Leve de concurrentie! |
|
datum |
september 2007 |
medium |
Medisch Ondernemen |
auteur |
Corien van Zweden |
Waarom dokters bang zijn voor concurrentie in de zorg, begrijpt hij niet. Voormalig huisarts en uitgever Ludwig Benecke juicht marktwerking juist toe. Dat zal op termijn leiden tot meer kwaliteit. Patiënten zullen kritischer worden en gaan hun artsen op kwaliteit beoordelen. 'Ik ben heel erg voor een kwaliteitsregister voor huisartsen.' 'Marktwerking in de zorg is onvermijdelijk. De introductie van het nieuwe zorgstelsel is wat mij betreft een serieuze tussenstap in de ontwikkeling naar een vrijere markt. Medici zullen moeten leren om ondernemend te denken.' Dat zegt bedrijfseconoom en arts Ludwig Benecke. Zelf is hij al sinds 1985 als ondernemer in de zorgsector actief met zijn bedrijf Benecke Consultants dat zich richt op medische educatie en communicatie. 'Concurrentie zal leiden tot meer kwaliteit, daar ben ik van overtuigd,' stelt Benecke. 'Ik ben een kind van het westers kapitalistisch denksysteem. Overal waar concurrentie is, heeft dat - met vallen en opstaan - tot meer welvaart en welzijn geleid. Dat zal in de zorgsector ook zo gaan. Natuurlijk mag het niet te ver doorschieten. Stel dat je je arts belt vanwege een noodgeval en je krijgt te horen dat de dokter die ochtend net failliet is verklaard. Dat kan natuurlijk niet. Maar aan zekere concurrente in de zorg ontkomen we niet.' Voor Ludwig Benecke is het een duidelijke zaak: medici moeten erkennen dat ze een onderneming runnen. Dat betekent nadenken over zaken als bedrijfsvoering, marketing en externe communicatie. Dat zijn de meeste artsen nog niet gewend, al is er sinds de introductie van het nieuwe zorgstelsel al het een en ander aan het veranderen. Benecke: 'Je ziet dat iedereen in artsenland een stuk ondernemender is dan een aantal jaren geleden. Maar zo'n cultuuromslag voltrekt zich niet van de ene dag op de andere. Daar is tijd voor nodig. Het moet geleerd worden om de luiken open te gooien en enig marktdenken te ontwikkelen. Dat lukt niet met één cursusje.' Volgens Ludwig Benecke bestaan er per medische beroepsgroep aanzienlijke verschillen. Wat hun ondernemingslust betreft staan de tandartsen met stip op één, vindt hij. 'Tandartsen zijn geen betere artsen, maar wel betere ondernemers.' Volgens Benecke is de gemiddelde tandarts er al sinds jaar en dag van doordrongen dat hij als medicus een eigen bedrijf runt. Hij zegt: 'De tandarts is altijd al veel zakelijker geweest. Dat had met de vergoedingenstructuur te maken. In het oude zorgstelsel dreef de tandartsenpraktijk op de particuliere patiënten, die uit eigen zak hun rekening moesten betalen. De tandarts weet al jaren hoe het is om met patiënten te moeten steggelen over een nota. Hij kent het fenomeen wanbetaler en hij weet hoe hij met patiënten moet onderhandelen.' De dagelijkse praktijk van huisartsen en specialisten zag er in het oude stelsel heel anders uit. Dat heeft hen minder zakelijk gemaakt, denkt Benecke: 'Huisartsen en specialisten hebben weinig of geen ervaring met onderhandelen opgedaan. Dat was niet nodig. Ze waren eraan gewend om gewoon een behandeling voor te schrijven. Daar was meestal geen discussie over. De verzekeraar betaalde.' Met meer marktwerking in de zorg gaat dat allemaal veranderen: elke medicus moet ondernemend gaan denken. De cultuuromslag die daarvoor nodig is, zal voor de huisarts en de medisch specialist waarschijnlijk groter zijn dan voor de toch al zakelijk ingestelde tandarts, denkt Benecke. 'Dat is precies wat ik de afgelopen jaren heb zien gebeuren. Alle medici zijn onder invloed van de grote veranderingen in de zorgsector zakelijker geworden, maar de rangorde is wat mij betreft dezelfde gebleven: de tandartsen zijn het meest ondernemer, dan volgen de medisch specialisten en de huisartsen sluiten de rij.' Benecke geeft een mooi voorbeeld van het ondernemerschap van de tandartsen. 'Per 1 juli 2007 bestaat er een kwaliteitsregister voor tandartsen en is er een accreditatiesysteem ontwikkeld. Vergeleken met het uitgewerkte accreditatiesysteem dat de huisartsen in Nederland al jaren kennen, staat het systeem van de tandartsen nog in de kinderschoenen. Toch gebruiken de tandartsen het nieuwe systeem meteen al om zich ten opzichte van hun patiënten te profileren. Daar hoef je bij de huisartsen niet om te komen. Zij hebben sinds jaar en dag een prachtig accreditatiesysteem, maar ik ken maar heel weinig huisartsen die zich ten opzichte van hun patiënten profileren met: kijk eens wat goed, ik heb deze vorm van nascholing gevolgd. Zoiets tekent het verschil tussen de beide beroepsgroepen.' Huisartsen zouden er goed aan doen als ze wat meer zouden nadenken over vragen als: hoe zet ik mijn praktijk op de kaart? En: hoe laat ik zien waar ik goed in ben? Een kwaliteitsregister voor huisartsen lijkt Benecke daarom een heel goede zaak. 'Als patiënten een weloverwogen keus voor een huisarts willen maken, zou zo'n register goed kunnen helpen. Hoe doen ze dat nu? Ze vragen eens bij buren en bekenden hoe een bepaalde huisarts bevalt. Sommige huisartsen hebben een nieuwsbrief of een website waar patiënten informatie vandaan kunnen halen. Het zou ook goed zijn als nieuwe patiënten een stuk of drie kennismakingsbezoeken bij huisartsen zouden afleggen. Maar wie doet dat? Een door de KNMG gesanctioneerd kwaliteitsregister zou een grote stap vooruit betekenen.' Via zo'n kwaliteitsregister wordt duidelijk welke artsen zich nascholen en op welk terrein. Artsen kunnen op die manier een eigen specialisme ontwikkelen. Benecke vertelt dat binnen zijn bedrijf verschillende vormen van postacademisch onderwijs worden aangeboden. Daarbij wordt de laatste jaren steeds meer gedaan aan de ontwikkeling van vormen van E-learning. Benecke: 'Met name huisartsen doen al relatief veel aan E-learning. Dat heeft voordelen. Ze kunnen in hun eigen tempo en op een zelfgekozen moment geaccrediteerde cursussen via internet volgen. We gaan nu ook E-learning voor tandartsen opzetten, want dat wordt nog weinig gedaan. Hoewel E-learning veel voordelen heeft, zal het de gewone cursussen nooit geheel vervangen. Mensen hebben het contact met collega's en de beroemde wandelgangen nodig. Dat mis je als je in je eentje achter het beeldscherm zit.' De ontwikkelingen in de zorgsector zijn snel gegaan. Ludwig Benecke heeft er de afgelopen jaren heel dicht op gezeten. Hoewel hij al meer dan 20 jaar zijn eigen communicatie- en educatiebedrijf runt, kent Benecke de huisartsenpraktijk van binnenuit. Van 1985 tot 1993 was hij naast het werk voor Benecke Consultants parttime huisarts in een duo-praktijk in Nigtevecht. Hij zegt: 'Als ik aan mijn jaren als huisarts terugdenk, realiseer ik me dat de tijden heel snel veranderd zijn. Ondernemerschap in de zorg was destijds nog helemaal geen issue. Ik denk dat ik zelf tamelijk schizofreen bezig was. In mijn eigen bedrijf was ik volop als ondernemer actief, maar als huisarts was ik alleen er alleen maar op gericht om een zo goed mogelijke dokter te zijn. Die focus op de inhoud van het vak zie je bij huisartsen vandaag de dag nog steeds. Dat is niet slecht. Je moet eerst een goede dokter worden, om vervolgens succesvol te kunnen ondernemen. Toch zou het goed zijn als dokters iets meer aandacht zouden besteden aan de bedrijfsmatige aspecten van hun werk. Wat mij betreft zouden ze daar in het eerste jaar van de studie geneeskunde al mee moeten beginnen. Daar is op dit moment nog helemaal geen sprake van. De universiteiten doen vrijwel niets aan het ontwikkelen van ondernemersvaardigheden bij aankomende artsen.' Wat zou hij zelf anders doen, als hij anno 2007 weer huisarts zou worden? Ludwig Benecke denkt even na en zegt dan: 'Ik zou meer rekening houden met zaken als marketing en externe communicatie. Ik zou bijvoorbeeld een nieuwsbrief uitbrengen en een website laten maken, zodat mijn patiënten informatie kunnen vinden en on line afspraken kunnen maken. Ik denk dat ik ook een automaat met lekkere koffie en chocolademelk in de wachtkamer zou zetten. En waarschijnlijk zou ik serieus denken over vormen van praktijkondersteuning. Het zijn allemaal zaken die in de jaren negentig nog niet in ons hoofd opkwamen, maar die je nu toch al vaker ziet. Destijds hielden we ons helemaal niet bezig met een vraag als: hoe staat mijn praktijk in de wereld? Nu kan een huisarts niet meer om die vraag heen.' De meeste medici zijn er volgens Benecke inmiddels wel van doordrongen dat ze zich met de ondernemingskant van hun werk bezig moeten houden, maar of ze het ook echt doen is een tweede. 'Artsen zeggen dat ze de organisatorische en bedrijfsmatige aspecten van hun werk belangrijk vinden en dat vinden ze waarschijnlijk ook. Maar als dokters mogen kiezen tussen een nascholingstraject over laten we zeggen ziektebeelden en een cursus over organisatie, dan zullen negen van de tien artsen voor de nascholing over ziektebeelden kiezen. Kijk naar de gesprekken die artsen voeren als ze lekker bij elkaar zitten. Ze praten veel liever over die ingewikkelde patiënt van vanochtend op het spreekuur dan over de organisatie van hun praktijk. Er is wat dat betreft nog een lange weg te gaan.' Welke medici zijn volgens Ludwig Benecke het meest ondernemend? Een topdrie. 1. Tandartsen 'De tandarts is altijd al veel zakelijker geweest.' 2. Medisch specialisten 'Medisch specialisten hebben iets meer dan huisartsen het besef dat ze een bedrijf runnen.' 3. Huisartsen 'Huisartsen worden zakelijker, vooral de jonge garde. Maar het gaat langzaam.' Hoe kunnen patiënten de kwaliteit van hun (huis)arts beoordelen? 1. Afgaan op wat andere patiënten (buren, kennissen) vertellen. 2. De beschikbare informatie - website, brochure, nieuwsbrief - beoordelen. 3. Een aantal kennismakingsgesprekken voeren.4. Indien t.z.t. beschikbaar: een kwaliteitsregister raadplegen. CV van Ludwig Benecke Ludwig Benecke (58) studeerde bedrijfseconomie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn afstuderen in 1974 werkte hij als marketeer, markonderzoeker en journalist. Naast zijn werk begon hij meteen ook met een studie geneeskunde wederom aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn artsexamen in 1983 was hij twee jaar werkzaam in de farmaceutische industrie. In 1985 vestigde hij zich als parttime huisarts in een duo-praktijk in Nigtevecht. Tegelijkertijd zette Ludwig Benecke zijn eigen bedrijf op: Benecke Consultants. De onderneming begon al snel zo goed te lopen, dat hij in 1993 besloot zich full time aan de verdere ontwikkeling van zijn bedrijf te wijden. Als bedenker van communicatie-concepten voor professionals in de gezondheidszorg richt Benecke zich op het ontwikkelen van postacademisch onderwijs. Daarnaast is Benecke uitgever van een aantal medische tijdschriften en boeken. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
