Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Marcel van Eeden

Marcel van Eeden


datum plaatsing

medium

auteur

Sandra Jongenelen


Smoking Kills! De Cubaanse sigarendoos met de waarschuwende woorden op de voorkant staat niet voor niks in de boekenkast van Marcel van Eeden (1965). Ze liggen in het verlengde van de inhoud van veel andere titels. De kast draagt boeken waarin de zon zich nauwelijks laat zien, het donker overheerst en het leven uitblinkt in nutteloosheid dan wel direct ontnomen dient te worden.

Sommige auteurs spelen met de waarheid of schrijven over mensen met een dubbelleven. Twee broers, drie levens over spion Henri en Anton Pieck is zo’n voorbeeld. Achter andere kaften gaan outsiderkunstenaars schuil, onder wie Falcus Bierman en Willem van Genk. Een fotoportret van laatst genoemde gebruikte Van Eeden voor zijn fictieve biografie over K.M. Wiegand, elders op een plank.
De dood is het centrale thema in het oeuvre van Gerrit Achterberg, de dichter die zijn hospita dodelijke raakte en haar dochter ernstig verwondde. Van Eeden maakte als vijftienjarige scholier kennis met het werk. Met uitzondering van de encyclopedie, een kookboek en de uitgaven van Het Beste, stonden er bij hem thuis geen boeken. Lezen zag hij als een saaie bezigheid, totdat hij de hippievriend van de moeder van een vriendinnetje ontmoette. Lang haar en poëzie gingen weldegelijk samen, besefte hij. Ook merkte hij dat schrijvers en kunstenaars een soort vrijheid hadden; ze stonden buiten de maatschappij. ‘Dat was nieuw voor mij.’
Omdat Achterberg in die tijd als beste dichter van Nederland werd beschouwd, stortte Van Eeden zich op zijn circa duizend nagelaten gedichten. De bloemlezing Voorbij de laatste stad bevat een voorwoord van Paul Rodenko over het magische dichterschap dat ook belangrijk werd voor zijn kunstbegrip.
In Ode aan Den Haag grijpt Achterberg terug op het liefdesverhaal van Ovidius, waarbij Orpheus zijn geliefde Eurydice uit het dodenrijk probeert terug te krijgen. Op zijn beurt probeert Achterberg met zijn gedichten een dode vrouw uit de onderwereld tot leven te wekken. Hij vindt de vrouw in onderdelen. Haar moleculen zijn verspreid over de wereld. In Ballade van de gasfitter duikt de vrouw weer op, een terugkerend thema dat ook Van Eedens werk heeft beïnvloed. In zijn werk naar foto’s van voor zijn geboortejaar is ook hij in de vorm van een atoom of molecuul aanwezig.

Zijn nieuwste ontdekking staat deels in de slaapkamer en betreft het werk van W.G. Sebald. De Duitse schrijver doceerde in Groot-Brittannië, waar hij bij een auto-ongeluk om het leven kwam. De ringen van Saturnus is een soort reisverslag, inclusief plaatjes en hotelrekeningen, maar onduidelijk is of de feiten op de werkelijkheid berusten. Austerltiz las Van Eeden in één dag. Geniaal, vindt hij het werk, al is moeilijk aan te geven waarom. ‘Het is heel somber; het regent altijd, maar toch is de toon luchtig.’ Op zijn website staat een stuk dat hij erover schreef.

Van de regen naar de schaduw en de nacht is het een kleine sprong naar J. van Oudshoorn, een relatief onbekende Haagse schrijver die door F. B. Hotz werd bewonderd. Als Van Eeden het verzameld werk uit de kast trekt, pakt hij zijn telefoon. Hij leende de gebundelde novellen uit voor een tentoonstelling in Stroom en liet op initiatief van de lener de stofomslag in de kast staan. Even bellen wanneer hij het exemplaar komt terugbrengen.
Van een geheel andere orde is Pencil, een boek over de geschiedenis van het potlood, uitgezocht door Henry Petroski. ‘Potlood ligt ten grondslag aan alles, terwijl het niet op waarde wordt geschat’, zegt de kunstenaar die oude potloden verzamelt, evenals oude amateurtekenboekjes.

Achter een boeddhabeeldje staat een reeks negentiende-eeuwse banden van Schopenhauer met een uitgesproken pessimistische wereldbeschouwing. In De wereld als wil en voorstelling legt de auteur uit dat het leven nutteloos is. ‘Hij schrijft dat natuur ons in gang zet om door te leven, maar met ons intellect zouden wij ons daar boven uit moeten steken.’ Die zienswijze trok de Duitse filosoof naar het boeddhisme.
Uit de kast in de slaapkamer haalt Van Eeden een boek van E.M. Cioran, een soort extreme Schopenhauer. Zijn boodschap is dat je maar beter niet geboren kan worden. ‘Heel negatief, maar toch heel mooi.’ De Roemeense filosoof, waarvan Van Eeden ook de biografie bezit, sprak zichzelf wel tegen. ‘Het leven kan beter niet bestaan, zegt hij. En als je dan toch leeft, kan je het maar beter opdoeken. Ondertussen pleegde Cioran geen zelfmoord, maar schreef hij prachtige boeken.’

[ < terug ]

aanverwante artikelen: