Switch, Karmin Kartowikromo |
|
datum plaatsing |
|
medium |
Kunstbeeld |
auteur |
Sandra Jongenelen |
Ruim een jaar voor de oplevering tekenen de contouren van het nieuwe Scheringa Museum voor Realisme zich af. Bestaat er een ander woord voor groot? Het gebouw oogt als de overtreffende trap – grootst – en dan nog een schepje erbovenop. Hier wordt tienduizend vierkante meter museum uit de grond gestampt; 44 zalen van elk negen bij negen meter. Buiten is een ‘voetbalveld’ gereserveerd voor beelden. Terwijl de wind en regen nog op veel plekken vrij spel hebben, is de gevel van dubbele baksteen al grotendeels gereed. Het pand in aanbouw ligt aan de rand van Opmeer – circa veertig autominuten boven Amsterdam – op steenworp afstand van Spanbroek. In dat dorp in het centrum van Noord-Holland openden Scheringa en zijn vrouw Baukje twaalf jaar geleden hun eersteling: het Frisia Museum, gevestigd in een voormalige huishoudschool. In 2006 volgde de naamsverandering. De museale ambities van naamgever, financier en eigenaar Dirk Scheringa (1950) – tevens eigenaar van de DSB Groep, voetbalclub AZ en schaatsploegsponsor – reiken ver. Want zoals zijn voetballers de nummer één van Nederland moeten worden, zo wil hij dat het museum tot de beste ter wereld gaat behoren. ‘We vertonen normaal gedrag – doe maar gewoon – maar streven met onze passie en gedrevenheid naar de top. Net als het Guggenheim in Bilbao zal het museum mensen uit heel Europa trekken.’ Met het bakstenen uiterlijk en een loopbrug over een vijver als toegangspoort, knipoogt het ontwerp naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Scheringa bevestigt dat Herman Zeinstra (DOK architecten in Amsterdam) zich liet inspireren door de bouwkunst van Berlage. ‘Hij keek ook naar de toren op het San Marcoplein in Venetië. Zijn ideeën komen overal vandaan.’ Het ontwerp van drie aan elkaar geplakte rechthoeken blinkt uit in helderheid. De hal, het auditorium, de winkel en het restaurant zijn in een eerste langgerekte strook ondergebracht. Daarna volgen twee blokken met zalen voor respectievelijk de vaste collectie en wisselende exposities. ‘Straks wordt het echt feest’, zegt museumdirecteur Belia van der Giessen (1973). ‘Dan kunnen we eindelijk de rode draad laten zien. Nu hangt slechts zeven procent van alle aankopen.’ Van der Giessen nam afgelopen zomer het stokje over van Emily Ansenk, inmiddels directeur van de Kunsthal in Rotterdam. Ze studeerde kunstgeschiedenis in Leiden en solliciteerde na inlevering van haar scriptie in Spanbroek. Inmiddels werkt ze tien jaar in het museum. De museumstaf telt twaalf medewerkers, maar de eerste jaren waren het er twee. Van der Giessen deed ‘alles’, samen met de directeur. Ze smeerde nog net geen broodjes voor de bezoekers maar droeg wel de verantwoordelijkheid voor het collectiebeheer, de pr, administratie en educatie. Aan het eind van de dag wandelde ze zelfs met de kassaopbrengst naar de kluis. Sinds de aanstelling van haar opvolgster krijgt ze een beetje lucht om na te denken over nieuwe projecten. Ze wil graag films maken waarin hedendaagse kunstenaars zich uitlaten over de collectie. ‘Kunstenaars kijken anders’, merkt ze. Onlangs liep ze met Stuart Pearson Wright door het museum. ‘Ongelooflijk hoe hij met groen omgaat’, hoorde ze de Brit over een collega zeggen. En: ‘Die overgang bij de nekpartij; dat dóe je niet als kunstenaar. Hoe kán dat nou?’ Het filmproject moet nog even wachten, want de wittebroodsmaanden besteedt Van der Giessen voornamelijk aan de nieuwbouw. Samen met het echtpaar Scheringa buigt ze zich over ieder detail. Van wc-tegel tot rookmelder en stopcontact. Met bouwhelm, laarzen en dikke jas loopt ze samen met Scheringa door het toekomstig museum. In het depot nemen ze de dakconstructie op de korrel. Er mag absoluut geen water binnendruppelen. Scheringa’s laatste bezoek dateert van een paar weken geleden. De DSB-topman is zichtbaar onder de indruk. Het project is naar eigen zeggen zo uniek dat vergelijkingen met bestaande musea spaak lopen. ‘Het gaat hier om een nieuw concept. In plaats van naar anderen te kijken, zijn we prettig tegendraads en denken we out of the box.’ Die instelling is zijn handelsmerk. ‘Bij AZ hebben we camera’s van de Israëlische geheime dienst ingezet, zodat iedere speler thuis kan terugzien wat hij tijdens de training heeft gedaan. Van Gaal heeft dat nog nooit meegemaakt.’ Vergelijkbare ideeën heeft hij voor het museum. Wat te denken van een treintje langs de schilderijen? Minder extreem is zijn voorstel voor een lezingencyclus waarbij kenners hun honderd mooiste schilderijen uit de collectie presenteren, inclusief toelichting. Een ander plan werd onlangs gerealiseerd. Konden klanten van de DSB Bank zich inschrijven voor een gratis museumrondleiding door Scheringa zelf. ‘Binnen tien minuten was het uitverkocht.’ Ook het financieringsmodel valt in de categorie ‘buiten de gebaande paden’. De totale investering voor het particuliere museum houdt Scheringa buiten de publiciteit, maar vermoedelijk gaat het om enkele tientallen miljoenen euro’s. In plaats van een goedkoop geproduceerde betonnen kolos creëert hij een duurzame schepping van natuurlijke materialen. Ministens honderd jaar moet de kunsttempel blijven staan. Voor de exploitatie van jaarlijks drie miljoen euro gaat het particuliere museum een beroep doen op sponsors – bedrijven en particulieren – die voor 75.000 euro per jaar een zaal mogen adopteren. In ruil voor naamsvermelding kunnen ze gebruikmaken van een speciale viplounge en krijgen ze elk honderdduizend entreekaarten, goed voor 4,4 miljoen bezoekers. Met deze Amerikaanse vorm van cultureel ondernemen kijkt Scheringa naar de toekomst. ‘Stel dat wij er niet meer zijn. Dan moet het museum zonder overheidssubsidie blijven doorgaan.’ Maar de externe financiering dient nog een ander doel. ‘Het is een manier om de kloof tussen de maatschappij en de kunst te dichten.’ Rasoptimist Scheringa is er ondanks de recessie van overtuigd dat de zoektocht naar geldschieters gaat lukken. De kar wordt getrokken door Sander Uitdenbogaard (1967), die twee maanden geleden werd aangesteld als zakelijk directeur. Bij zijn voormalige werkgever, de ING Groep, zijn de problemen groot. Hoe zit het bij de DSB Bank? Wankelt het te Wognum? ‘Omvallen is uitgesloten’, antwoordt Scheringa beslist. ‘In 2008 maakten we vijftig miljoen euro nettowinst en dit jaar is veelbelovend. Als consumentenspaarbank hebben we geen risicovolle producten. Dat neemt niet weg dat we de komende vijf tot tien jaar sombere en sobere jaren gaan meemaken. Maar ach; het kan ook wel wat minder. Het is geweldig in Nederland. De welvaart is enorm. Hopelijk brengt de crisis meer aandacht voor duurzaam en groen ondernemen.’ Toch maakt Scheringa zich grote zorgen. ‘De regering neemt de situatie niet serieus genoeg. Er moet een crisiskabinet komen om de zaak te regelen. Het gif moet uit de banken worden gesneden. Daarvoor is nationalisatie noodzakelijk. Pas nadat de balansen zijn schoongemaakt, kan er weer geprivatiseerd worden. Dat kost de overheid misschien vijftien miljard, maar als er niks gebeurt, vallen er straks andere sectoren om. Dat is pas echt dramatisch.’ Scheringa’s activiteiten in de kunstwereld hoeven geen cachet te geven aan zijn zaken. De aankopen dienen ook niet als belegging. Zijn liefde voor de kunst komt ‘puur voort uit passie’. De vonk sloeg bijna twintig jaar geleden over toen Baukje en hij als een blok vielen voor Carel Willink, meester van vervreemdende voorstellingen. Omdat ze zijn werk nogal duur vonden – destijds veertigduizend gulden – kochten ze eerst een tekening. Eenmaal gewend aan het prijsniveau schaften ze een paar jaar later wel een schilderij aan. Een paar ton kostte dat. Daarna volgden meer aankopen, ook van andere kunstenaars, en was de opening van een museum onvermijdelijk. In de loop der tijd verruimde hun verzamelaarsblik zich, mede onder invloed van Ansenk en Van der Giessen. Die ontwikkeling zal in de nieuwbouw goed zijn te volgen. ‘Mensen snappen onze aankopen niet altijd’, beseft Van der Giessen. Begrijpelijk is dat wel. De stap van de fijn geschilderde doeken van Willink naar de ruige penseelstreken van Lucian Freud is nogal groot. Waar de Nederlander koele, soms klassieke voorstellingen maakt, zien we op de aanwinst van de Britse schilder een naakte, warmbloedige vrouw met wijd opengespreide benen. Van der Giessen: ‘We verzamelen realistisch werk in de brede zin des woords. Voorwaarde is dat er altijd iets aan de hand moet zijn. De kunstenaar hoort ook wat toe te voegen, anders zou het saai worden. Vernieuwend realisme; daar draait het om. En omdat kunst geen grenzen kent, verzamelen we internationaal.’ Die criteria verklaren waarom Henk Helmantel – bekend van zijn stillevens en kerkinterieurs – niet in de collectie is opgenomen. ‘Hij kan prachtig schilderen, maar mist die vernieuwing.’ Marlene Dumas zit er wel bij. De Zuid-Afrikaanse kunstenares woont al jaren in Amsterdam en had tot vorige maand een solo in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Ze schildert los. Een gezicht lijkt soms een vlek. Van der Giessen: ‘Dumas brengt een nieuw soort realisme. Het is niet fotorealistisch maar haar voorstellingen raken heel direct. Van belang is haar onderwerpkeuze. Het gaat over dingen om ons heen, zoals de serie portretten met Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.’ Gemiddeld groeit de collectie met één tot twee werken per week. Soms schiet de teller omhoog, zoals onlangs met elf aanwinsten; van de Deense kunstenaar Michael Kvium (acht stuks) en twee hyperrealistische schilderijen van Terry Rodgers, een Amerikaan die in mei in het museum exposeert. In diezelfde week vlogen Baukje Scheringa en Van der Giessen naar het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid om twee Nederlandse schilderijen uit te lenen. Omdat ze er toch waren, bezochten ze de Arco – een internationale kunstbeurs – waar ze ook nog de hand legden op een installatie van Hans op de Beeck. Dagelijks krijgt Van der Giessen twintig mailtjes van kunstenaars die hun werk onder haar aandacht brengen. Ze vertelt dat opsturen loont. Eén op de dertig blijkt daadwerkelijk iets te zijn. Via de elektronische weg ontdekte ze bij voorbeeld Francien Krieg, een jonge Haagse kunstenaar die de schoonheid van de ouderdom schildert. In de hoogste regionen van het wensenlijstje prijkt al geruime tijd de naam van Francis Bacon, Britse expressionist van vaak duistere schilderijen. Scheringa vermoedt dat een aankoop niet gaat lukken. ‘Maar wie weet. Bij Freud hadden we een buitenkansje. Dat kochten we in Australië en was nog niet zo achterlijk duur. Op een veiling schiet het nu zo naar zeventien miljoen euro.’ Op de huidige locatie trekt het museum jaarlijks tussen de veertig- en vijftigduizend bezoekers. Volgens de prognose worden dat er straks zeventigduizend. Misschien is dat aantal, gezien de 4,4 miljoen gratis entreekaarten van sponsors, aan de lage kant. ‘We dromen van lange rijen’, lacht Scheringa. Zijn voorzichtige schatting is mede ingegeven door de locatie. ‘We zitten hier niet in Amsterdam. Mensen wippen niet zomaar even binnen.’ Om verzekerd te zijn van een stroom toeristen overweegt hij vanuit de hoofdstad een shuttlebus in te zetten, eventueel inclusief stadswandeling door Hoorn. Natuurlijk had Scheringa zijn museum ook in de Randstad kunnen neerzetten. Maar de keuze voor Opmeer – tweehonderd meter van de plek waar hij zijn bedrijf begon – is bewust. Hij wil iets terug doen aan de omgeving die er mede voor zorgde dat hij tot een van de rijkste mensen van Nederland kon uitgroeien. Het museum belooft de regio een impuls te geven, zoals het Guggenheim een stimulans is voor het Spaanse Bilbao. Scheringa Museum voor Realisme. Tot 10 mei Hermann Markard. Zie www.scheringamuseum.nl voor meer informatie en een 3d-animatie van de nieuwbouw Noot voor de redactie. Ik begreep dat Thomas van Lier een verhaaltje heeft gemaakt nav de tentoonstelling bij Torch van Terry Rodgers. Staat dat verhaal in hetzelfde nummer als dit interview? Dan is een verwijzing misschien op zijn plaats. Rodgers komt ook in het Scheringa Museum. 17 mei tot en met 13 september: Terry Rodgers. Boundaries of Desire/ Grenzen van verlangen. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
