Tentoonstelling belicht dubieuze relatie tussen mens en dier |
|
datum plaatsing |
01-10-2007 |
medium |
Kunstbeeld |
auteur |
Sandra Jongenelen |
‘Nederlanders hebben een vreemde relatie met dieren’, zegt Silvia B., kunstenaar en gastconservator van de tentoonstelling Bloedmooi in het Schielandshuis in Rotterdam. ‘Aan de ene kant dragen we geen bont en keren we ons tegen de bontindustrie, terwijl we met onze flinke nertsfokkerij één van de grootste exporteurs ter wereld zijn. We hebben lange tenen als het gaat om onze huisdieren, maar sluiten het liefst de ogen voor de excessen in de bio-industrie. Eten we vlees of vis, dan willen we vooral de kop niet zien. We zijn een land van dominees, maar horen niet graag waar ons voedsel vandaan komt.’ ‘Hypocriet’, noemt ze Nederlanders op dit punt, maar omdat het nou eenmaal menselijk is om op emotionele, irrationele gronden te handelen, voelt ze zich niet geroepen daarover te oordelen. Bloedmooi stelt vooral vragen. Waarom gaan we zo om met onze dieren? En zien we wel wat we denken te zien? In die zin is de tentoonstelling geen politiek statement of campagne van actievoerders. ‘Het gaat over nu en ons, zonder vooringenomen standpunt of wijzend vingertje.’ Daarmee typeert ze tegelijkertijd haar eigen werk. Haar meisjeskopje met ponyvachtje dat ook deel uitmaakt van de tentoonstelling, doet je even slikken. Natuurlijk is ze mooi en houd je van haar ontwapenende naar beneden gerichte blik. Maar haar huid wekt ook weerzin. Een beugel omklemt haar tanden. Blijkbaar wil ze, ondanks haar dierlijke uiterlijk, net als ‘wij’ kaarsrechte tanden. Dat geeft haar bijna iets vertederends. Die combinatie van schoonheid en afstotelijkheid doordesemt de hele tentoonstelling en verklaart tevens de titel. De meeste voorwerpen zijn mooi en aantrekkelijk. Pas in tweede instantie dringt de wreedheid door. In totaal koos Silvia B. werk van zo’n vijfendertig hedendaagse internationale kunstenaars en ontwerpers, onder wie Alexander McQueen die voor het modemerk Givenchy een avondjapon met een echte geprepareerde zwanenhals maakte. Jan Fabre komt met zijn ‘keverwerk’. Er zijn paardenportretten door Charlotte Dumas en foto’s van een jongetje dat een vogel vrij laat, gemaakt door de Frans/Engelse Nadège Mériau. In de speciaal ingerichte hondenhoek is de video van de Japanse kunstenares Nagi Noda met nuffige poedels die aan een fitnesstraining meedoen, hilarisch. En wat te denken van de poedel van schapenvacht met lippenstift van de Brit Edward Lipski en de aangeklede honden van de Amerikaan William Wegman? Of de poes Poekie van Erik Klarenbeek die dankzij een onzichtbaar motortje in de buik nog altijd ‘ademt’, de twee katten die om een fles Chanel vechten van Les Deux Garçons of het slapende haasje met renjasje van de Idiots? Het konijnenhoekje – op het eerste gezicht synoniem voor knuffelen en kinderen – biedt een foto van Koen Hauser waarover discussie is geweest. Op de rand van een bed zit een jong meisje met in haar armen een gevild konijn. Het is het enige bloederige werk dat doet denken aan de kerstdagen, als Flappie in de pan verdwijnt. ‘Tegelijkertijd heeft het meisje waarschijnlijk ook knuffels van konijnen- of kattenbont’, zegt Silvia. Onlangs hoorde ze dat er binnenkort wetgeving komt om de import van honden- en kattenvacht uit China te verbieden. Konijnenbont mag nog wel. Ze noemt het een ‘hele rare situatie’, zeker gezien onze enorme nertsexport. ‘Het geeft aan hoe dubbelhartig we zijn als het gaat om onze huisdieren. Met bijvoorbeeld schelpen identificeren wij ons niet. Die vinden we niet zielig. Maar dacht je dat we hebben gewacht tot opa-schelp doodging om er een lampje in te zetten?’ Eén van de meest controversiële beelden zijn de twee opgezette varkentjes van het Belgische duo Happy Famous Artists met springstof rond hun middel. De opgezette dieren zien eruit als zelfmoordcommando’s en verwijzen naar dat soort acties. Dat het collectief onreine dieren als varkens voor de suïcide-daad inzet, maakt het werk extra beladen. Op een andere manier geldt dat ook voor de getatoeëerde varkenshuid van Wim Delvoye. De Belgische kunstenaar heeft in China een varkensboerderij, waar hij de dieren onder verdoving stukje bij beetje tatoeëert. Is het bizarre doorgeschoten kunst? Of stelt hij daarmee aan de kaak dat zíjn dieren een redelijk normaal leven leiden, terwijl ‘onze’ varkens in korte tijd worden opgepompt om zo snel mogelijk klaar te zijn voor consumptie? In Mexico zag Silvia B. eens een stierengevecht. Het beest stierf in de laatste ronde, na een behoorlijk goed leven; veel beter dan onze kistkalveren. ‘Moeten wij dan roepen om een verbod, terwijl we elke dag kipfilet eten? Folkert van der G. vocht al jaren voor sluiting van de nertsindustrie. Dat Pim Fortuyn dat als onzin afdeed, moest hij met de dood bekopen. Dat keur ik niet goed, maar ik snap het wel een beetje. Aan de lopende band doden we dieren. Gaat er één mens dood dan staan we op onze achterste benen.' De getatoeëerde varkenshuid die net als de zelfmoordvarkentjes is te zien in de Bontzaal van het Schielandhuis, is een bruikleen van Museum Het Domein in Sittard. Voorwerpen op Bloedmooi komen onder andere ook van het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement in Utrecht dat opwindbare zangvogeltjes afstond. Een tas in de vorm van een varken met hengsel uit een museum in Genève haalde de tentoonstelling niet, omdat het museum een vergoeding van vijfduizend euro vroeg. Ondanks enkele heftige werken overheerst een nostalgische sfeer in de als Wonderkamers ingerichte zalen van het Schielandshuis, vertelt Silvia B., die onder andere de even maanden directeur was van het inmiddels opgeheven, kleinste museum ter wereld: Museum Van Nagsael. Bij Bloedmooi koos ze in eerste instantie voor schoonheid; niet voor het choqueren. ‘Het gaat me om de verwarring, de dubbele waarheden. De kunst wordt ingezet om het denken op gang te brengen. Choqueren stopt het denken.’ Het hedendaagse werk combineerde ze met objecten van dierlijk materiaal uit de collectie van het Rotterdams Historisch Museum, waar het Schielandshuis deel van uitmaakt. Veelal gaat het om de nalatenschap van particulieren, waaronder een cape van zwanenveer of luxe kijkertjes van ivoor. Door in de databank de zoekterm ‘dierlijk materiaal’ in te toetsen, doken onverwachte kunstwerken op. De conservator schilderkunst kwam bijvoorbeeld aanzetten met een waardevol werk van de zeventiende-eeuwse classicistische schilder Adriaen van der Werff. Het was geen dierlijk pigment in de verf dat de doorslag gaf, maar de lijst om het schilderij. Die was gemaakt van schildpad. Behalve de museale collectie zette Silvia B. ook haar gehele privé-collectie ‘dierlijkheden’ in, curiosa van dierlijk materiaal. Denk daarbij aan souvenirs als krukjes van hertenpoten, lampen van schelpen en damestasjes van krokodillen- en ratelslangleer. Maar ook een met bisonkit (what’s in a name) aan elkaar gelijmde rechtopstaande Cobra. ‘Het zijn’, verduidelijkt Silvia, ‘eigenlijk spulletjes die je in huis haalt om de gezelligheid te verhogen.’ Haar eerste aankoop, bijna tien jaar geleden op een markt, was een naaimandje van gordeldier. Het had een hengsel dat was ontstaan doordat de staart van het dier in zijn bek was geklemd. De handjes waren over de oogjes geslagen. ‘Eerder zag ik die dingen ook al, maar legde ik ze altijd weer terug. Nu lag het als in een soort tweede dood tussen die troep en moest ik het meenemen.’ Wat volgde leek op een verslaving. Een jaar lang bezocht ze zes keer per week Nederlandse en Belgische snuffelbeurzen en vlooienmarkten en voelde ze zich letterlijk op jacht. ‘Ik ontwikkelde een oog voor organische spullen. Vond ik niks dan zag ik soms iets onder tafel liggen; een hond. Met mijn ogen had ik hem al uitgekleed.’ Ze vertelt over haar dubieuze gevoelens. ‘Je wilt scoren. Ik zocht buit, maar eigenlijk wilde ik ook dat het er niet zou zijn.’ Op haar ‘strooptochten’ tikte ze merkwaardige dingen op de kop, zoals een nogal boertige, platte hertenpoot aan een ketting en een tamelijk afstotende krokodillenpoot als sleutelhanger. ‘Wie wil dat nou hebben?’ En wat te denken van een minipoedel van konijnenbont, compleet met gouden kettinkje? En dan is er een ‘heel lelijk opgezet hondje’ van nerts, een totaal mislukt amateur-product? Wie maakt zoiets absurds? En wie koopt het vervolgens? De verzameling zorgde voor veel verwarring. In de tentoonstelling laat ze bijvoorbeeld een kop van een kangoeroe zien, met daarbij een miniatuur-kangoeroe met baby in de buidel. ‘Bijna iedereen denkt dat het echt is. Het komt heel natuurlijk over, maar kan helemaal niet.’ Een groot deel van haar collectie staat op de Lijst ter bescherming van bedreigde diersoorten, wat inhoudt dat je er niet in mag handelen. Bij import neemt de douane het materiaal in beslag. Maar met uitzondering van neushoorn- en tijgerbot is het bezit niet strafbaar. ‘Je kan moeilijk alle oma’s een boete geven’, grapt Silvia. Bij heel veel grootmoeders ligt nog wel ergens een slangenleren tasje in de kast. Ook al is dat nu verboden, in hun jonge jaren was het gewoon te koop. Toen Silvia B. onlangs ergens schoenen van slangenleer zag staan, krapte ze zich dan ook achter de oren. Hoe kon dat nou? Het antwoord van de verkoopster was op zijn minst verrassend. Het betrof scharrelslang; helemaal niks aan de hand dus. Bloedmooi - onze dubieuze relatie met het dier. 4 oktober 2007 – 30 maart 2008. Historisch Museum Rotterdam - Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. Catalogus Bloedmooi/Bloody Beautiful. Onder de titel Bloody Beautiful is vanaf eind oktober bij Galerie RONMANDOS in Rotterdam ook een selectie te zien met werk van de kunstenaars die in het Schielandshuis exposeren. Haarlem staat vanaf november in het teken van vogels. Onder de titel Bird Watching vindt vanaf 17 november t/m 23 december in de Vishal een internationale tentoonstelling plaats met werk van hedendaagse kunstenaars. Gastconservator is Tanya Rumpff die in haar galerie ook op het thema aansluit met werk van Joost van den Toorn en Emo Verkerk. Vanaf 3 november presenteert Teylers Museum Vogels van Formaat, waarin het museum zijn eigen exemplaar toont van het grootste en duurste boek ter wereld: The Birds of America van de Amerikaanse vogelschilder John James Audubon (1785-1851). Bij Christie’s bracht een exemplaar van het boek vijf jaar geleden 8.8 miljoen dollar op. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
