Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Cathedra van Newman – met littekens – weer te zien

Cathedra van Newman – met littekens – weer te zien


datum plaatsing

10-02-2001

medium

Kunstbeeld

auteur

Sandra Jongenelen


Littekens vertoont hij nog wel, de Cathedra van Barnett Newman, maar het schilderij keert binnenkort terug naar het Stedelijk Museum in Amsterdam Vier jaar geleden raakte het ernstig beschadigd, nadat een gefrustreerde amateur-kunstenaar het doek aan flarden sneed. De diagonale en horizontale halen van het stanleymes blijven zichtbaar, maar dat is bij zo’n monochroom (eenkleurig) schilderij onvermijdelijk, legt restaurator Elisabeth Bracht uit.

Ondanks de littekens heeft het schilderij niets aan kracht ingeboet, vindt ze. ‘Het kunstwerk van Barnett Newman is veel sterker dan de sneden die erin hebben gezeten. Het blijft overeind.’ Het museum kreeg het doek uit 1951, in 1975 onder directeur Edy de Wilde in bezit. Daarvoor was het van de Amerikaanse kunstenaar (1905-1970) zelf.

De restauratie was uniek gezien de grootte van Cathedra – bijna 2.5 x 5.5 meter – en de omvang van de schade. De sneden hadden een totale lengte van vijftien meter. Inkervingen in een abstract werk zijn bovendien moeilijk te verbloemen. Newmans doek bestaat uit verschillende blauwtinten, doorkliefd door een witte en blauwe verticale baan.

Tijdens het onderzoek voorafgaand aan de restauratie bleek dat het schilderij al twee keer eerder was beschadigd. Pikant detail: de tweede restauratie werd uitgevoerd door niemand minder dan Daniel Goldreyer, de Amerikaan die ook verantwoordelijk was voor de mislukte opknapbeurt van Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III. Dat schilderij in het Stedelijk dat dezelfde dader in 1986 met een mes vernielde, is ook van Newman. Schilderde Goldreyer de ‘rode Newman’ simpelweg over, bij Cathedra hield het rustig. Dat maakte hij alleen schoon. Ook bracht hij er een dunne vernislaag op aan.

Kort na de aanslag in 1997 besloot het Stedelijk de ‘blauwe Newman’ in eigen huis te herstellen. Nog vers in het geheugen stond het schandaal na de restauratie van Who’s Afraid. Museummedewerkers kregen een spreekverbod opgelegd, de verantwoordelijke cultuurwethouder trad af, en de Amerikaanse restaurator daagde iedere criticaster voor de rechter.

Met die commotie in het achterhoofd lag de restauratie bijzonder gevoelig, bevestigt Bracht, sinds 1974 werkzaam bij het Stedelijk. ‘Het was een zware last op je schouders. Alle ogen zijn op je gericht. Je moet het maar waarmaken. Regelmatig zaten we met de handen in het haar. Hoe gingen we het aanpakken? We hoopten dat een of andere coryfee zou zeggen hoe het moest, maar dat gebeurde niet. We hebben zelf een methode moeten kiezen.’

Om goed beslagen ten ijs te komen, begon het restauratieteam – dat behalve uit Bracht ook uit Louise Wijnberg en Irene Glanzer bestond – met een materiaalonderzoek naar onder andere de verf, de conditie van schilderij en het verfoppervlak. Daarna volgde een onderzoek waarbij vijftig documenten uit de periode 1959-1971 gebruikt werden; brieven, vaak van Newman zelf, conditierapporten, rekeningen en notities. Daaruit bleek dat Newman zeer betrokken was bij het werk. Hij bemoeide zich intensief met de conservering en de soms jaren voortslepende verzekeringskwesties.

Nieuw voor het restauratieteam was dat ‘Gods Troon’ al twee keer eerder was gerestaureerd. In 1961 werd het katoenen schildersdoek aan de achterkant voorzien van een extra linnen doek. Ook kreeg het een nieuw spieraam en werd het licht geretoucheerd. Die restauratie was het gevolg van een beschadiging in 1959, tijdens het afbreken van de Documenta II in Kassel. ‘Daar is men verschrikkelijk slordig met het schilderij omgesprongen’, vermoedt Bracht. ‘Het is waarschijnlijk in niet-gespannen toestand gevallen, waardoor zware craquelé is ontstaan.’ Het gearceerde craquelépatroon beslaat bijna de helft van het doek en is met de neus op het schilderij nog altijd goed waarneembaar.

Aan het craquelé kunnen restauratoren niets doen, maar om herhaling te voorkomen eiste Newman dat zijn schilderij voortaan in een kist zou worden vervoerd. Toch ging het weer mis. Na een tentoonstelling in Pasadena in 1970 raakte het opnieuw licht beschadigd. Goldreyer die voorafgaand aan de tentoonstelling het conditierapport had opgesteld, mocht de schade een jaar later herstellen. Zijn ingrepen waren gering. Hij maakte het schilderij schoon en spoot er een dunne vernislaag op.

Na het bronnen- en materiaalonderzoek wist het restauratieteam exact wat van Newman was en wat latere toevoegingen waren. Maar nog steeds was niet duidelijk hoe het verder moest. ‘Vroeger zou je de bedoeking van een schilderij met zulke uitzonderlijke schade verwijderen’, legt Bracht uit. ‘Maar de lijm tussen het katoenen schildersdoek en het linnen was nog heel stevig. Zouden we het linnen weghalen, dan moesten we ook die dikke laag specie eraf halen. Dat wilden we niet. De schade was niet de bedoeking, maar de sneden. Daar wilden we ons toe beperken.’

Na die beslissing maakten de restauratoren vier kleine schilderijen à la Cathedra, inclusief de horizontale en diagonale sneden, waarop ze verschillende restauratiemethodes konden uitproberen. Als snel bleek dat het beste resultaat werd verkregen door het schilderskatoen tegen elkaar aan te plakken en het bedoekingslinnen aan de achterzijde aan elkaar te naaien. De sneden konden worden gehecht met chirurgisch naaimateriaal. Voordeel daarvan is dat de naald aan de daad vast zit. Er is geen oog en dus geen verdikking die het weefsel kan beschadigen.

Om te kijken hoe de gerepareerde sneden zich hielden, zetten de restauratoren alle proefstukken onder extreme condities in klimaattentjes. De gekozen methode hield zich goed. Alleen liepen de sneden het risico door te knikken. Dat kon worden voorkomen door aan de achterzijde van het schilderij tandtechnische staafjes losjes op het linnen te naaien. ‘Zonder de roestvrijstalen staafjes knikt het doek op een vervelende manier naar voren en achter’, verduidelijkt Bracht. ‘Nu beweegt het linnen zich heel natuurlijk.’

Voor nog meer zekerheid deed het restauratieteam ook een beroep op de TU Delft waar een computersimulatie moest laten zien hoe de sneden zich op groot formaat zouden houden. ‘De computer bevestigde ons in ons onderzoek’, zegt Bracht, ‘al was er een vervorming van een fractie van een millimeter.’

Met de restauratiemethode op zak ging het team in de zomer van 1999 daadwerkelijk van start. Kort daarvoor was de Newman overgebracht naar een atelier – ergens in Amsterdam-west – waar het schilderij op een speciaal ontworpen tafel kwam te liggen. Het doek is zo zwaar dat er zes man nodig zijn om het te tillen, maar dankzij de tafel konden de restauratoren dat alleen. Ook bevat de tafel een spansysteem en luikjes ter hoogte van de sneden, zodat de restauratoren zowel aan de voor- als achterkant kunnen werken.

Allereerst werd de open wond aan de achterkant met lijm dicht gesoldeerd, wat betekende dat alle draadjes netjes aan elkaar verbonden moesten worden. ‘Doe je dat niet precies dan kun je later plamuren en retoucheren wat je wilt, maar krijg je het niet goed.’ Daarna volgde het naaien van het linnen. Dat was ‘een verschrikkelijke klus’, die fysiek heel zwaar was en tergend langzaam ging; vijftien centimeter per dag. Eenmaal klaar was de voorkant aan de beurt en werd ‘Gods Troon’ schoongemaakt en geretoucheerd.

Ook voor het retoucheren en plamuren deden de restauratoren veel proefjes. Toch lukte het onvoldoende de verschillende dieptes op het schilderij te imiteren. ‘Daar had ik me meer van voorgesteld’, zegt Bracht. Ondanks die zelfkritiek noemt ze het uiteindelijke resultaat ‘heel bevredigend’. ‘Er zijn littekens, maar je kunt weer van het kunstwerk genieten. Wat mogelijk was, is gebeurd. Alles hebben we eruit gehaald.’

SYMPOSIUM
Het Stedelijk Museum houdt op 8 december een internationaal symposium over monochrome schilderijen. Op die dag opent ook een tentoonstelling met de vier Newmans uit het Stedelijk. Het werk hangt, verspreid over twee zalen, achter een glazen afscheiding van 130 cm hoog. Daarmee hoopt het museum een nieuwe aanslag te voorkomen.



[ < terug ]

aanverwante artikelen: