zelfstandig werkt, ligt dat lastiger. Hij moet het allemaal alleen of met een paar anderen doen. Toch is hij aan precies dezelfde eisen op het gebied van patiëntveiligheid bloot gesteld. In economisch opzicht is de zelfstandige medische praktijk al een hachelijk avontuur, maar ook de eisen op het gebied van veiligheid zullen in een kleine praktijk extra zwaar wegen. Toch zie je dat er ook in die sector steeds meer aandacht is voor het thema. Zo is er tegenwoordig geen tandarts meer die nog zonder handschoenen werkt. Los hiervan heeft de zelfstandige praktijk natuurlijk ook veel voordelen. In een kleine groepspraktijk is het makkelijker om als team te functioneren dan in de logge ziekenhuisorganisatie.’

De basis voor het huidige beleid ten aanzien van hygiëne en infectiepreventie is volgens Kingma in het midden van de 19de eeuw gelegd. Hij vertelt: ‘Het is begonnen met de Weense arts Semmelweis, die ontdekte hoe je kraamvrouwenkoorts kunt voorkomen door hygiënischer te werken. Semmelweis geldt als de vader van de antiseptische methode. Zijn opvattingen zijn de basis voor het denken geworden. Vroeger hing in alle ziekenhuizen zo’n specifieke lucht van ontsmettingsmiddelen. Letterlijk alles werd met ontsmettingsmiddelen behandeld. Daar is men in de loop der tijd een beetje van teruggekomen, voor een deel terecht. Maar we zijn te ver doorgeschoten. Er is hernieuwde aandacht voor hygiëne nodig.’

De eersten die de patiëntveiligheid in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw weer op de agenda zetten, waren de Amerikanen. Het begon met een rapport van het gezaghebbende Amerikaanse Institute of Medicine, waaruit bleek dat er jaarlijks in Amerikaanse ziekenhuizen tussen de 50.000 en 100.000 vermijdbare doden te betreuren waren. Kingma: ‘Dat was een alarmerend bericht. In eerste instantie reageerde men in Nederland terughoudend: dat was in Amerika, bij ons zou het wel meevallen. Maar inmiddels is er ook in Nederland onderzoek gedaan door het Nivel (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Daarin wordt geconcludeerd dat er in Nederlandse ziekenhuizen ieder jaar minstens 1700 vermijdbare doden vallen. Dat zijn vier of vijf vliegtuigen vol. Ik denk overigens dat het een conservatieve schatting is. Het werkelijke aantal zou wel eens hoger kunnen liggen.\'

Hoe komt het dat we in Nederland de patiëntveiligheid pas relatief laat serieus zijn gaan nemen? Kingma: \'We zijn er lang van overtuigd geweest dat de Nederlandse gezondheidszorg op een hoog peil stond. Tot in de jaren 70 van de vorige eeuw was dat waarschijnlijk ook zo, maar daarna zijn we steeds meer tot de Europese middenmoot gaan horen. Daarbij gaat het om gemiddelden. Er zijn deelterreinen waarop Nederland zeer goed presteert, maar wat het veiligheidsbeleid betreft zijn we allerminst koploper. In eerste instantie vond men dat gepraat over grote aantallen vermijdbare doden paniekzaaierij. Het lijkt een soort rouwproces: na de fase van de ontkenning is nu langzaam het besef gedaagd dat er ook bij ons wel degelijk wat te verbeteren valt als het gaat om patiëntveiligheid.\'

Medische missers en fouten vormen een lastig onderwerp, vindt Kingma. Er wordt in dat verband al snel gesproken over schuld en straf. Het is de vraag of dat altijd terecht is. Kingma: \'De mens is altijd de zwakste schakel. Vergissen is menselijk. Het akelige is alleen dat een vergissing in de gezondheidszorg zulke fatale gevolgen kan hebben. Neem een verpleegkundige met een fantastische staat van dienst en 30 jaar ervaring, die op een dag per ongeluk de dokter de verkeerde ampul aan geeft. De dokter vergeet te checken of het de goede ampul is en de patiënt sterft aan de gevolgen. Zijn die arts en verpleegkundige schuldig? Iedereen kan zich vergissen. Ik vind dat we heel terughoudend moeten zijn met schuldigverklaringen. En ik ben erg voor blamefree reporting. Het is belangrijk dat fouten en incidenten veilig gemeld kunnen worden, maar dan moeten we er wel van leren.\'

Natuurlijk zijn er uitzonderingsgevallen, geeft Kingma toe. \'Af en toe heb je duidelijke gevallen van individuele schuld. Artsen die lui, nonchalant, overmoedig, roekeloos of incompetent zijn, mogen niet vrij uit gaan. Maar dat komt niet zo vaak voor. Een ander punt is de eventuele schade voor de patiënt. Een fout kan weliswaar niet verwijtbaar zijn, schade is er vaak wel. En die moet worden vergoed. In Zweden bestaat daar een verzekering voor. Schade die het gevolg is van fouten waar niemand schuldig aan is, wordt vergoed. Ik zou zoiets in Nederland ook wel willen invoeren, maar er zijn nogal wat tegenstanders. Zij vrezen dat artsen te nonchalant zullen gaan werken als er zo\'n verzekering zou bestaan. Daar geloof ik niets van. Artsen hebben hun beroepseer.\'

De patiëntveiligheid en de kwaliteit spelen een belangrijke rol bij het opstellen van de bekende ranglijsten van de beste ziekenhuizen. Vindt Kingma dat soort lijstjes zinvol? \'Als een ziekenhuis één keer hoog op zo\'n lijst voorkomt, zegt dat naar mijn idee niet zoveel. Maar als een ziekenhuis jaar in jaar uit in de middenmoot scoort en ieder jaar verder wegzakt, dan is er wel iets aan de hand. Het probleem met die ranglijsten is dat de vergelijking vaak niet deugt. Je ziet dat een klein ziekenhuis midden in de bossen op nummer één staat, terwijl de academische ziekenhuizen met hun lastige patiëntengroepen vaak slecht scoren. Dan denk ik: je gaat toch ook de Hema niet met de Beijenkorf vergelijken?\'

Kingma ziet niks in een kwaliteitsregister voor artsen. \'Een soort Michelingids voor dokters? Ik zou er niet voor zijn,\' zegt hij. \'Bij restaurants is dat wat anders. Als je in een driesterrenrestaurant wilt eten, bel je op om te reserveren en kun je over zeven weken komen dineren. Maar we kunnen natuurlijk nooit met z\'n allen bij die ene vijfsterrendokter terecht.\' Kingma heeft wel een ander idee om kwaliteit te meten. \'Je zou de DBC\'s daar prima voor kunnen gebruiken. Dan krijg je een DBUC: een Diagnose Behandeling Uitkomst Combinatie. Neem als voorbeeld de DBC blindedarmontsteking. Stel dat de uitkomst daarvan is dat 90% tot 95% van de patiënten na de ingreep zonder problemen het ziekenhuis verlaat. Je kunt dan vaststellen of jij als dokter onder of boven die norm presteert. Dat lijkt me zinvol om te weten.\'

Het is volgens Kingma niet te vermijden dat prestaties, uitkomsten en dus ook fouten en missers in de openbaarheid komen. Hij zegt: \'Iemand gaat op een dag zo\'n kwaliteitsregister van artsen maken. Daar ben ik van overtuigd en je kunt er weinig aan doen. Ik denk dat we de openheid als een fact of life zullen moeten gaan beschouwen. Dat is kijken in de doos van Pandora en niet iets waar we per sé gelukkiger van worden. Maar we zullen het moeten accepteren. Het hoort bij deze tijd.\'

MEDISCH CENTRUM TWENTE
Wat zijn voor 2008 de speerpunten van het Medisch Spectrum Twente met betrekking tot veiligheid en kwaliteit?
1. Verbeteren van de acute as: (Spoedeisende Hulp, Operatiekamer en Intensive Care)
2. Verhogen van de medicatieveiligheid zowel in de acute zorg als op de overige afdelingen van het MST.
3. Invoering van het VeiligheidsManagementSysteem
4. Optimale registratie van de prestatie-indicatoren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg

CV HERRE KINGMA
J. Herre Kingma (1948) studeerde tussen 1967 en 1983 geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en specialiseerde zich in de cardiologie. Vanaf 1983 was hij als cardioloog achtereenvolgens werkzaam in het Academisch Ziekenhuis Groningen en het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. In 1997 werd Kingma hoogleraar klinische cardiovasculaire farmacologie in Groningen. Daarnaast vervulde hij tal van bestuurlijke functies. Zo was hij tussen 1995 en 1997 bestuursvoorzitter van de Orde van Medisch Specialisten en in dezelfde periode lid van het dagelijks bestuur van de KNMG. Vanaf 2000 was Herre Kingma zes jaar lang inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg. Sinds 2006 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van de Ziekenhuisgroep Medisch Spectrum Twente.



[ < terug ]

aanverwante artikelen: