Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De boekenkast van Viviane Sassen

De boekenkast van Viviane Sassen


datum plaatsing

medium

Kunstbeeld

auteur

Sandra Jongenelen


Op de vraag of Gerard Polhuis (1952) liever honderd jaar geleden had willen leven, blijft de kunstenaar het antwoord schuldig. Maar een ontkenning of bevestiging doet er eigenlijk niet toe. Feit is dat de kunst en het gedachtegoed aan het begin van de vorige eeuw op zijn huid zit, te beginnen met de Verzamelde gedichten van Hendrik de Vries (1896-1989). Zo’n vijftien jaar geleden attendeerde iemand hem op de Tovertuin, een gedichtenbundel uit 1946 waarmee De Vries bekendheid verwierf. De kennis zag een verwantschap tussen het oeuvre van de Groningse droom-dichter en schilder, en Polhuis. ‘En het klopte’, zegt de kunstenaar nu. ‘Prachtig hoe hij vanuit zijn kleine kamer in de provincie de meest sprookjesachtige gedichten wist te produceren.’ Via De Vries kwam Polhuis in contact met de verbeeldingskracht van Alfred Kubin (1877-1959), een Oostenrijkse tekenaar, graficus en essayist die één roman schreef: Aan gene zijde. Het lievelingsboek van Kafka zoals op de achterflap valt te lezen, verscheen in 1903 en viel niet bij de minsten in de smaak. Herman Hesse sprak van ‘één van de dichterlijkste scheppingen van deze eeuw’, terwijl Kandinsky en Franz Marc het als een ‘onovertroffen meesterwerk’ zagen. Polhuis typeert het boek als fabelachtig en noemt de editie met kunstwerken van Kubin onovertroffen. Kubins tekeningen tonen gelijkenis met dat van De Vries, getuige de catalogus ’t Geheim is geheim gebleven, een uitgave van het Groninger Museum. Maar Kubins zelfstandig werk stijgt daar volgens hem ver boven uit. Uit ongeveer dezelfde tijd als Alfred Kubin, dateert het werk van de Nederlandse kunstenaar Jacob Bendien (1890- 1933). Als eerbetoon wijdde Polhuis tijdens zijn overzichtstentoonstelling in 1992 in het Centraal Museum in Utrecht een zaal aan hem. Hij schafte ook twee werken van Bendien aan, waaronder een litho die ook is vertegenwoordigd in de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam. In de periode waar Polhuis’ fascinatie naar uitgaat, kwam Freud op en ontstond aandacht voor het onderbewuste. In navolging daarvan gingen vele kunstenaars met droombeelden schuiven. ‘Voor velen een inspiratiebron.’ Ook is Polhuis geïnteresseerd in spiritisme, dat aan het eind van de negentiende eeuw opgang deed en waar dr.W.H.C. Tenhaeff – met Het Spiritisme in de kast vertegenwoordigd – colleges en een boek over schreef. Foto’s die hem intrigeren staan in Explorations – Great Moments of Discovery from the Royal Geographical Society. We zien albuminedrukken van een eeuw geleden met kamelen, piramides en palmbomen. Deze vorm van reisfotografie van landschappen en de lokale bevolking ademen een rust en stilte van een nog niet door massa’s toeristen overspoelde wereld uit. ‘Je kan de reis bijna meevoelen.’

Een van de fotografen is sir Edmund Hillary, de bergbeklimmer die beroemd werd nadat hij in 1953 samen met zijn drager als eerste de top van de Mount Everest beklom. Hedendaagse fotografie kan daar volgens Polhuis niet aan tippen, al bewondert hij Richard Avedon (1923-2004), wiens werk tot half mei is te zien in Foam. Lang opengeslagen lag A Treasury of Illustrated Children’s Books met vroeg negentiende-eeuwse klassieke illustraties. Op allerlei plekken steken er papiertjes uit het boek, dat onder andere leidde tot Polhuis’ silhouetten in metaal. Inspiratiebron daarvoor vormt ook het boek Fabergé door Geza von Habsburg. Peter Carl Fabergé (1846-1920) was een Russisch goudsmid die juwelen en kunstvoorwerpen ontwierp en bekend werd door zijn uitbundig versierde eieren. Het mooie van afbeeldingen in een boek is dat je bijvoorbeeld een klein sieraad van enkele centimeters in gedachten kan transformeren naar een monumentaal beeld, vertelt Polhuis.
Datzelfde gebeurde en leerde hij van Der Drechselnde Souverän met ivoorwerken uit vroeger eeuwen. Elfenbein kunst bevat verfijnde miniaturen die in het boek opgeblazen worden tot bijna vijftien centimeter. ‘Deze narratieve voorstellingen keren terug in mijn silhouetwerk.’ James Lee Byars (1932-1997) die met The Perfect Thougt in de boekenkast staat, is een hedendaags kunstenaar die Polhuis een nieuwe invalshoek liet zien. ‘Prachtig hoe hij hele zalen heeft ingericht.’ Tot de categorie kunstenaars die nieuw inzicht bezorgen, behoort ook Felix Gonzales-Torres (1957-1996), een aan aids overleden Cubaan-Amerikaan. Polhuis zag zijn werk in 1995 in het Guggenheim Museum waar hij bij binnenkomst een plastic koker kreeg overhandigd. Daarna mocht hij overal werk pakken: een snoepje van de enorme berg, een affiche van de stapel, waardoor hij aan het eind van het parcours de tentoonstelling mee naar huis kon nemen. Een recente aanwinst in de boekenkast zijn de Verzamelde gedichten van Paul Celan (1920-1970). Deze Duitstalige dichter schrijft ‘dingen zonder woorden’, in tegenstelling tot de duidelijk beschrijvende Hendrik de Vries, legt Polhuis uit. Na de ontdekking viel zijn oog op de tentoonstelling Kiefer – Celan, twee jaar geleden in het Grand Palais in Parijs die Polhuis overigens niet heeft gezien. Plotseling besefte de kunstenaar dat hij niet de enige ontdekker van Celan was en dat de dichter bijna veertig jaar na zijn dood nog altijd springlevend is. Gerard Polhuis exposeert van 20 maart tot 17 april 2009 bij Galerie Tanya Rumpff in Haarlem.

[ < terug ]

aanverwante artikelen: