Jaap de Vries |
|
datum plaatsing |
|
medium |
|
auteur |
Sandra Jongenelen |
De boeken die Jaap de Vries (1959) bijna vijfentwintig jaar geleden belangrijk vond, verwoorden wat hij tegenwoordig in verf doet. Destijds kon hij slechts in taal vatten wat hij wilde schilderen. Nu weet hij raadt met verf en kwast. ‘Ik beheers inmiddels het spel van vlekken en kleuren.’ Wat hij zoekt, vergt tijd om uit te leggen. ‘Het is een opeenstapeling van inzichten. Als ik het vlot kon vertellen, zou ik het niet vertrouwen.’ Feit is dat het begon met Afscheid van wat nooit geweest is, een essay uit 1985 van Eric Bolle. De Vries spreekt van een radicaal boek, waarin de Nederlandse filosoof laat zien hoe we met taal de wereld om ons heen veroveren. Bolle betoogt dat je de wereld slechts kan bevatten door hem te benoemen, maar dat je daardoor tegelijkertijd de authenticiteit eraan ontneemt. Anders gezegd; beschrijf je de boom in woorden dan is er eigenlijk geen boom meer. Maar bij De Vries draait het niet om natuur. Zijn thematiek is geweld. Geweld zit in iedereen, stelt hij vast. De één ontkent het en werpt het verre van zich, terwijl de ander het opzoekt en omhelst. Met een gelukkige jeugd om op terug te kijken, omschrijft de kunstenaar zichzelf als zondagskind. ‘Ik ben niet bezig met geweld en toch is dat het enige waaraan ik denk. Alles is in mijn ogen geweld.’ Dat geweld verbeeldt hij niet letterlijk. Dat schrikt de kijker af en levert in zijn ogen geen goed schilderij op. In plaats daarvan probeert hij geweld in beeld op te lossen. Dat doet hij – Bolle indachtig – door niet het geweld zelf centraal te stellen maar de gewelddadigheid van het áfbeelden. Zijn ideaal? Een portret van een onschuldig meisje – zijn eigen dochter misschien – waarbij je de gewelddadigheid van het afbeelden ervaart. De Vries: ‘Dat zit ‘m in de vlek van de verf. De verf slaat de wond. Ik schilder geen wonden. Geweld moet zo schrijnend zijn als de valse nostalgie van een Vinexwijk.’ Na lezing van Bolles boek zocht De Vries contact met hem, wat resulteerde in een reeks gezamenlijke publicaties onder de noemer Esthetica van de zinloosheid. De uitgaven dienden onder andere als catalogus bij een tentoonstelling in De Beyerd in Breda. Op de kaft van één van de boekjes prijkt een uitspraak van Friedrich Nietzsche, ook vertegenwoordigd in De Vries’ atelier: ‘Er zijn geen morele fenomenen, er is slechts een morele uitleg van fenomenen…’ De publicaties kwamen hard aan bij zijn gereformeerde vader. De Vries senior kwam daarom met een voorstel. ‘Ik lees dat van jou en jij leest dit, waarna hij hem Stille Omgang. Notities in het dagelijks verkeer met de Schriften van Willem Barnard overhandigde. Volgens afspraak begon de kunstenaar in de dichterlijke overpeinzingen bij de Bijbel, maar eigenlijk vond hij het geen eerlijke deal; zo’n dikke pil tegenover zijn dunne werken. Wel waardeerde hij zijn vaders aanpak. ‘Het past in de protestantse traditie meningen tegenover elkaar te zetten. Daar houd ik van.’ En hoezeer hij het religieus gedachtegoed ook afwijst, Barnards magnum opus ligt sindsdien op zijn bureau in het atelier. Wat De Vries bijna een kwart eeuw geleden eveneens fascineerde was De tranen van Eros van George Bataille. Hij laat een toegetakeld exemplaar zien met uitgescheurde pagina’s, waarin de Franse filosoof schrijft dat onmenselijkheid de kern vormt van zijn lustbeleving. Denkend aan de woorden van zijn vader: ‘Sommige dingen mag je niet denken’, was dit een eyeopener. ‘Denken veroorzaakt geen slachtoffers.’ Uit het oog: beeldverhalen van de Nederlandse schrijver, dichter en literatuurcriticus Jacq Vogelaar gaat ook over geweld en het zoeken van een houding ten opzichte van de existentiële eenzaamheid. Het boek geeft inzicht in de esthetiek van geweld. ‘Als de angst ervoor je niet verlamt, toont zich de schoonheid zoals in de schilderijen van Francis Bacon.’ Een schilderij van deze Britse kunstenaar prijkt op de omslag van Alle vlees, een historische roman van dezelfde auteur. Kunstenaars die De Vries bewondert, staan veelal met de rug naar de maatschappij. Filmers als Michael Haneke en Pasolini beschouwt hij als helden maar veel idolen houdt hij er niet op na. Bewierookte dichters en schrijvers uit de Beatnik-periode ontmoette hij een kwart eeuw geleden in hotels in San Francisco. City Lights Anthology met teksten van Allen Ginsberg en Jack Kerouac herinnert aan die tijd. Zijn laatste aanwinst betreft Uit verveling, een ‘kostelijk’ boek waarin de Rotterdamse filosoof Awee Prins de stelling verdedigt dat de diepe verveling de verborgen grondstemming is van onze tijd, ‘waarin ons alles ter beschikking staat maar niets ons nog werkelijk raakt…’ En dan is er nog Platform van de Michel Houellebecq dat de kunstenaar tijdens een vakantie in Frankrijk las. Het boek met zijn polariserende toonzetting markeerde het einde van zijn huwelijk. Wie het geweld niet schuwt moet soms de last op zijn eigen schouders torsen en een pijnlijke beslissing niet uit de weg gaan. Tijdens Art Amsterdam, van 13 t/m 17 mei, toont Galerie Majke Hüsstege werk van Jaap de Vries [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
