‘De hele oorlog geluk gehad’ |
|
datum plaatsing |
25-06-2006 |
medium |
Stadskrant Delft |
auteur |
Jesse Budding |
Hendrik de Koster: “96 uur, vier dagen lang, heb ik in het water gelegen na de Slag in de Javazee. Ik voer op de torpedobootjager Van Nes. Vier uur wisten we de Jap te ontwijken, toen ging het niet meer. 96 uur, ik weet het nog precies want ik had een waterdicht horloge dat ik steeds opwond. We hielden ons vast aan een vlot met gewonden. Zó’n kop had ik – van de olie op het water en de zon. Toen werden we opgepikt door een vliegtuig. Uiteindelijk ben ik met een koopvaardijschip weggekomen naar Ceylon (het huidige Sri Lanka, JB).” “Van daaruit zouden we met een onderzeeboot naar Engeland gaan. Maar ter hoogte van East-Londen in Zuid-Afrika werden we getorpedeerd door de Duitsers. Daar heb ik gelukkig niet zo lang in het water gelegen. Uiteindelijk heeft de Queen Mary – 18.000 passagiers - ons via de Zuid-Amerikaanse kust en de Cariben naar Schotland gebracht.” “In Engeland kreeg ik met twee andere Nederlanders een opleiding tot verbindingsofficier. Daarna ging ik werken op een motortorpedoboot in Dover. Wat zeg je? Nee, van de Nederlandse marine. Zo ben ik ook betrokken geweest bij de invasie in Normandië. Wij moesten schepen van de Duitsers aanvallen. Na de invasie in Zeeuws-Vlaanderen moest ik aan de Antwerpse haven als verbindingsofficier doorgeven wat de aankomende schepen aan boord hadden. Tot het eind van de oorlog ja.” “De hele oorlog heb ik geluk gehad. Na de bevrijding ging ik als burger op kantoor werken. ‘Je bent een moordenaar geweest!’, zeiden ze daar. Ik schrok en besloot er maar niet meer over te praten.” “Dit speldje is het Bronzen Kruis (wordt toegekend aan Nederlandse militairen vanwege moedig of beleidvol optreden tegen de vijand), in Engeland van koningin Wilhelmina gekregen. Daarnaast heb ik het Oorlogsherinneringskruis en Engelse en Franse onderscheidingen. Een hele rij, maar ik heb ze nooit allemaal om. Dat doe je niet hè? Maar ik denk nog bijna elke dag terug aan de oorlog.” “Sinds 1947 woon ik in Delft. Nooit heb ik een uitnodiging van de burgemeester gehad. Wat dat betreft ben ik wel teleurgesteld. Toen Bernhard hier begraven werd, zaten er allemaal lui in de kerk die de oorlog nooit hebben meegemaakt. Mensen die vlak naast de kerk woonden, nodigden ons uit. Die vrouw heeft nog soep voor ons gemaakt. Kijk, doordat ik te lang met een gewond been in het water heb gelegen, is dat nooit meer goed geheeld. Maar de teleurstelling is erger.” “Van mijn leeftijd is er nu niet een meer in het veteranencafé. Toch vind ik het altijd weer leuk om hier even te komen bijpraten. Je voelt je betrokken bij elkaar, mijn vrouw trouwens ook. De organisator, Gerard van Wageningen, verdient wat mij betreft een lintje.” “Die oranje helmen voor het WK? Ik kan er met m’n kop niet bij. Hoe kunnen ze zoiets nou doen?!” [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
