Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Van sjofel circus tot luxe musicalpaleis
Van sjofel circus tot luxe musicalpaleis

Van sjofel circus tot luxe musicalpaleis


datum plaatsing

zomer 2007

medium

Vivant

auteur

Corien van Zweden


Overal in Nederland zijn ze te vinden: de piekprojecten. Monumentale panden op bijzondere locaties die in verval zijn geraakt en voor het symbolische bedrag van een piek worden verkocht. Na een grondige opknapbeurt krijgt het pand een nieuwe bestemming. Vivant spoorde een aantal piekprojecten op. Welk verhaal gaat erachter schuil? Wat brengt mensen ertoe om zo’n vervallen pand op te kopen? En hoe is het ze vergaan na de investering van die eerste gulden of euro?

De locatie is legendarisch: het Circustheater in Scheveningen ligt vlakbij zee en is verbonden met grote theaternamen. Toen mediamagnaat Joop van den Ende het circusgebouw in 1991 overnam, was het echter in verval geraakt en draaide al jaren met verlies. ‘Het is leuk om een theater te kopen voor één gulden. Maar wat je koopt is in feite een verplichting. Die zijn we nagekomen.’

Het beroemde koepeldak met de smeedijzeren balken – de constructie werd afgekeken van Eiffel – is nog steeds gezichtsbepalend. Maar voor het overige heeft het Circustheater in Scheveningen een volledige metamorfose ondergaan sinds het gebouw in 1991 een nieuwe eigenaar kreeg. Joop van den Ende zag meteen iets in het bijna 100 jaar oude circusgebouw aan zee. Hij wilde het ombouwen tot een musicalpaleis van on-Nederlandse allure. ‘Het was een grote stap. Het theater werd weliswaar voor één gulden verkocht, maar de transactie ging gepaard met een investeringscommittent van 25 miljoen gulden. Wie durft zoiets aan?’ Caspar Gerwe is lid van de Raad van Bestuur van Van den Ende’s bedrijf Stage Entertainment en was nauw bij de aankoop en renovatie van het Circustheater betrokken. Hij zegt: ‘De overname luidde een nieuw tijdperk in voor de live-entertainment business. Wat Joop van den Ende met het Circustheater wilde, was compleet nieuw.’

Van den Ende droomde er al langer van om grootschalige, kostbare musicalproducties zoals op Broadway en West End naar Nederland te halen. Zoiets bestond nog niet. Er was een nieuw concept voor nodig, want zulke megaproducties kunnen niet toerend worden geproduceerd. Het opbouwen, afbreken en vervoeren van de enorme decors zou veel te kostbaar en tijdrovend zijn. Caspar Gerwe: ‘We hadden te maken met productiebudgetten van tien miljoen gulden, wat ongekend was in die tijd. Dat moest je allemaal terugverdienen met de kaartverkoop. In een eigen theater zou Joop van den Ende grootschalige zogeheten “open eind producties” kunnen realiseren, die net zolang blijven spelen als de verkoop toelaat. Dat was wat hem voor ogen stond.’

De plannen waren ambitieus en de aankoop van het vervallen circusgebouw bracht forse financiële risico’s met zich mee. Bovendien viel op Scheveningen als locatie nogal wat af te dingen. Caspar Gerwe: ‘Van den Ende had eerst geprobeerd om in Amsterdam een eigen theater te realiseren, maar dat lukte niet. Scheveningen was in die tijd niet de vrolijkst denkbare plaats. Daar komt nog bij dat de stad slecht bereikbaar is, zeker bij mooi zonnig weer.’ Moet je op zo’n plek iets nieuws beginnen? Van alle kanten werd het Van den Ende afgeraden. Maar hij liet zich niet ontmoedigen. ‘Er zijn altijd meer mensen die je remmen dan die je stimuleren, als je een mooi plan hebt. Daar moet je niet teveel rekening mee houden,’ zegt Caspar Gerwe. ‘Van den Ende geloofde in zijn concept en wist ons allemaal aan te steken met zijn enorme enthousiasme.’

Om de financiële risico’s te spreiden, betrok Van den Ende twee zakenpartners bij zijn project: Henk van der Meyden van Stardust Productions en de zakenman Benoit Wesley van Xelat Recrea. Van den Ende was precies op tijd met zijn aankoop: de productie Les Misérables waarvoor hij Carré had geboekt, kon hij nu overbrengen naar zijn eigen theater, waar het stuk nog tot ver in 1992 te zien was. Intussen begon hij plannen te maken voor de algehele metamorfose van sjofel circusgebouw tot luxe musicalpaleis.

De Maastrichtse architect Arno Meijs werd aangetrokken om het ontwerp te maken. Meijs reisde langs operagebouwen in Parijs en Londen en naar buitenlandse badplaatsen om inspiratie op te doen. ‘Joop van den Ende wist heel goed wat hij wilde,’ zegt Caspar Gerwe. ‘Hij heeft verstand van bouwen en zat meteen al driftig mee te tekenen met de architect. De ziel van het Circustheater mocht geen geweld worden aangedaan. Het hele circus is er in blijven zitten, maar daaromheen moest een nieuwe schil worden gebouwd, met veel ruimte voor foyers, lounges, ontvangstruimtes en restaurants.’

Om de grootscheepse verbouwing te realiseren, ging het theater acht maanden dicht. Daarna moest het gereed zijn voor een spectaculaire heropening. Gerwe: ‘Er is dag en nacht gewerkt. Joop van den Ende liep bijna dagelijks door de bouwputten om te kijken of alles goed ging. Hij heeft zich zelfs zes weken met zijn gezin in het nabij gelegen Kurhaus geïnstalleerd om dicht in de buurt te kunnen zijn.’ Maar het lukte: op 15 augustus 1993 opende het vernieuwde Circustheater zijn deuren voor de galapremière van de musical der musicals The Phantom of the Opera. Caspar Gerwe: ‘The Phantom werd een groot succes. Het was een cultuuromslag in alle opzichten. Nog nooit was er in Nederland een productie met zulke omvangrijke budgetten gemaakt. De tickets waren ook duur voor die tijd: 90 gulden per stuk. Desondanks brak de Phantom met 1,8 miljoen bezoekers alle records.’

De bedrijfsfilosofie die Joop van den Ende ontwikkeld had voor zijn eerste musicaltheater was nieuw. Gerwe: ‘Niet alleen de voorstelling moet van topkwaliteit zijn, Van den Ende wil dat ook alles daaromheen perfect geregeld is: royale foyers, een goed restaurant, lekkere stoelen en kunst aan de muren. Als je in Londen naar een show gaat kijken, zit je met je jas op schoot en drink je koffie uit een plastic bekertje. Dat wilde hij anders. Het business model dat hij voor het Circustheater ontwierp, is de grondslag geworden voor alle latere expansie.’

Al snel begon Van den Ende zijn activiteiten verder uit te bouwen. Om te beginnen besloot hij in 1998 al het live-entertainment weg te kopen uit Endemol. Caspar Gerwe zegt daarover: ‘Endemol was in 1994 ontstaan uit een fusie met John de Mol. Het was groot en later beursgenoteerd en had als core business televisie. Dat ging ten koste van het live-entertainment, dat Van den Ende’s grote passie is. Daarom richtte hij Stage Entertainment op.’

Vanaf dat moment ging het razendsnel: wat begonnen was met de betaling van die ene gulden voor een in verval geraakt circusgebouw, groeide in enkele jaren uit tot een internationaal entertainmentbedrijf met bijna 5000 mensen in dienst en zo’n 30 eigen theaters in twaalf landen. Gerwe: ‘Op al die plekken waar we een theater openen, zie je gebeuren wat ook in Scheveningen is gebeurd. Een nieuw musicaltheater heeft een grote impact op de omgeving en geeft de stad een stevige economische impuls. Kijk naar Scheveningen: dat zit sinds het Fortis Circustheater zijn deuren opende, helemaal in de lift.’





[ < terug ]

aanverwante artikelen: