‘Geen rookverbod in Delftse horeca’ |
|
datum |
03-09-2006 |
Medium |
Stadskrant Delft |
auteur |
Jesse Budding |
Op de hoek van de Burgwal en de Brabantse Turfmarkt, vlak voor het standbeeld, staat zondag een tiental mensen aandachtig te luisteren naar het betoog van Pim Meijkamp, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland afdeling Delft. “Ik vind het ergste dat een roker niet meer welkom zou zijn.” Donkere wolken pakken zich volgens Meijkamp samen boven de horeca. Nu geldt het rookverbod in openbare gebouwen behalve horecagelegenheden. Tot eind 2007 krijgt de branche de kans om het roken zelf te reguleren. “Dat betekent”, aldus Meijkamp in dit Sprekershoekdebat, “dat de exploitant met een sticker moet aangeven of er een rookvrije zone is in de locatie ofwel een rookverbod. Eindelijk zijn we nou eens niet het braafste kindje van de Europese klas.” Maar in laagdrempelige horeca zoals Meijkamps eigen camping mag niemand meer een sigaret opsteken. En als de branche eind volgend jaar het niet zelf goed heeft geregeld, dreigt alsnog een rookverbod. “Geen sprake van!”, fulmineert Meijkamp. “Geen stigmatisatie van de roker. Wil de overheid een rookverbod, dan moet ze ook niet verdienen aan het roken (middels accijns, JB). De horeca wil gastvrij zijn voor iedereen en mensen niet in een hokje duwen.” Hij haalt landen als Duitsland en Groot-Brittannië aan waar een algeheel rookverbod in de horeca is ingevoerd. “Daar daalt de omzet drastisch. Het duurde gemiddeld drie maanden voordat de rokers weer terugkwamen. Horecabedrijven zijn vaak pa-en-mabedrijven, die overleven dat niet.” Na zijn speech is ruimte voor discussie. Maar die bestaat vooral uit tweegesprekken tussen toehoorders en de spreker. “De horeca gastvrij?”, vraagt een dame met zonnebril. “Niet tegenover mij als astmapatiënt.” “Daarom hebben wij het stappenplan opgesteld”, antwoordt Meijkamp. “Met stickers scheppen we duidelijkheid voor de klant.” Maar de bebrilde dame is niet voor een gat te vangen: “Er is nooit onderzoek gedaan hoeveel mensen wegblijven, omdat er in de horeca wordt gerookt.” Meijkamp, merkwaardig genoeg: “Ja, je ziet het succes van zaken waar niet gerookt mag worden.” “Wat is er eigenlijk mis met een rookverbod, vooral in restaurants?”, wil organisator Miriam Rodrigues Pereira weten. “Er is niks mis met rookvrij eten”, geeft Meijkamp ook hier toe. “Maar Nederlanders laten zich nu eenmaal niet snel verbieden te roken.” En: “Zo meteen zetten we de rokers buiten, straks volgen de drinkers.” De dame met bril protesteert: “Van drinkers heb je geen last.” “Nou, daar kun je behoorlijk last van hebben”, meent Meijkamp. “Nee, we zijn een vrij land. Voor roken geldt een wettelijke basis: het is niet verboden.” Desondanks toont hij zich pessimistisch: “Hoe meer landen een rookverbod instellen, des te moeilijker onze zelfregulering valt te handhaven. Ik vrees dus op termijn verlies. Ik vind het ergste dat een roker niet meer welkom zou zijn. Maar wij zullen alles doen om dat te voorkomen.” [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
