Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Huisarts op de SEH
Huisarts op de SEH

Huisarts op de SEH


datum

mei 2007

medium

ZorgMarkt

auteur

Corien van Zweden


Van levensbedreigende verwondingen tot een doodgewone muggenbult – de klachten van patiënten die bij de Spoedeisende Hulp aankloppen, lopen nogal uiteen en zijn niet allemaal zo spoedeisend als men zou verwachten. In het VU Medisch Centrum (VUmc) te Amsterdam is bij wijze van proef een huisarts aan het SEH-team toegevoegd speciaal voor al die patiënten met een 'gewone' huisartsengeneeskundige klacht.

'Iedereen die dat wil, kan bij de Spoedeisende Hulp binnenlopen. Soms puilen de wachtkamers uit. De echt spoedeisende gevallen hebben natuurlijk voorrang. Dat betekent dat de wachttijden voor patiënten met minder acute klachten flink op kunnen lopen. Soms zaten patiënten meer dan vier uur te wachten. Daar wilden we iets aan doen.' Dat zegt huisarts Marguérite van Randwijck-Jacobze, die als projectleider huisartsen nauw betrokken is bij de pilot in het VUmc, waarbij het team op de Spoedeisende Hulp (SEH) uitgebreid wordt met een huisarts. 'We willen kijken of we op deze manier de logistiek op de SEH kunnen verbeteren. Dat moet leiden tot minder volle wachtkamers en een betere afstemming, zodat de juiste klacht ook de juiste behandeling krijgt. Iemand met een huisartsengeneeskundig probleem is immers het beste af bij een huisarts.'

Voorafgaand aan de pilot is een uitgebreide voormeting gedaan. De SEH van het VUmc krijgt jaarlijks ongeveer 35.000 patiënten te verwerken, van wie zo’n 70% op eigen initiatief binnen komen. Deze zogeheten 'zelfverwijzers' zijn niet door de huisarts ingestuurd of met de ambulance binnengebracht. Van Randwijck: 'In onze pilot draait het om die zelfverwijzers. We hadden de indruk dat een aanzienlijk deel van hen met klachten binnenstapt, die eigenlijk bij de huisarts thuis horen. Tijdens de pilot wordt elke zelfverwijzer die op werkdagen tussen 10:00 uur en 17:00 uur binnenkomt - dat zijn er 20 tot 25 per dag - eerst gezien door een verpleegkundig triagist. Hij of zij bepaalt aan de hand van een speciaal triagesysteem of de betreffende patiënt bij de SEH-arts of bij de huisarts thuishoort. Zo hopen we de patiëntenstroom op de SEH efficiënter te kunnen verwerken.’

Hoewel de pilot nog niet is afgerond, wil Marguérite van Randwijck al wel wat eerste indrukken kwijt. 'We hadden verwacht dat zeker de helft van de zelfverwijzers met huisartsengeneeskundige klachten de SEH binnenstapt, maar dat percentage lijkt nog veel hoger te liggen. Tot nu stuurde de triagist 80% tot zelfs 90% van de zelfverwijzers door naar ons. Dat is veel.' Het gaat daarbij vooral om patiënten met eenvoudige klachten aan schouder, knie of voet, of lichte verwondingen - klachten dus die typisch bij de huisarts thuishoren. Van Randwijck: ‘Ik doe hier in feite gewoon huisartsenwerk, maar het is prettig dat ik zo nodig kan overleggen met collega’s. Laatst had ik een patiënte met een heel groot abces. Ik twijfelde of alleen een incisie voldoende was en heb dat even met de chirurg besproken.’

Een van de gedachten achter de pilot is dat de huisarts gewend is om op een andere manier naar patiënten te kijken dan de specialist. Van Randwijck geeft een voorbeeld: 'Stel dat een patiënt op de SEH binnenstapt met klachten over hoest, verkoudheid en koorts. Een SEH-arts zal meteen longontsteking willen uitsluiten en laat longfoto’s maken. De huisarts die weet dat er op dat moment verkoudheid heerst, stelt op basis van eerstelijns epidemiologie de waarschijnlijkheidsdiagnose verkoudheid en laat geen nader onderzoek doen.'

Zal de aanwezigheid van de huisarts op de SEH op deze manier overdiagnostiek voorkomen en daarmee leiden tot kostenbesparingen? Van Randwijck houdt een slag om de arm. 'Dat zal nog moeten blijken,' zegt ze. 'In zijn eigen praktijk is de huisarts meestal terughoudend met het aanvragen van nader onderzoek. Hij kent zijn patiënten goed en kan daardoor de ernst van de klacht inschatten. Op de SEH heeft de huisarts - net als de SEH-collega's - te maken met een passantenpopulatie. Hij ziet zijn patiënten voor het eerst. Misschien kiest hij onder die omstandigheden toch vaker voor nader onderzoek. Dat zal de pilot moeten uitwijzen.'

Volgens Marguérite van Randwijck is de pilot op het VUmc uniek. 'Eerste en tweede lijn zijn in Nederland altijd strikt gescheiden geweest. Met deze proef proberen we beide velden meer te integreren. Dat betekent een cultuuromslag op de SEH. Er komen bovendien twee nieuwe functies bij: een huisarts en een triagist. De eerste reacties van medewerkers zijn tot nu toe positief. Op de dagen dat er een huisarts op de SEH staat, hebben de SEH-artsen meer tijd voor de patiënten met gecompliceerde, spoedeisende klachten. Dat vinden ze prettig. Een blik op de uitpuilende wachtkamer kon flink op de zenuwen van de SEH-arts werken. Die overvolle wachtkamers hebben we nu niet meer.’

Of ook de patiënten van de SEH tevreden zullen zijn over de proef, zal blijken als de pilot in de zomer van 2007 wordt geëvalueerd. Van Randwijck: 'We gaan de tevredenheid van patiënten uitvoerig meten. We willen ook het effect op de wachttijden en de totale doorlooptijd in kaart brengen. Verder zal er gekeken worden naar de kosteneffectiviteit en naar de volledigheid van de gestelde diagnoses. Pas als de evaluatie is afgerond, zal besloten worden of de SEH van het VUmc er definitief een huisarts bij krijgt.'

Zijn ze bij het VUmc niet bang voor een aanzuigende werking? Als de proef slaagt, staat er in de toekomst een huisarts op de SEH, bij wie patiënten snel en gemakkelijk binnen kunnen lopen. Dat zou patiënten kunnen aantrekken. Van Randwijck: 'Een efficiënt georganiseerde SEH zal het imago van het VUmc geen kwaad doen. Maar we willen niet een soort Albert Heyn worden waar je even binnenloopt, omdat je er snel en goed geholpen wordt. Het gevaar bestaat dat patiënten, die eigenlijk naar hun eigen huisarts zouden moeten gaan, denken: mijn huisarts is zo moeilijk bereikbaar, ik loop wel even bij de VU langs. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.'


Voor meer info zie:
http://www.vumc.nl/communicatie/nieuws/tracer/index.html?../tracer701/inhoud.html~hoofd


Ook in het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven is men bezig met plannen om de instroom van patiënten op de SEH efficiënter te laten verlopen. Dr. S.J. Hoorntje is internist en lid van het managementteam van de Eindhovense SEH. Hij zegt: 'Het probleem van de zelfverwijzers kennen wij in Eindhoven ook, met name in de avonduren en tijdens de weekends. Vaak zijn dat mensen met huisartsengeneeskundige klachten. We zijn voor de regio Eindhoven bezig met een plan voor een geïntegreerde huisartsenpost op de SEH. Je ziet wel vaker huisartsenposten bij ziekenhuizen, maar die staan meestal los van het ziekenhuis. Wij willen binnen dit project de eerste en tweede lijn integreren. Het plan zoals het er nu ligt, houdt in dat huisartsen uit de regio Eindhoven in de avonden en weekends hun diensten bij toerbeurt op de SEH gaan draaien. Met behulp van een aangepast triagesysteem zal worden bepaald waar de patiënt heen moet: naar de SEH-specialist of naar de aanwezige huisarts. In de toekomst zou ik het plan wel willen uitbreiden naar 24 uurs bereikbaarheid.'
[ < terug ]

aanverwante artikelen: