Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Een vissersdorp vermoord
Een vissersdorp vermoord

Een vissersdorp vermoord


datum plaatsing

19-11-2007

medium

AD Haagsche Courant

auteur

Jesse Budding


Heimwee. Weemoed. Nostalgie. Elke bladzij van ‘Het brakke water’ ademt het uit. Een Hagenees zou zeggen: vroeger was het beter. Aan de hand van de redersfamilie Van der Zwan (waaruit de auteur stamt) neemt Jaap van der Zwan de lezer mee naar het Scheveningen van het interbellum. En trekt een boude conclusie over de ondergang van het vissersdorp.

“Het waren jaren waarin de Scheveningse vissersvloot de grootste van Nederland was”, vertelt een enthousiaste Jaap van der Zwan door de telefoon vanuit België. Denk overigens niet dat de sfeervol opgeschreven lotgevallen zich beperken tot het vissersdorp. De gebeurtenissen rond de Van der Zwans spelen zich af tot in Yarmouth en Berlijn toe. Maar de Scheveningse visserij staat uiteraard wel centraal.

Nadat hij al tien jaar in archieven had gespit, schreef hij in een jaar de familieroman. Inmiddels is hij ook begonnen aan deel twee van wat uiteindelijk een trilogie moet worden.

En dat voor iemand die al weer zo’n 24 jaar weg is uit het dorp. “Maar regelmatig kwam ik terug op Scheveningen”, legt Van der Zwan met pijn in het hart uit. “Ik zag de veranderingen snel gaan: de teloorgang van de gemeenschap, het dialect en vlaggetjesdag. Vroeger stonden er vreselijke krotten op Scheveningen. Die gingen een eeuw geleden tegen de vlakte, maar er werden onvoldoende huizen gebouwd voor Scheveningers. Als er wat werd gebouwd, was de huur soms de helft van hun inkomen. Dat irriteerde me.”

Van der Zwan ging op zoek naar de oorzaak van die ontwikkelingen. En maakte een schokkende gevolgtrekking. Volgens hem hebben zowel de gemeente Den Haag als de rijksoverheid het vissersdorp bewust de nek omgedraaid. In commissie. Met projectontwikkelaars als EMS en Zwolsman als loopjongens. “Het dorp werd met opzet kapotgemaakt. Het was beleid van de Haagse politiek. Al in de jaren twintig besloot men dat de nadruk moest komen op de badplaats. Daar heeft de visserij in die jaren veel van te lijden gehad. Ze kregen amper de kans om te concurreren met Engelse, Deense en Duitse vissers.”

Een belangrijke hobbel was daarbij letterlijk en figuurlijk de ‘defensiedrempel’ die de overheid had opgeworpen tussen de havenhoofden. Deze drempel diende om te voorkomen dat een vreemde mogendheid in een oorlog de haven zou binnenvaren. Van der Zwan: “Maar daardoor konden ook stoom- en motorloggers de haven niet in. De tweede haven is trouwens nooit op diepte gegraven. En omdat de gemeente geen stuwsluis naar het verversingskanaal aanlegde, werd de export bemoeilijkt. Veel schepen weken dan ook uit naar IJmuiden. Precies wat de overheid wilde: Scheveningen als badplaats. En dat had natuurlijk weer zijn invloed op de Scheveningse jeugd die daarmee in aanraking kwam.”

“Wat verloren dreigt te gaan”, aldus Van der Zwan, “wil ik vastleggen. Het is een verhaal over de tijd die eens was. Iedereen die het leest, zal die beleven.” Maar wat voor straf verdienen de moordenaars volgens hem? Van der Zwan, lachend: “Dat is een goeie! Dat kan niet meer. Die tijd krijg je ook nooit meer terug. Maar als ze het niet hadden gedaan, zou de Scheveningse haven nu barsten van de bedrijvigheid. Niet alleen visserij, maar als het kanaal er was gekomen, had het ook een deel van de Rotterdamse haven kunnen overnemen. Met een klein aantal reders en een efficiënte bedrijfsvoering had men ook kunnen concurreren met het buitenland.”

De rederijen dicht hij desalniettemin in zijn boek een hele energieke rol toe. “Heijermans heeft slecht geschreven over de mentaliteit van de reders in ‘De vis wordt duur betaald’. Dat viel hard. Ik wilde dat rechtzetten. Maar ik weet het: ik ben zelf een kleinzoon van reders.”

PASPOORT: JAAP VAN DER ZWAN
Geboren: Scheveningen.
Leeftijd: “Na m’n vijftigste ben ik gestopt met tellen.”
Loopbaan: journalist bij de Nieuwe Haagsche Courant, radioverslaggever van de NCRV en reizend politiek verslaggever bij AVRO’s Televizier. Voorts werkzaam als hoofd voorlichting van de gemeente Zoetermeer en lid van het directie-managementteam van Schiphol, belast met externe betrekkingen. Vanuit Engeland als correspondent actief voor KRO, NOS en BRT. Momenteel adviseur van luchthavens, dagvoorzitter van congressen en voorzitter van het Don Kozakkenkoor. Gepromoveerd in politicologie.
Boeken: naast vele wetenschappelijke werken ‘De dag dat het manna viel’ en ‘Het brakke water’ (17,95 euro, vanaf 24 november te koop).
Burgerlijke staat: getrouwd, drie kinderen.
Woonplaats: Geel, België.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: