Galerie Martin van Zomeren |
|
datum plaatsing |
|
medium |
|
auteur |
Sandra Jongenelen |
Galerie Martin van Zomeren Martin van Zomeren begon zijn werkzame leven als kok Op de middelbare school koesterde Martin van Zomeren (43) de ambitie om archeoloog te worden, maar uiteindelijk koos hij voor een studie geschiedenis. Tegelijkertijd maakte hij in zijn eigen atelier kunst en stond hij drie tot vier avonden in de week als kok in de keuken van een restaurant. Zijn culinaire liefde erfde hij van zijn opa die in zijn jonge jaren chef was in diverse hotels in Europa. Maar ook zijn moeder is een goede kok, evenals zijn zus die in een gerenommeerde kookboekhandel werkt. Onlangs nog at hij bij haar spruitjesstamppot met franse kalfsworstjes. ‘Heerlijk.’ In de Frans georiënteerde restaurants maakte Van Zomeren in de jaren negentig de opkomst van de fusion-keuken mee. Uit boeken en via andere koks leerde hij snel werken en combineren, eigenschappen die hem nu als thuiskok goed van pas komen. Vernieuwende gerechten als ijs met wodka en grove zwarte peper verschenen op de kaart. Recent herontdekte hij de paksoi die hij verwerkte in een oude favoriet: gamba’s, opgebakken met knoflook en een pepertje. Het geheim schuilt in het afblussen met witte wijn, pernod en crème fraîche. ‘Een supercombinatie met een lichtgroenige kleur, altijd succes!’ Ook voor de weinig geliefde spruitjes heeft hij een tip. Blancheer ze licht, bak ze vervolgens op met knoflook en pureer ze met een beetje citroen, wasabi en mosterd. Maar hoe inspirerend de keuken ook was, het waren lange dagen die Van Zomeren maakte. Na een dag keihard werken viel hij om middernacht niet zomaar in slaap en lokte het uitgaansleven. Het werd tijd voor een overstap. Voor Lostboys ontwikkelde hij website-concepten voor kunst waaronder een gigantische online database, Lostart. Via de vader van één van de oprichters van Lostboys – een mecenas en kunstverzamelaar – kwam hij terecht bij Artimo, een stichting die kunstenaars ondersteunde en kunstboeken uitgaf. Die wereld voerde Van Zomeren naar buitenlandse kunstbeurzen en bracht hem ook in contact met galeriehouder Rob Malasch, die hij hielp een tweede galerie op te zetten in de Amsterdamse Baarsjes. Onderwijl was hij ook bezig met de ontwikkeling van het Goedkoop gebouw aan het IJ tot culturele voorziening. De verkoop van dat voormalig sleepvaartkantoor aan het IJ maakte een einde aan de plannen. Nadat Malasch zijn tweede galerie opdoekte, huurde Van Zomeren in een opwelling een vrijstaande ruimte; zijn eigen galerie zag het licht. Na de start begin 2004 doet hij inmiddels mee aan prestigieuze beurzen in New York, Bazel en Parijs. Overeenkomsten tussen zijn werk als kok en galeriehouder zijn er zeker. ‘Maak je een galerieprogramma dan werk je vanuit een bepaald idee maar terwijl je bezig bent komen er andere dingen op je pad. Dat is ook zo met koken. Je wilt iets maken maar hebt net niet dat ene ingrediënt. Op die manier kom je tot nieuwe vondsten. ‘Ook komen zowel kunst als koken niet zomaar uit het niets vallen. Een gerecht of een kunstwerk grijpt altijd terug op het verleden of een bepaalde kunststroming. Het is vaak een onbewuste herontdekking met een eigen interpretatie.’ [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
