KunstKoop bedreigt met opheffing |
|
datum plaatsing |
01-10-2007 |
medium |
Kunstbeeld |
auteur |
Sandra Jongenelen |
Ligt het aan minister Plasterk van Cultuur dan verdwijnt de KunstKoop, de regeling waarmee particulieren een kunstwerk op afbetaling kunnen kopen. In de Cultuurbegroting die op Prinsjesdag werd gepresenteerd, levert het schrappen van de subsidie € 800.000,- op. De KunstKoop die tot vorig jaar KunstKoopRegeling heette, maakt het mogelijk een aankoop in termijnen te financieren. Gespreid over drie jaar komt een schilderij van bijvoorbeeld vierduizend euro neer op honderd euro per maand. De overheid vergoedt de rente. Erik Bos, vice-voorzitter van de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) en drijvende kracht van Galerie Nouvelles Images, spreekt van een ‘gevoelige klap’ die niet alleen ‘rampzalig’ is voor galeries, maar ook voor kunstenaars en kopers. ‘Vooral voor jonge en beginnende verzamelaars wordt het moeilijk om nog kunst te kopen.’ De Mondraan Stichting die de regeling uitvoert, is verbijsterd. ‘Het staat volkomen haaks op de beleidsintenties van de minister’, zegt directeur Gitta Luiten. ‘Nagenoeg alle subsidies zijn gericht op de productie van kunst. De KunstKoop is één van de weinige instrumenten die de vraag stimuleert.’ Ook de Raad voor Cultuur begrijpt niets van het voornemen. ‘Het past niet in het door de regering nadrukkelijk verwoorde streven naar meer participatie bij kunst en cultuur.’ Doordat de KunstKoop de aanschaf van kunst aanmoedigt en vergemakkelijkt, maakt ze kunst juist toegankelijker voor een breder publiek. In het advies Innoveren, Participeren! dat de raad in maart uitbracht, pleitte zij er dan ook voor om de KunstKoop actiever te promoten. De aangekondigde maatregel is eveneens merkwaardig gezien het regeringsbeleid om meer jongeren te bereiken. Want dankzij een actieve marketing slaat de KunstKoop juist bij deze doelgroep aan. De helft van de klanten is onder de 44 jaar. Over het algemeen zijn ze hoogopgeleid, maar een aanzienlijk deel heeft geen hoog inkomen. Cijfers leren dat er ongeveer elfduizend KunstKoop-gebruikers zijn. Ze verwierven vorig jaar voor € 10.2 mln aan kunst, gemiddeld iets meer dan drieduizend euro per werk, wat de Mondriaan Stichting iets meer dan zeven ton aan rente kostte. Economen spreken in zo’n geval van het multiplier-effect: één euro overheidsgeld zorgde voor een omzet van circa zestien euro. Cijferwerk van Roland Janssen van Galerie Willy Schoots laat zien dat de regeling zelfs budgetneutraal of mogelijk profijtelijk is. Dat heeft te maken met de zes procent btw die kunstenaars over die tien miljoen betalen. Dat bedrag van zes ton euro vloeit terug naar de staatskas. Maar er is meer, want zowel kunstenaars als galeries betalen ook gewoon belasting over de ‘genoten’ tien miljoen. Iets meer dan veertig procent zegt met de KunstKoop een extra kunstwerk te hebben gekocht. Daarnaast gebruikt dertig procent van de klanten de subsidie om een duurder kunstwerk aan te schaffen. Zonder de regeling zou meer dan de helft van de kopers de hand op de knip houden. Onder hen de directeur van de Mondriaan Stichting zelf. ‘Ook ik heb niet zomaar drieduizend euro liggen.’ Datzelfde geldt voor verzamelaar Max Lumankun, die in Den Haag een restaurant drijft. Hij financiert inmiddels zes kunstwerken via de regeling, onder andere van Marjolein de Wit en Frank van der Salm. ‘Ik wens mijn galeriehouder veel sterkte, want zonder subsidie wordt het voor mij heel moeilijk kunst aan te aankopen.’ Sinds Lumankun door een kennis op het bestaan van de KunstKoop werd gewezen, gedraagt hij zich als een ambassadeur. ‘Al mijn vrienden en kennissen heb ik het aangeraden. Dat zijn mensen die goed beginnen te verdienen en zich de luxe van kunst kunnen permitteren, maar niet zomaar drie- of vierduizend euro hebben liggen.’ In aanmerking voor de KunstKoop komen galeries die aan bepaalde kwaliteits- en professionaliteitcriteria voldoen. Vanaf begin dit jaar zijn dat er 132. In die zin stimuleert de KunstKoop niet alleen het kopen van kunst, maar vooral de aanschaf van kwaliteit, zegt Luiten. Het belang wordt volgens haar ook in het buitenland gezien. ‘In Duitsland is men heel enthousiast en zijn ze bezig hem in te voeren. Groot-Brittannië kent sinds een paar jaar Own Art, dat op de KunstKoop is gebaseerd.’ Plasterk wil de bezuiniging doorvoeren in het kader van het profijtbeginsel, dat inhoudt dat relatief rijke mensen die van cultuursubsidie gebruik maken, zelf meer moeten betalen. Maar Bob van ’t Klooster, woordvoerder van het ministerie van OCenW, zegt dat de maatregel niet vanuit een andere optiek is ingegeven. ‘Gebleken is dat er tientallen galeries zijn met vergelijkbare initiatieven. Als de markt een goed idee overneemt, is het tijd je terug te trekken.’ Maar wat dan met het streven naar meer participatie, vooral onder jongeren? En hoe zit het met de beleidsintentie om de vraag in plaats van telkens het aanbod te stimuleren? Van ’t Klooster: ‘Dat was niet de invalshoek. Als de sector het zelf oppakt en zijn eigen broek ophoudt, kan de overheid het geld in de zak houden.’ Maar ook een ander argument speelde. ‘Heel veel galeries vallen buiten de regeling en dat zorgt voor oneerlijke concurrentie.’ Bij Erik Bos schiet die laatste opmerking in het verkeerde keelgat. Het heeft daar niets mee te maken, zegt hij. Bovendien was vanaf het begin in 1984 duidelijk dat een beperkt aantal galeries er gebruik van zou maken.’ Hij wuift ook het eigen initiatief van tafel. ‘Als kleine galerie kan je zelf misschien een maandelijkse betalingsregeling treffen, maar als grote professional geeft dat te veel administratieve rompslomp. En stel dat er niet wordt betaald. Dat moet je mensen telkens achter hun broek zitten.’ Maar ook kunstenaars hebben geen baat bij privé-regelingen. Bij de KunstKoop maak je als galeriehouder in één keer het verschuldigde bedrag over. Bij een eigen aflossingsconstructie zit je aan termijnen vast. ‘Dat betekent dat een kunstenaar bijvoorbeeld 36 maanden lang vijftig euro per maand krijgt. Dat is toch vreselijk?’ Het schrappen van de KunstKoop treft ook op een andere manier de inkomenspositie van kunstenaars. Houdt de helft van de kopers het geld in zijn zak, dan leidt dat hoe dan ook tot inkomensverlies. De helft van de kopers zou zonder de subsidie immers geen kunstwerk aanschaffen. Boven het kunstenaarshoofd hangt nog een andere donkere wolk, die wordt gevoed door de eerder die jaar gepresenteerde bundel Second Opinion, waarin Mondriaan Stichtingdirecteur Luiten pleit voor een herziening van het subsidiestelsel. ‘In plaats van veel kunstenaars een beetje te geven zouden minder kunstenaars een hoger bedrag moeten krijgen.’ Wordt dit voorstel daadwerkelijk beleid dan zou dat betekenen dat de overheid de kunstenaar met de ene hand de kunstmarkt opstuurt, terwijl de fragiele kunstmarkt met de andere hand een dreun krijgt toegediend. Het is te hopen dat dit scenario denkbeeldig blijkt. Zo niet dan is het de kunstenaar die dubbel gestraft wordt. Sandra Jongenelen [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
