Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Sterk collectief
Sterk collectief

Sterk collectief


datum

01-12-2007

medium

Medisch Ondernemen

auteur

Corien van Zweden


In veel ziekenhuizen zijn de afgelopen jaren een soort \'supermaatschappen\' gevormd, waarin zoveel mogelijk specialisten van verschillende disciplines deelnemen. De maatschap Vrijgevestigde Specialisten Alkmaar (VSA) was één van de eersten. Medisch Ondernemen sprak met hun kersverse voorzitter. \'Als je een goed functionerend collectief hebt, is je onderhandelingspositie sterker.\'

‘Het is een slechte zaak als je met z’n allen in hetzelfde ziekenhuis werkt, maar geen enkel samenwerkingsverband hebt. Wij hebben als specialisten van het Medisch Centrum Alkmaar de verantwoordelijkheid voor de zorg in de regio. Om die zorg op een goede manier vorm te kunnen geven, moeten we constructief samenwerken.’ Dat zegt gynaecologe Yvonne van Kasteren die recentelijk werd gekozen tot voorzitter van de Vrijgevestigde Specialisten Alkmaar. De VSA is een samenwerkingsverband van ruim honderd specialisten, die allemaal werkzaam zijn in het Alkmaarse ziekenhuis. Van Kasteren: ‘Het merendeel van de specialisten van ons ziekenhuis doet mee in de VSA. We vertegenwoordigen met elkaar zo’n 17 disciplines. Een groot collectief heeft veel voordelen.’

Het voorzitterschap van zo’n omvangrijke club met veel verschillende leden, is \'niet echt een makkelijk baantje\' zoals Yvonne van Kasteren zelf zegt. Ze zal er de komende tijd zeker drie tot vier dagdelen per week aan kwijt zijn. Daarvoor is ze vrijgesteld. Daarnaast blijft ze nog een aantal dagen per week als gynaecologe aan het werk. Die combinatie van het klinische en het bestuurlijke vindt Van Kasteren aantrekkelijk. \'Dat houdt het leuk en levendig,\' zegt ze. \'Ik hou van bestuurswerk, maar ik ben ook een doener. Ik vind het fijn om met mijn handen te blijven werken. In beide functies moet je snel kunnen analyseren hoe een probleem in elkaar zit. En talent voor organisatie en structuur is zowel in de kliniek als op de voorzittersstoel zeer nuttig. Door de combinatie van taken zie je bovendien allerlei verbanden.\'

De VSA bestaat sinds 1997. Inmiddels zijn er in veel Nederlandse ziekenhuizen van dat soort multidisciplinaire maatschappen, maar destijds was het concept nog vrij nieuw. Waarom kozen ze in Alkmaar voor een ‘supermaatschap’? Van Kasteren: \'Het was eigenlijk vooral de dreiging van buitenaf die de specialisten deed besluiten om de handen ineen te slaan. Tegen het eind van de jaren negentig werd steeds duidelijker dat er veel ging veranderen in de zorgsector. Eerst ontstond het lokale initiatief Tijd voor Vernieuwing. Daar is de VSA uit voortgekomen. Er gebeurde veel in die tijd. De vergoedingenstructuur van medisch specialisten ging op de schop, maar we wisten nog niet precies welke kant het op zou gaan. Vanuit Den Haag kwamen telkens nieuwe regelingen en bepalingen. De onzekerheid was groot. Dat schiep een band.\'

Ondanks die gemeenschappelijke onzekerheid was het nog niet zo makkelijk om al die verschillende specialisten met hun diverse wensen en behoeften in één collectief te verenigen. Van Kasteren: ‘De onderlinge verschillen zijn groot. Je ziet verschillende werkstijlen, verschillende vakken en verschillende culturen. Bovendien hebben we binnen de VSA te maken met zowel oudere specialisten als met jonge garde. Zo’n samenwerkingsverband gaat niet over vakinhoudelijkheid, maar over geld en kwaliteit van zorg. In die begintijd was het belangrijkste doel van de VSA om rust te creëren voor de professionals, zodat ze zich weer gewoon bezig konden houden met hun werk. Daarnaast streefden we naar ontschotting: de verschillende disciplines waren te zeer eilandjes geworden. En dat is eigenlijk vreemd, als je samen in hetzelfde ziekenhuis werkt. De ziekenhuisdirectie heeft van het begin af aan positief gestaan tegenover een groot collectief. Ook voor hen is ontschotting altijd een belangrijk doel geweest.’

Niet alle Alkmaarse specialisten hebben zich aangesloten bij de VSA: de microbiologen, de plastisch chirurgen de kaakchirurgen doen niet mee. Waarom niet? ‘Toetreden tot zo’n grote maatschap is best een ingrijpende beslissing voor medici,’ zegt Yvonne van Kasteren. ‘We kiezen er uitdrukkelijk voor om vrijgevestigd te blijven, maar toch geef je als lid van zo’n grote maatschap een deel van je autonomie op. Niet iedereen wil dat. Daarbij kwam dat we de inkomens wilden harmoniseren. Dat was geen eenvoudige opgave. We hebben een verrekeningstraject afgesproken dat vijf jaar duurde. Dat gelijk trekken van de inkomens was niet voor alle specialisten interessant. De echte veelverdieners zaten waarschijnlijk te ver af van het gemiddelde winstaandeel dat binnen de VSA wordt uitgekeerd. Die bleven liever apart.’

Een van de doelstellingen van de VSA was dat de leden van de maatschap loon naar werken moesten krijgen. Om te bepalen waar iedereen recht op had, zou er een werklastmeting moeten komen. Van Kasteren vertelt hoe ingewikkeld dat proces was. ‘De onderlinge verschillen in werklast zijn groot en vaak is dat lastig te meten. De ene arts eet in tien minuten een boterham achter zijn bureau, terwijl de ander naar huis gaat om uitgebreid te lunchen. De een werkt vaak in de nachtelijke uren, terwijl de ander alleen op kantooruren aanwezig is. Hoe ga je dat meten? In de meeste ziekenhuizen is zo’n werklastmeting slecht van de grond gekomen, omdat iedereen inziet dat zo’n traject heel makkelijk te manipuleren valt. We hebben destijds afgesproken dat alleen de disutility van gynaecologen, chirurgen en anesthesisten verrekend wordt, omdat zij de meeste diensten draaien. Maar het blijven ingewikkelde discussies waarbij de emoties soms hoog oplopen. In de loop der tijd is men steeds meer gaan morren. Daarbij gaat het niet eens zozeer om grote bedragen, maar vooral om principes.’

Wat maak de VSA ondanks alle discussies en het voortdurende gemor dan toch interessant? Van Kasteren moet lachen om die vraag. ‘Ik geloof heel erg in een sterk collectief,’ zegt ze. ‘Natuurlijk is er gemopper, maar de voordelen van een grote maatschap zijn onmiskenbaar. Als collectief hebben we een sterke onderhandelingspositie. We kunnen als groep het gesprek met de Raad van Bestuur of met de zorgverzekeraars aangaan. Anders zouden 26 clubjes van specialisten elk apart aan de onderhandelingstafel plaats moeten nemen. Er is veel te doen in de zorgsector en de veranderingen gaan snel. Dat is voor een individuele arts nauwelijks bij te houden. Nu kan het bestuur van het collectief zich daarin verdiepen en de discussie voeren. We willen allemaal dat de kwaliteit van zorg op de eerste plaats komt. Daar kunnen we ons als club sterk voor maken.’

Hoewel in Nederland de afgelopen jaren meer multidisciplinaire maatschappen zoals de VSA zijn opgericht, is er ook een tendens waarneembaar in een andere richting: specialisten van één discipline verenigen zich in grote regionale maatschappen. Hoe verhouden die twee ontwikkelingen zich dat tot elkaar? Van Kasteren: ‘Die tendens zien we hier in Alkmaar ook. Zo hebben de cardiologen de VSA onlangs verlaten om samen te gaan werken in een grote regionale maatschap van cardiologen. Ik begrijp waarom ze dat willen, maar ik denk tegelijkertijd dat een maatschap als de VSA bestaansrecht houdt. Specialisten binnen een en hetzelfde ziekenhuis hebben veel gemeenschappelijke belangen en verantwoordelijkheden. Hoe het in de toekomst zal gaan, weet ik niet. Er is op dit moment zoveel beweging. Zelf vind ik het belangrijk om altijd een mix na te streven: er moet een prikkel tot productie zijn, maar ook een vorm van solidariteit.’


Een voordeel van een groot collectief zoals de VSA is dat de maatschap zich een eigen bedrijfsarts kan permitteren. ‘Zoiets is voor een kleine maatschap natuurlijk geen optie,’ zegt Van Kasteren. ‘De beschikbaarheid van een bedrijfsarts die op kleine afstand staat, werkt heel goed. Ziekteverzuim is in de medische wereld een heel lastig punt. Een zieke arts voelt zich altijd schuldig. Je weet dat je je collega’s opzadelt met extra werk en voelt je daarvoor verantwoordelijk. Een bedrijfsarts kan in dit soort gevallen een belangrijke rol spelen, enerzijds in de begeleiding van de zieke, anderzijds in het bespreekbaar maken van de problemen die door het verzuim worden veroorzaakt. Daarnaast is de bedrijfsarts ook betrokken bij de onderhandelingen met de verzekeraars als het gaat om zaken als arbeidsongeschiktheid.’

Van Kasteren denkt dat het ziekteverzuim van medisch specialisten in de nabije toekomst een steeds groter probleem zal worden. Ze legt uit: ‘Mijn verwachting is dat het ziekteverzuim de komende jaren fors zal toenemen. Vroeger was een specialist domweg nooit ziek. Hij ging altijd door. Vaak wordt vergeten dat zo iemand meestal een vrouwelijke partner had die thuis alles opknapte. Dat scheelde veel stress. Tegenwoordig hebben jonge dokters heel vaak een hoogopgeleide partner met een eigen carrière. De belasting in termen van uren per week is weliswaar niet toegenomen, maar de totale belasting wel. Ik denk dat we steeds vaker artsen met burn out klachten zullen gaan zien. De meeste maatschappen hebben daar nog geen oog voor. Daar heerst een mentaliteit van \'niet zeuren.\' Maar ik denk dat de situatie snel zal veranderen.\'

Yvonne van Kasteren kijkt graag vooruit. Ze zegt: \'Een goed functionerend collectief is om tal van redenen van groot belang, ook met het oog op de toekomst. Je kunt niet alleen langdurig verzuim als groep veel beter opvangen, maar je kunt ook de voorwaarden scheppen voor part time banen. Dat is hard nodig, want er zijn steeds meer vrouwen in ons vak en vaak willen die in deeltijd werken. De groep mannelijke specialisten die kiest voor deeltijd wordt trouwens ook groter, maar nog steeds wil een meerderheid van de mannen full time werken. Mijn schrikbeeld is een situatie waarin alleen nog mannelijke full time werkende artsen partners zijn binnen een maatschap, terwijl het gros van de vrouwen part time werkt en in loondienst is. Ik ben niet super feministisch, maar dit lijkt me geen aantrekkelijk perspectief.\'

MULTIDISCIPLINAIRE MAATSCHAP
Wat zijn de voordelen van een grote multidisciplinaire maatschap?
Efficiency:
- Financiële en administratieve kosten kunnen gedeeld worden.
- Men verdiept zich op maatschapniveau in de ingewikkelde wet- en regelgeving.
- De Raad van Bestuur en de zorgverzekeraars hebben één aanspreekpunt bij de onderhandelingen.
Samen sta je sterker:
- In onderhandelingen met de Raad van Bestuur en/ of de zorgverzekeraars sta je als collectief sterker.
- Bij langdurige ziekte is opvang binnen een groot collectief beter te regelen dan in een kleine maatschap.
Kwaliteit:
- Specialisten binnen de maatschap voelen zich samen verantwoordelijk voor de zorg in de regio en stellen samen de kaders vast.
- Ontschotting: samenwerking gaat het denken in hokjes tegen.
- Een grote maatschap kan zich een eigen bedrijfsarts permitteren.


CV YVONNE VAN KASTEREN
Yvonne M. van Kasteren (1959) studeerde van 1977 tot 1985 geneeskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1986 begon zij aan haar opleiding tot gynaecologe in het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam en het Elisabethgasthuis in Haarlem. In 1992 werd Yvonne van Kasteren chef de clinique op de afdeling gynaecologie en verloskunde van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in Amsterdam en ging vervolgens als gynaecologe werken in het Medisch Centrum Alkmaar. Ze promoveerde in 1999 aan de Vrije Universiteit. Naast haar klinische werk is Van Kasteren altijd actief geweest in bestuurlijke functies. Zo is ze vanaf 2002 lid van de Orde van Medisch Specialisten, werkte ze als opleider en is ze sinds 2007 voorzitter van het bestuur van de Vrijgevestigde Specialisten Alkmaar.

[ < terug ]

aanverwante artikelen: