Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Wim Pijbes

Wim Pijbes


datum plaatsing

medium

auteur

Sandra Jongenelen


Hij staat bekend als alleseter, netwerker en bovenal bemoeial. Of het nou gaat over de vergrijzing, grasboter, de titel van dit artikel of de files; hij heeft er een uitgesproken mening over. ‘Maak het openbaar vervoer tot negen uur ’s morgens gratis. De fileproblematiek vereist een radicale oplossing.’

Aan het woord is geen politicus met Haagse ambities, maar de belangrijkste museumdirecteur van Nederland. Wim Pijbes mag zich vanaf 1 juli primus inter pares van het Rijksmuseum noemen. Ligt het aan hem dan wordt het museum een totaalbeleving waar zien, ruiken en proeven centraal staan.
Die laatste twee zintuigen wil hij prikkelen in een nieuw te openen restaurant met sterrenkwaliteit. In zijn ogen wordt het een museumzaal waar de keuken van de Gouden Eeuw wordt geserveerd. Verdwenen Hollandse gewassen en kruiden keren terug op het menu en zullen in de eigen tuinen gekweekt worden, net als bij driesterrenrestaurant De Librije in Zwolle van Jonnie Boer. ‘De tuinen horen er helemaal bij. Noem het een openluchtmuseum.’
Daarnaast wil hij de band met de stad aanhalen. ‘Nergens kan je de Gouden Eeuw zo live om de hoek ervaren als in Amsterdam. De Grachtengordel is de allermooiste stadsuitbreiding ter wereld, een ongeëvenaarde Vinexwijk voor de elite van toen. Hier loop je in de stad zoals Rembrandt hem heeft gezien. Dat wil ik de museumbezoeker via
fietsroutes en een rondvaartboot laten beleven. Het Rijks moet buiten de poorten.’

Primeur voor Nederland wordt de extern gefinancierde conservator Indiase kunst voor het Aziatische paviljoen van het Rijksmuseum. Geldschieter is Corus, het Nederlandse staalconcern dat sinds de overname vorig jaar in handen is van het Indiase Tata Steel. Het bedrijf houdt zich volgens Pijbes bezig met kwaliteitsproducten en associeert zich graag met de top van de Indiase kunst in Nederland. Met de overeenkomst die voor een langere periode geldt, is ruim een half miljoen euro gemoeid.

Ondanks de aanstelling in Amsterdam blijft Pijbes (1961, Veendam) in Rotterdam wonen, de stad waar hij acht jaar directeur was van de Kunsthal. In de hoofdstad beweegt hij zich per fiets, typisch Hollands. De chauffeur van de directieauto ging onlangs met pensioen. De vacature wordt niet opgevuld. ‘Ik hecht niet aan de status van een dienstwagen.’ De advertentie voor de beschaafd blauwe directie-Volvo staat binnenkort in de krant.
Nadat hij de verregende zomermaanden gebruikte als inwerkperiode staat hij nu zo’n honderd dagen op de bok van het Rijksmuseum. Goed gezegd zo? Niet helemaal. Graag ruilt hij het lidwoord in voor het bezittelijk voornaamwoord ‘ons’. Dat betekent niet dat hij het logo in ‘Ons Rijksmuseum’ zal veranderen – neem zijn uitspraken vooral niet te letterlijk – maar bezoekers moeten wel indirect dat gevoel krijgen. ‘Het Rijksmuseum klinkt afstandelijker. Een bezoek aan het museum dient een hoogtepunt van de dag zijn. Je hoort je welkom te voelen. En een feestelijk ontvangst zorgt voor dat ons-gevoel.’

Voor de directeur die zijn vervangende dienstplicht bij Theater Lantaren/Venster in Rotterdam vervulde, ligt de vergelijking met de schouwburg voor de hand. ‘Voordat om kwart over acht het doek open gaat, ben je al een kwartier in de foyer geweest. Die kwaliteit horen wij ook te hebben. Mensen moeten zich voorbereiden: nu ga ik iets bijzonders zien.’
Aan zijn werktafel in de directievilla tegenover het museum kleurt hij het beeld verder in. Als het Rijks in 2013 volledig opengaat, moet het óp en niet zoals nu aan het Museumplein liggen. Hij roemt de piramide van het Louvre in Parijs, het glazen bouwwerk dat de bezoekersstroom reguleert. ‘Daardoor is het plein samengesmolten met het museum. Dat moet je hier ook krijgen. Het heringerichte Museumplein is best okay, maar het plan en budget hielden voor de hekken van het museum op.’
Kijkend vanuit zijn raam telt hij op nog geen twintig vierkante meter vijftien roodgekleurde fietstegeltjes op straat. ‘Hier is iemand helemaal uit zijn dak gegaan.’ Iets verderop staat een geel bord met een mannetje dat hem volstrekt onzinnig overkomt. En dan die paaltjes. Het witte paaltje wil iets verbieden. Maar wat? Een rood-wit exemplaar ligt al een jaar zielloos op de grond, terwijl ook de functie van de andere onduidelijk is.
Aan de andere kant van het vertrek bestaat het uitzicht uit een groen hekje. Leg maar eens uit waarom het midden over het gras loopt, stelt hij retorisch. Pijbes ergert zich mateloos aan de verrommeling voor zijn deur. ‘Een janboel, noemt hij het. ‘De drang naar ordening is hier helemaal doorgeslagen.’
In gesprekken met het stadsdeel Oud-Zuid staat de herinrichting van het Museumplein en de Stadhouderskade continu op de agenda, want ook de andere kant verdient in zijn ogen verbetering. Onderwerp van gesprek is tevens de onderdoorgang. ‘Volstrekt oninteressant of daar voetgangers, fietsers of beiden doorheen gaan’, zegt hij. ‘De kwaliteit van de openbare ruimte is een wezenlijker discussie dan de breedte van een fietspad. Na de heropening is daar de ingang. Zie de passage – een beter woord dan onderdoorgang – als de foyer van het theater. Daar moet je het gevoel hebben dat je ín het Rijksmuseum bent. Die versmelting met het plein zoals bij het Louvre moest worden aangebracht, hebben wij al in huis.’

Gezien de uitgelopen bouwwerkzaamheden laat een ontvangst in stijl de komende jaren op zich wachten. Kort na Pijbes’ benoeming begin dit jaar, werd duidelijk dat het hoofdgebouw tot 2013 grotendeels gesloten blijft. De topstukken hangen in de Philipsvleugel; de rest zit in depot of is tijdelijk te zien in andere musea. Als lid van de Raad van Toezicht wist Pijbes dat de opleveringsdatum mogelijk niet gehaald ging worden. De aankondiging kwam dan ook niet als een verrassing. Hij heeft respect voor de feiten, zegt hij diplomatiek, maar vindt het tegelijkertijd een schande dat het hoofdgebouw aan het eind van de rit tien jaar gesloten zal zijn. ‘Zeg je tegen een Fransman dat het Louvre tien jaar dicht gaat voor renovatie dan zegt hij impossible.’
Toch ziet Pijbes zichzelf niet als directeur van een gesloten tent zonder activiteiten. Hij bruist van de ideeën. Na het aantrekken van de gesponsorde expert voor Indiase kunst, volgt een dezer dagen de advertentie voor een conservator Middeleeuwen, weer een primeur in Nederland. Uitgerekend Rudi Fuchs bracht hem op dat idee. De voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam had zich in de krant negatief uitgelaten over de benoeming van Pijbes. Bij de Kunsthal koketteerde Pijbes graag met de titel respectabel populist. Hij bracht high en low culture; Playboy en Henry Moore; Honderd jaar korfbal en Roemeense avant-garde; dinosaurussen en Jean Tinguely.
Die sandwichformule zorgde voor de zure opmerking van Fuchs. De kunstpaus twijfelde aan het kunsthistorisch gehalte van Pijbes, die niet afstudeerde op de Gouden Eeuw, maar moderne architectuur. Fuchs liet de krant opschrijven dat de kunsthistorische ernst die het Rijksmuseum kenmerkt met de aanstelling van Pijbes in gevaar zou komen. ‘Op deze manier gaat het museum de kant op van een kermisattractie.’
Voor Pijbes was die opmerking aanleiding maar eens samen met Fuchs een broodje te gaan eten, vertelt hij. De lucht was wat hem betreft geklaard toen de criticaster verklaarde dat de journalist hem onvolledig had geciteerd. Saillant detail: de eerste tentoonstelling die onder Fuchs’ directoraat in het Stedelijk plaatsvond, behoorde ook tot de categorie lichtzinnig vermaak. Zijn visitekaartje bestond uit de Kreatief met Kurk-knutselwerken van het satirische televisieduo Arjan Ederveen en Tosca Niterink.

Fuchs haalde daarmee de actualiteit in het museum, iets wat Pijbes ook deed bij zijn eerste verwerving voor het Rijksmuseum: de blotebillenjurk van Marlies Dekkers. Volgens Pijbes is dit kledingstuk van de Nederlandse lingeriekoningin kenmerkend voor de Nederlandse volksaard, die hij typeert als individualistisch, eigenwijs en vernieuwend. Dekkers is voor hem geen onbekende. Eerder dit jaar vierde ze haar vijftienjarig jubileum met een tentoonstelling in de Kunsthal.
De aanwinst ligt wat hem betreft in het verlengde van Rembrandts portret van Catrina Hoogsaet, een schilderij dat het Rijks graag aan de collectie had toegevoegd, maar waarvoor het de financiering van 35 miljoen euro niet rond kreeg. ‘De zeventiende-eeuwse Catrina was een ongelooflijk eigenzinnig mens dat van geloof en minnaar veranderde als het haar uitkwam. Ze zou zeker in het ondergoed van Marlies Dekkers hebben gelopen.’
Na deze aanwinst haalde Pijbes de pers met de aankondiging van de komst van de diamanten schedel van Damien Hirst, één van de beroemdste en meest omstreden Britse kunstenaars. Het doodshoofd dat vanaf 1 november zes weken in het museum te zien zal zijn, ging vorig jaar voor ruim zeventig miljoen euro naar een investeringsmaatschappij. De presentatie van For the Love of God zoals het werk heet, beschouwt Pijbes als een cadeautje. Het komt uit de koker van zakelijk directeur Jan Willem Sieburgh, maar past exact in het beeld dat de nieuwe directeur wil neerzetten. ‘Veel mensen associëren het Rijksmuseum met het verleden. Deels is dat terecht, maar er is een groot misverstand. Oude Meesters zijn niet van vroeger en ook niet louter bedoeld voor oude mensen, netzo min als moderne kunst per definitie voor jonge mensen is. Rembrandt is even actueel als Hirst.’
De met 8601 diamanten bezette replica van een hersenpan oogstte internationaal veel lof. In Nederland sprak Rudi Fuchs van een ‘bovenwereldse schedel, bijna hemels’. In dat soort bewoordingen laat Pijbes zich niet uit. Hij noemt de omstreden kunstenaar een fenomeen. ‘Hij weet de vinger op de tijd te leggen. Uitgerekend op de dag dat er twee Amerikaanse banken omvallen, komt hij met een veiling die meer dan honderd miljoen euro opbrengt, nota bene in Londen, het hart van de financiële wereld waar honderden ontslagen vallen. Alsof hij het vooraf heeft geregisseerd.’ Hirst schreef met de veiling geschiedenis, meent Pijbes. ‘Het was een historisch moment. De skull zal de boekjes zeker halen.’
Het Rijks zal het fonkelende pronkstuk samen met Hirsts persoonlijke keuze uit de museumcollectie presenteren. Had de Britse ster uitsluitend als gastconservator willen optreden dan had Pijbes hem ook uitgenodigd. ‘Hirst doet precies wat ik wil.’ Tegelijkertijd ziet hij de presentatie als een experiment. Wat doe je wel, wat niet?

Joling en Gordon als representanten van Jan Steens leutigheid? Pijbes vindt van niet. ‘Het duo schmiert. Kom, van wie is dat liedje ook alweer?’ Hij neuriet ‘Heb je even voor mij’ en knikt bij de naam van Frans Bauer. De volkszanger in het Rijksmuseum? Waarom niet. ‘Bij de Bauers thuis, de realitysoap op televisie, was als een herbergtafereel van Van Ostade.’
Het museum trekt graag zo veel mogelijk mensen, maar de directeur waakt er naar eigen zeggen voor te zeer door de knieën te gaan. Porno en hardcore seks zijn als onderwerp uitgesloten, maar met pikanterieën als Japanse erotica is niks mis. Dat geldt ook voor een tentoonstelling van Andres Serrano, wiens foto’s van plasseks ruim tien jaar geleden te zien waren in het Groninger Museum.
Maar het expliciete affiche waarover destijds een rel losbarstte, gaat ook Pijbes te ver. ‘Te aanstootgevend voor de publieke ruimte.’ Dichter bij huis zou een tentoonstelling over wapens tot de mogelijkheden behoren. ‘De Nederlandse wapenindustrie was in de zeventiende eeuw leidend.’ Maar sponsoring door een hedendaagse wapenhandelaar is onbespreekbaar.
En dan zijn er de zwarte bladzijdes van de geschiedenis waar Nederlanders volgens Pijbes nog altijd krampachtig mee omgaan. De plek van het slavernijverleden in de nieuwe opstelling, blijkt een heikel punt. ‘Dat ligt veel gevoeliger dan bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog.’
Protest van Leefbaar Rotterdam is er ook tegen de eventuele verwerving van het wapen waarmee Pim Fortuyn werd doodgeschoten. ‘Het is een object waarmee de eerste politieke moord na de gebroeders De Wit in 1672 werd gepleegd. Dat is het verhaal dat je ermee kan vertellen’ , legt Pijbes uit. Het pistool ligt nog altijd bij Justitie. ‘Drie jaar geleden heeft het Rijks daarover contact gezocht. We wachten af.’

Sinds zijn aantreden stelt Pijbes vrijwel iedereen de vraag één woord te noemen dat synoniem is met het Rijksmuseum. ‘Verhalen’, antwoordt de persvoorlichter die bij het gesprek aanwezig is. Hij heeft daarmee de denkrichting van zijn nieuwe baas goed opgepikt. Pijbes vult aan: ‘Het museum biedt in feite een vat geschiedenis vol gestolde verhalen. Eén schilderij is leuk. Twee schilderijen zijn een verhaal. Ze maken muziek met elkaar. Mijn credo is dat het museum live moet leren denken. Ophangen is onvoldoende. We moeten de onderwerpen emotioneel maken.’
Zelf komt Pijbes op zijn synoniemenvraag met het woord ‘tijd’ aanzetten. ‘Het museum gaat over tijd, net als kunst over tijd gaat.’ Het antwoord is even schrikken. Bij kunsthistorici borrelen veelal woorden als esthetiek en schoonheid op en nu zegt de nieuwe directeur plotseling dat tijd de corebusiness is. Hij legt uit wat hij bedoelt. ‘De Nachtwacht is tijd en kunst. Het zegt iets over de stad die werd bestuurd door de burgers die zich door Rembrandt lieten vereeuwigen. Ook heeft waardering alles met tijd te maken. Eens kon je een Vermeer voor een paar tientjes kopen. Nu kost dat miljoenen. Kunstenaars kunnen de tijd een gezicht geven. Net als Hirst leggen ze de vinger op de tijd.’
Zoals Pijbes de tijd gelijk schakelt aan het Rijksmuseum, zo is Nederland wat hem betreft synoniem met ordening. In de bijlage van zijn sollicitatiebrief waarin hij zijn eerste museum schetste, ontgon hij het onderwerp al. ‘Ordening is een wezenlijk onderdeel van onze cultuur. We hebben het sterkst verstedelijkste gebied ter wereld met ongelooflijk veel mensen op een paar vierkante kilometer en dan ook nog deels onder de zeespiegel. Dat vereist ordening. Vlieg je over het land dan zie je het. Het heerst overal; op Schiphol, in de wetgeving. De sterke drang om de wereld te ordenen en in kaart te brengen, gaat terug naar de tijd van de kaartenmakers Blaeu en Vingboons. De kaartenkamer van de VOC was destijds belangrijker dan de kluis van de Nederlandse Bank.’
Het voorbeeld van de ordeningsdrang dat hij in zijn sollicitatiebrief gaf, is het Nederlandse belastingformulier. Een kerkinterieur van Saenredam – zo’n witte gereformeerde kerk – biedt wat hem betreft dezelfde ordening als het blauw gekleurde invulbiljet. De TomTom, het navigatiesysteem dat uit het brein van Nederlandse technici is ontsproten, ziet hij als hedendaagse variant van Huygens, ontdekker van de microscoop. ‘Hij zette de wereld die je met het blote oog niet kunt zien, op de kaart.’
Net als de tijd en het ‘ons’ uit het logo wil Pijbes de ordening op een indirecte manier onder de aandacht brengen, al sluit hij niet uit dat het belastingformulier en de TomTom eens in de vitrine zullen liggen. In de tuinen van het Rijksmuseum keert het fenomeen terug. ‘We zetten de natuur en het land naar onze hand. Dat doen we ook met groente, fruit, tulpen, kippen en stier Herman. De wereld zoals die door God is gegeven, vinden we niet goed genoeg.’
Onbedoeld bijeffect van de ordening is de groeiende bureaucratie en de doorgeslagen wet- en regelgeving. Met smaak dist Pijbes een anekdote op over de konijnen van kunstenaar Tom Claassen. Op een dag zag hij bij die bronzen beelden op het gazon tegenover de Kunsthal drie Brusselse ambtenaren staan. De heren brachten een bezoek in het kader van het Europese Speeltuinbesluit en liepen met een rolmaat om het kunstwerk heen. Kinderen speelden erop, constateerden ze, maar er lagen geen valbrekende elementen onder. Daarbij viel het drietal over de oren. Daar zou een kind met zijn hoofd klem tussen kunnen zitten. Of Pijbes die ruimte maar even wilde dichtmaken en de konijnen op rubberen tegels kon zetten. De Kunsthaldirecteur reageerde met een koekje van eigen deeg: de Auteurswet. ‘Op grond van artikel zus, lid zoveel is het niet toegestaan een werk van een kunstenaar onherroepelijk aan te tasten.’ En hoe luidde de reactie uit Brussel? Lachend: ‘Nooit meer iets van gehoord.’
De Auteurswet brengt hem op het copyright, een andere doorn in het oog. Op grond van die wet moeten derden rechten betalen als ze een kunstwerken afbeelden. Pijbes wil de collectie van het museum rechtenvrij maken voor non-profit uitgaven en educatieve boeken. ‘De Nachtwacht in een schoolboek? Vanaf 2009 kun je de foto gratis op de site downloaden. Gooi het open, maak het vrij. Het kapitaal van het Rijksmuseum moet worden uitgedragen.’
Over gederfde inkomsten maakt hij zich geen zorgen. ‘Dat verlies interesseert me niet. Ik draai het graag om, blaas het op en kijk liever naar wat het oplevert. De Auteurswet dateert uit 1912. Het is een middeleeuwse manier van tolheffing, totaal niet meer van deze tijd.’
De doorgeslagen regels en procedures leidden bij het Rijks tot vertraging van de bouwwerkzaamheden, maar na de heropening ziet Pijbes de bui ook hangen. In de Milieu Effect Rapportage (MER) is het nieuwe Rijksmuseum genormeerd op iets meer dan anderhalf miljoen bezoekers. Bij de huidige Philipsvleugel staat de teller nu al op jaarlijks één miljoen. Pijbes: ‘En stel nou dat we in november 2014 de twee miljoen naderen. Moet ik dan de rest van dat jaar de deuren sluiten omdat ik anders mijn vergunning kwijt raak? Daar heb ik dus echt geen boodschap aan.’
Na de heropening van het hoofdgebouw zullen kunst en geschiedenis elkaar aanvullen, met uitzondering van de Eregalerij, waar net als vóór de sluiting topschilderijen als De Staalmeesters en het Joodse bruidje, zij aan zij hangen. De Nachtwacht keert terug op de oude plek. Misschien hangt Pijbes hem een beetje lager. Je moet als nieuwe directeur toch ergens je punt zetten. Lager is goed voor de Chinezen, schertst hij. Maar ook zonder dollen; ‘Ik hang graag laag. De meeste schilderijen hangen met het midden van het schilderij op één meter zestig. Mijn hartmaat is één meter vijftig. Daarmee maak je de dingen fysiek aanwezig.’
[ < terug ]

aanverwante artikelen: