Ron Mandos: van bloemist tot galeriehouder |
|
datum plaatsing |
|
medium |
|
auteur |
Sandra Jongenelen |
Ron Mandos: van bloemist tot galeriehouder Als puber ging Ron Mandos (1961) er vanuit dat hij een muzikaal leven zou leiden. Hij zat op een middelbare school die leerlingen klaar stoomden voor ofwel een vervolgopleiding aan het conservatorium ofwel de balletacademie. Mandos zag zichzelf als trompettist bij bijvoorbeeld het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Met vier á vijf uur per dag op zijn instrument studeren was het op school aanpoten. En dan was er nog de Havo-stof die de scholieren zich eigen moesten maken. ‘Een feestje’ waren de lessen kunstgeschiedenis met componisten én kunstenaars. Vaak ging Mandos na schooltijd naar Boijmans om de behandelde schilderijen in het echt te bekijken. Maar tegen het eind van de opleiding groeide het besef dat hij zijn eindexamen niet cum laude zou halen. Een loopbaan als solotrompettist met een mooie plek in de orkestbak lag in duigen. Natuurlijk had hij alsnog naar het conservatorium kunnen gaan. Dan zou hij later lesgeven en in bandjes spelen, maar dat vooruitzicht lokte niet. In plaats daarvan ging hij fulltime werken bij de plaatselijke bloemist waar hij op zaterdag een bijbaantje had. Halve dagen zat hij op school. De rest leerde hij in de praktijk. Het bloemenvak ging hem zo goed af dat hij op zijn twintigste een eigen zaak opende. Drie jaar later had hij een mini-imperium met drie winkels. Maar rond zijn 33ste begon het te knagen. Mandos had vijftien vakmensen in dienst; alles liep op rolletjes. Wilde hij zo doorgaan? Het bleek tijd voor een andere koers. Na verkoop van de zaken aan het personeel nam hij een sabbatical van twee jaar om te reizen en over de toekomst na te denken. Zijn trektocht voerde over de gehele wereld, maar in Madrid maakte hij iets bijzonders mee. De stad hing op dat moment vol aanplakbiljetten. De Guernica van Picasso – het schilderij over het bombardement van het gelijknamige Baskische stadje – was verplaatst van het Prado naar het Reina Sofia en voor het eerst zonder glas te zien. En daar gebeurde het. Mandos noemt zichzelf niet echt een Picasso-liefhebber maar eenmaal tegenover het schilderij overviel hem een emotie. Hij moest huilen en dacht tegelijkertijd: hoe kun je met enkel verf zulke grote gevoelens weergeven? Het voorval was zo hevig dat Mandos besefte dat hij daar wat mee moest. Eenmaal thuis bleken de huurders onder hem te vertrekken en besloot hij na een gesprek met Jan Hoet – succesvol met zijn Chambres d’Amis – de ruimte aan kunstenaars te geven. Aanvankelijk toonde hij vooral installaties. Het was niet de commercie die hem dreef, maar na verloop van tijd ontdekte hij dat verkoop de ultieme waardering gaf vooral voor zijn kunstenaars. Inmiddels heeft Mandos een galerie in zowel Rotterdam als Amsterdam. Een galerie en bloemenwinkel hebben met elkaar gemeen dat ze producten verkopen die niemand echt nodig heeft. ‘Bij beiden omring je je met mooie dingen en gaan mensen na een aankoop blij de deur uit.’ Schertsend wijst Mandos op een groot verschil: ‘Bij een bloemenzaak moet je om half 5 opstaan. Bij een galerie ga je met alle dineetjes en afspraken wel eens om half 5 naar bed.’ www.ronmandos.nl [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
