Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Van atelier tot huiskamermuur

Van atelier tot huiskamermuur


datum plaatsing

medium

Financiele Dagblad

auteur

Sandra Jongenelen


Ruim tien jaar geleden liep de Duitse kunstenaar Matthias Meyer met een mapje onder zijn arm door Amsterdam.

Via de academie in Düsseldorf had hij een lijstje met twaalf namen van goede Nederlandse galeries gekregen. Misschien moest hij het daar maar eens proberen.
Elf keer werd hij min of meer beschimpt, herinnert Michael Huyser van Galerie Hof & Huyser zich. ‘Bij ons kwam hij nogal bedrukt binnen. Wij waren de eerste die hem een kopje koffie aanboden.’

In eigen land had Meyer les gehad van Gerhard Richter, één van de belangrijkste Duitse schilders. De Amsterdamse galeriehouders waren onder de indruk van zijn portfolio en namen hem op in hun stal.

Conclusie: het loont om als kunstenaar langs de deuren te leuren?
Toch niet. De galerie krijgt zo’n tien keer per week bezoek van een kunstenaar met portfolio in de aanslag. De afgelopen vijftien jaar was het slechts één keer raak. Niet doen, luidt het advies. ‘De pakkans is gering.’

‘Een galeriehouder heeft het veelal te druk om het kaf van het koren te scheiden’, verduidelijkt kunstenaar Jasper de Beijer. ‘Aan zo’n mapje kan hij ook moeilijk zien of de kunstenaar een hobbyist is.’ Hij adviseert vooral zichtbaar te zijn.
Sleep belangrijke galeriehouders mee naar je eindexamenpresentatie en nodig ze uit als je ergens exposeert.

Zelf werd De Beijer vier jaar geleden ontdekt op de Kunstvlaai, een alternatieve kunstbeurs in Amsterdam, waar hij meedeed aan een tentoonstelling van een inmiddels opgeheven kunstenaarsinitiatief.
Na afloop van de beurs kwam Erik Bos van Galerie Nouvelles Images in Den Haag op atelierbezoek. ‘Binnen een kwartier bood hij me een solo aan.’

Daarna ging het hard met de kunstenaar. Na de goede ontvangst in de galerie en presentatie op de KunstRAI – nu Art Amsterdam – won hij de Thieme Art Award, een prijs voor veelbelovend talent. Inmiddels exposeert hij tot aan Japan en wordt zijn werk ook door galeries in Düsseldorf, Berlijn en Los Angeles gepresenteerd.
Over de samenwerking met zijn galeries is De Beijer enthousiast. ‘Vergelijk ze met platenpluggers die het werk aan de man brengen. Het zijn een soort managers. Ze doen de helft van het werk. Zonder zou ik twee keer zo hard moeten werken.’

Merijn Bolink kent de voordelen van een goede galerie. Hij zat nog op de Akademie voor Beeldende Kunst in Enschede toen Fons Welters – één van de beste galeriehouders van Nederland – werd getipt om zijn werk te komen bekijken. De galerist spoorde in twee uur naar het oosten des lands, waarna de samenwerking een feit was.

Welters presenteerde Bolink in Amsterdam en op belangrijke internationale beurzen in Keulen en Londen.
Eens belde hij Stedelijkdirecteur Rudi Fuchs. ‘Kom kijken; dit is echt iets voor jou.’
Maar na vijftien jaar bleek de rek eruit. De galeriehouder toonde zich niet meer zo enthousiast, hoewel hij de kunstenaar verzekerde dat het wel goed zou komen. Bolinks positie blokkeerde hem en met pijn in het hart verliet hij vorig jaar de stal.
Inmiddels heeft hij veel opdrachten en voelt hij zich bevrijd van de druk. Tegelijkertijd sluit hij een relatie met een andere galerie niet uit.

Juul Kraijer werkt al veel langer zonder Nederlandse vertegenwoordiging. Al tijdens haar academietijd in Rotterdam verkocht ze goed en dat bleef zo na haar vertrek bij galerie Akinci, nu zeven jaar geleden. ‘Mensen bellen en mailen met de vraag of ze werk kunnen kopen, maar meestal zeg ik ‘nee’.’ Haar productie is relatief gering en ze wil haar werk liever tentoonstellen dan direct verkopen.
Ze verkeert in de luxepositie dat ze veel wordt benaderd door buitenlandse galeries.
‘Verkopen in Nederland is prima te doen, maar wereldwijd is het teveel.’ Daarom pikte ze de twee beste galeries, in Milaan en Keulen, eruit. Meestal zet ze haar werk via die kanalen af bij goede internationale verzamelaars.

Werk verkopen zonder galerie is financieel lucratiever.
Verwisselt een werk in de galerie van eigenaar dan krijgt de kunstenaar de helft van de opbrengst. Werkt hij vanuit het atelier dan hoeft hij niets af te dragen.

Voor De Beijer die met fotografie werkt, gaan eerst nog de kosten eraf. ‘Een grote print kost al gauw negenhonderd euro aan materiaal.’
De vijftigprocentsregeling is volgens Bolink ‘niet voor de poes’ maar wel reëel. ‘Bij Welters komen gemakkelijk honderd mensen per dag. Hij heeft een fantastisch netwerk en kan je op belangrijke internationale podia brengen.’ In New York zijn de percentages nog scherper. ‘Galeries als Goodman en Gladstone geven de kunstenaar 40 procent, al staat daar tegenover dat je werk bij hen twee keer zoveel kost als elders.’

De meeste galeries doen veel voor hun kunstenaars. ’Ze regelen het transport, geven boeken uit bij tentoonstellingen en verzorgen etentjes met verzamelaars. Exposeert een kunstenaar uit de stal in een museum dan plannen ze ook gezamenlijke uitstapjes. Van belang zijn de gesprekken met kunstenaars. ‘Zit iemand in een dip dan geven we soms advies’, zegt Huyser ‘Of we zeggen: ‘praat eens met die en die’.’

Chris Bestebreurtje van Motive Gallery herkent dat. ‘We vertegenwoordigen de kunstenaars volledig, wat betekent dat we niet alleen de zakelijke kant behartigen, maar ook de artistieke ontwikkeling bespreken. Dat doen de meeste van zijn collega’s, al zegt De Beijer dat zijn galeriehouder zich inhoudelijk afzijdig houdt. Wel overlegt hij over de hoogte van de oplage en het beste tijdstip voor een show. Ook schrijft de kunstenaar zijn eigen persberichten, maar dat is uitzonderlijk. ‘Ik ben toevallig heel communicatief.’

Kunstenaars met een galerie verkopen doorgaans niet vanuit hun atelier. Huyser noemt dat ‘onprofessioneel’. Wie zich niet aan die ongeschreven wet houdt, kan de samenwerking dikwijls op zijn buik schrijven. Maar er zijn meer redenen waarom een kunstenaars een galerie verlaat. ‘Het kan zijn dat iemand zich in een bepaalde richting heeft ontwikkeld die niet meer bij het programma van de galerie past’, legt Bestebreurtje uit. ‘Soms zoeken we dan mee naar een plek waar bij beter past.’

De overstap naar een andere galerie gaat soms in harmonie, maar is doorgaans pijnlijk. Galerie Hof & Huyser was lange tijd zeer succesvol met Ruud van Empel en Carolein Smit. ‘Wij wáren die kunstenaars bijna. Hun vertrek was een hele aderlating en was ook slechte pr jegens de klanten. Maar we zijn nu blij dat het goed gaat met hen.’
Soms gaat een overstap zonder wrijving zoals bij Inti Hernandez. Huyser ontdekte hem een jaar geleden via een andere kunstenaar van de galerie, Armando Marino. De Cubaanse kunstenaar was net van de Rijksakademie in Amsterdam en had op dat moment een tentoonstelling bij Annet Gelink Gallery, the Bakery gehad, maar de overstap verliep probleemloos.

Transfers zijn vaak heftig en leiden soms tot krantenkoppen. Zo zegde Hellen van Meene een paar jaar geleden de samenwerking met de Amsterdamse Galerie Andriesse op na onenigheid over de verdeling van een serie foto’s van Japanse meisjes. De twee vochten het voor de rechter uit, die bepaalde dat Van Meene € 34.000, - schadevergoeding moest betalen. De fotografe ontkent dat ze de zaak verloor. We werden ‘beiden op onderdelen in het ongelijk gesteld’ en moesten ieder de eigen proceskosten betalen.
Van Meene had geen schriftelijke overeenkomst met haar galerie ondertekend, een werkwijze die gebruikelijk is binnen de galeriebranche. ‘Een papiertje zegt weinig. Als je ontevreden bent, moet je weg’, zo verwoordt Huyser de algemene mening. ‘Contracten hebben geen zin’, onderschrijft Bestebreurtje. ‘Die kan je verbreken. De samenwerking berust op vertrouwen.’ De Beijer: ‘Botert het niet meer op het persoonlijke vlak, dan krijg je zakelijke conflicten. Daar helpt geen schriftelijke overeenkomst bij.’

Ook tussen Welters en Bolink was sprake van een gentlemensagreement, al gaf het grijze gebied wel aanleiding tot vragen. Soms overlegde hij met zijn galeriehouder, zoals die keer dat hij werk aan een familielid wilde verkopen. ‘Mijn galeriehouder hoefde daar niet aan te verdienen.’
Ondanks de schemer van de mondelinge overeenkomst vindt De Beijer de Nederlandse structuur duidelijk. ‘In New York schijnt het er harder aan toe te gaan. Daar zijn echt galeristen die kunstenaars een poot uitdraaien. Soms betalen ze niet of sturen ze hun kunstenaars zonder pardon de laan uit. In Nederland wordt gelukkig met respect gewerkt.’

[ < terug ]

aanverwante artikelen: