Samen met vader strijden tegen de verwoestijning |
|
datum plaatsing |
04-09-2007 |
medium |
Bionieuws |
auteur |
Corien van Zweden |
Het gebied doet in eerste instantie denken aan de Kennemerduinen: lage zandheuvels met hier en daar dappere struiken die de droogte trotseren. Maar in de verwoestijnde steppe van Binnen Mongolië is geen zee te bekennen en de temperaturen lopen er makkelijk op tot 40 graden Celsius. De Chinese biologe Shouli Li doet hier haar veldwerk. 'Laatst kwam ik vier wolven tegen.' Een reportage uit de Mongoolse steppe. 'Ik wist dat verwoestijning in Binnen Mongolië een groot probleem was, maar toen ik hier voor het eerst aankwam, schrok ik toch. Ik had niet verwacht dat het zo droog en zanderig zou zijn.' Sinds een paar maanden woont biologe Shouli Li (1979) op het veldstation van de Chinese Academie van Wetenschappen op het Ordos plateau in het kurkdroge noorden van China. Tussen mei en september meet ze hier dagelijks haar struiken en planten. Over vier jaar hoopt ze op haar onderzoek naar de demografie van vier verschillende soorten te promoveren aan de Universiteit Utrecht. Het veldstation dat in 1991 werd opgericht, is gevestigd in een wit betegeld gebouw van twee verdiepingen. Op goudkleurige plakkaten naast de deur staat de naam van het station zowel in Chinese karakters als in Mongoolse kriebelletters. Shouli Li vertaalt: Ordos Sandland Ecological Station. Het gebouw ligt eenzaam tussen de dun begroeide zandheuvels. 'Tien jaar geleden was deze regio er veel slechter aan toe,' zegt een plaatselijke boer. 'Toen was het hier een echte woestijn. Dat kwam voornamelijk door overbegrazing. De boeren in dit gebied houden geiten en schapen. Die vraten ieder beschikbaar blaadje op.' De verwoestijningsproblematiek speelt een belangrijke rol in China. Ongeveer een derde van China's veeteeltgebieden is door droogte en verwoestijning aangetast. 40 miljoen Chinezen - met name boeren - ondervinden er direct hinder van: oogsten mislukken en er is niet genoeg voedsel voor hun vee. Maar ook in de grote steden hebben mensen last van de verwoestijning. 'Het aantal grote zandstormen is de laatste jaren sterk toegenomen,' vertelt een inwoner van Beijing. 'In de maand april werd de hoofdstad Beijing driemaal getroffen door zo'n hevige storm. Mensen konden de straat niet op zonder masker, er ontstonden enorme verkeersproblemen en het internationale vliegveld moest dicht.' De Chinese overheid trof de afgelopen jaren tamelijk drastische maatregelen om de verwoestijning op het Ordos plateau tegen te gaan: geiten en schapen moesten voortaan binnen blijven en er kwam een grootschalig herbeplantingsprogramma. Er werden populieren en wilgen aangeplant. Het inzaaien van kleinere struiken ging op een onorthodoxe manier: vanuit laag vliegende vliegtuigjes werden enorme hoeveelheden zaden over het gebied verspreid. De maatregelen hebben zichtbaar effect gehad: er is aardig wat jonge begroeiing te zien. De nieuwe wet wordt echter ook op grote schaal ontdoken: overdag staan de geiten netjes op stal, maar 's avonds laten de boeren hun vee toch stiekem grazen. Elke avond wandelen de kuddes in de schemering langs het veldstation. Daarnaast brengt de opkomende mijnindustrie de regio veel schade toe. En: economische ontwikkeling heeft in China nou eenmaal altijd voorrang. Onlangs is ontdekt dat er onder het veldstation veel steenkool in de grond zit. Dus hoe lang het station hier nog kan blijven, is niet te zeggen. Voorlopig kunnen de onderzoekers van het Ordos Sandland Ecological Station echter nog hun gang gaan. Biologe Shouli Li is gefascineerd door de vraag hoe de kleine struiken zich weten te handhaven in het harde klimaat van het Ordos plateau dat op ongeveer 1300 meter hoogte ligt. Ze zegt: 'Die planten hebben veel te verduren. Regen valt hier weinig: zo'n 300 mm. per jaar, waarvan het grootste deel in de korte, hete zomer. De verschillen tussen zomer en winter zijn extreem: in juli en augustus stijgt de temperatuur rustig tot 40 graden boven nul, maar in de wintermaanden kan het 40 graden vriezen.' Het onderzoek van Shouli Li richt zich op vier soorten: Hedysarum laeve, een clonaal ministruikje dat favoriet is bij geiten, Caragana intermedia dat zich laat onderstuiven en een eigen duintje vormt, Artemisia ordosica een plant die een zeer groot verspreidingsgebied heeft, helemaal tot in Siberië en tenslotte Sabina vulgaris. Shouli Li: 'Sabina is misschien wel mijn meest intrigerende soort. Het is een soort jeneverbes met horizontaal groeiende takken die weer wortelen. Een individu kan een doorsnee van wel 50 meter bereiken. In eerdere studies wordt gezegd dat sommige individuen 1000 of meer jaar oud zijn.' Shouli Li wil de levenscyclus van de planten in kaart brengen en doet daarnaast experimenten naar het effect van begrazing. Iedere werkdag vertrekt ze in alle vroegte met een grote strooien hoed op naar haar plots die op een uur lopen van het veldstation liggen. Om zich te oriënteren in de weidse steppe heeft ze rode lintjes aan takken geknoopt en gebruikt ze haar GPS. 'Het werk is best zwaar,' geeft ze toe. 'Het is hier droog en heel heet en je vindt nergens schaduw. Het meten van de planten kost een hoop tijd en ook het zoeken naar zaailingen is een enorme klus.' Gelukkig heeft Shouli Li een bijzondere en heel goede veldassistent: haar vader. 'Hij is boer en een fantastisch harde werker,' zegt Shouli Li trots. 'Toen ik mijn vader vertelde dat ik hulp nodig had, zei hij meteen: ik kom naar je toe. Zoiets spreekt vanzelf voor hem. Ik ben zijn dochter en hij wil graag dat ik kan promoveren. Zelf heeft hij nooit naar school kunnen gaan, maar hij is heel slim en begrijpt precies waar mijn onderzoek over gaat.' In het gezelschap van haar vader voelt Shouli Li zich wat minder verlaten in de eindeloze vlakte van zand en lage struiken. Dat geldt des te meer sinds ze met eigen ogen heeft gezien dat er wolven in het veldwerkgebied rondstruinen. Ze vertelt: 'Laatst was ik met mijn vader aan het meten, toen ik in de verte opeens vier forse beesten zag lopen. Die honden zijn wel heel groot, dacht ik eerst. Toen drong tot me door dat het wolven waren. Ik schrok, maar ik heb toch meteen mijn fototoestel gepakt. Sindsdien ben ik een beetje bang om het veld in te gaan. We hebben een grote stok bij ons en een heel scherp mes. Je moet dapper zijn, zegt mijn vader. Dat probeer ik.' [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
