Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Harry van Waveren

Harry van Waveren


datum plaatsing

medium

auteur

Sandra Jongenelen


De regie over de ontwikkeling van de culturele infrastructuur en daarmee over de mogelijkheden en kansen voor kunst en cultuur wordt in steeds grotere mate bepaald in stad en regio. Dat stelt Harry van Waveren (41), voorzitter van de commissie cultuur van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
Het meest opmerkelijk feit in deze vindt Van Waveren het gebrek aan engagement van het Rijk bij de verkiezing van de Culturele Hoofdstad van Europa die in 2018 aan Nederland is toebedeeld. Hij vindt dit merkwaardig en spreekt van een gemiste kans. ‘In politiek Den Haag is niemand er mee bezig. Ze zeggen: ‘Het duurt nog heel lang’, maar die uitverkiezing maakt nieuwe energie los. Daar moet je als overheid bij zijn. Ze onderschatten de dynamiek en richten zich op korte termijnonderwerpen.’
De Haagse stilte over de verkiezing staat volgens hem in schril contrast met de initiatieven in de regio waar steden als Maastricht en Den Haag zich warmdraaien, evenals de combinatie Arnhem/Nijmegen, de provincie Friesland en vijf grote steden in Brabant, vertegenwoordigd in BrabantStad.
Van Waveren merkt dat het in de aanloop van de verkiezing tot Culturele Hoofdstad van Europa op allerlei plaatsen begint te bruisen. Utrecht probeert zich met de herdenking van de Vrede van Utrecht in 2013 als voorproefje, in de kijker te spelen. Breda krijgt in 2009 een internationaal filmfestival gericht op vernieuwende film en beeldcultuur met als eerste gastprogrammeur fotograaf/filmmaker Anton Corbijn. ‘Het gebeurt niet meer alleen in Amsterdam, maar ook in de regio. Dit besef gaat voorbij aan de beleidmakers in Den Haag’.

In de aanloop naar de nieuwe cultuurplanperiode heeft het IPO met succes aangedrongen op meer middelen van het Rijk voor de regio’s buiten de Randstad, vertelt Van Waveren.
Het onderzoek De provincies: Kijk zo zit dat (1), dat laat zien hoe de geldstromen in de afgelopen cultuurplanperiode per provincie zijn verdeeld, gaf aanleiding tot kritiek. Tellen we het Rijksgeld bij elkaar op dat via de Cultuurnota, de fondsen en de regelingen is verdeeld, dan blijkt uit het onderzoek dat de overheid het minste uitgaf aan de provincie Flevoland: € 11, - per inwoner. De plekken daarboven worden bezet door Drenthe (€ 14, -) en Zeeland (€ 19, -). Koploper is Noord-Holland, dat vooral vanwege de aanwezigheid van Amsterdam € 90, - per inwoner toucheert. Zuid-Holland en Utrecht scoren in het onderzoek respectievelijk € 44, - en € 37, - per inwoner. (2)
De onderzoekers constateerden naar aanleiding hiervan in het rapport: ‘In ieder geval kan men vaststellen dat een beleid gericht op cultuurparticipatie een evenwichtiger verdeling dient te vertonen.’ Het IPO heeft het daar niet bij laten zitten. Na publicatie van de onderzoeksresultaten heeft het voortdurend op de trommel geslagen en gepleit voor een evenwichtiger verdeling. ‘In alle politieke gremia hebben we er continu aandacht voor
gevraagd’, herinnert Van Waveren zich.
En met resultaat. Want het pleidooi leidde uiteindelijk tot meer geld voor de gehele sector. Met € 10 miljoen extra wilde minister Plasterk van Cultuur aanvankelijk alleen de adviezen van de Raad van Cultuur voor de landsdelen noord, oost en zuid Nederland honoreren, maar dankzij een motie van de PvdA kwam nogmaals € 10 miljoen beschikbaar voor de Randstad en Flevoland; voor het IPO het belangrijkste wapenfeit van het afgelopen jaar.
Vergelijken we in het genoemde onderzoek de uitgaven voor cultuur van het Rijk met die van de provincie dan ontstaat een compleet tegenovergesteld beeld. In regio’s waar het Rijk relatief actief is, geven provincies relatief weinig uit en vice versa. In het provinciale lijstje staan bijvoorbeeld Zuid- en Noord-Holland die respectievelijk bijna € 9, - en € 10, - per inwoner uitgeven, op de laagste plaats. Koploper bij deze provinciale verdeling is Zeeland dat € 33, - per inwoner aan cultuur besteedt. De tweede en derde plaats zijn voor respectievelijk Friesland (€ 27, -) en Drenthe (€23, -). (3)
‘Het lijkt alsof de provincie de bedragen van het Rijk compenseert, maar van bijsturing is geen sprake’, zegt Van Waveren. ‘De uitgaven zijn het gevolg van het inwoneraantal en het al dan niet bestaan van steden met meer dan 100.000 inwoners en een culturele infrastructuur die door betreffende gemeente wordt gefinancierd.’

De verschillen in culturele infrastructuur van provincies hangen vaak samen met de geografische opbouw’, vervolgt Van Waveren. ‘Provincies met relatief weinig grote steden beschikken ook over een kleiner aantal grote culturele voorzieningen. Dat geldt voor (weg: speelt in) Zeeland, maar ook in Drenthe.’ Daarnaast speelt ook de geschiedenis een rol: ‘Emmen is een stad met meer dan honderdduizend inwoners, maar van oudsher niet erg cultureel gericht en dat zie je terug in de culturele infrastructuur en tradities.’
Toch is de infrastructuur niet louter een afgeleide van het aantal inwoners. Provincies maken volgens Van Waveren steeds meer duidelijke keuzes. ‘Limburg heeft bijvoorbeeld drie provinciale musea. Dat kost behoorlijk wat geld.’ Het Bonnefantenmuseum, een instelling voor hedendaagse en oude kunst, is ook landelijk toonaangevend. Maar de provincie steunt eveneens het Limburgs Museum in Venlo – gericht op historie en volkskunde – en het Industrion in Kerkrade dat zich bezig houdt met industrie en techniek in verleden, heden en toekomst. Op de website van de provincie is de verantwoording te lezen.’Deze keuze (…) is ingegeven door het belang van de musea voor onderwijs en economie, het belang voor het toerisme en de versterking van de culturele infrastructuur. Een goede infrastructuur draagt bij aan de aantrekkingskracht van een regio voor bezoekers en aan een goed vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven.’ (4)
‘Friesland steekt veel middelen in het bevorderen van de eigen taal’, vervolgt hij. Vorig jaar verspreidde de provincie via de gemeentehuizen bijvoorbeeld Taaltasjes aan jonge vaders en moeders, waarmee de provincie ouders wil wijzen op de voordelen van meertaligheid. ‘Wetenschappelijk onderzoek onderstreept dat meertalig onderwijs en meertalig opvoeden (…) goed zijn voor het leer- en denkvermogen van kinderen’, aldus de provincie Fryslân. (5) Ook ging er vorig jaar geld naar de Fryske Akademy in Leeuwarden voor de ontwikkeling van Mercator, het Europees kenniscentrum voor meertaligheid en taalleren. Met een bijdrage van zes ton verspreid over drie jaar, kan de Fryske Akademy de instelling uitbouwen tot internationaal wetenschappelijk kenniscentrum. (6)
Van Waveren, die tevens gedeputeerde Cultuur in de provincie Zeeland is namens het CDA, ziet van dichtbij hoe het er in ‘zijn’ provincie op cultureel gebied toegaat. ‘Zeeland heeft geen grote steden die relatief veel investeren in kunst en cultuur’, zegt hij. Met 55.000 inwoners is Terneuzen het grootst, gevolgd door Middelburg en Vlissingen.
Niettemin voert de provincie volgens hem een breed cultuurbeleid, gericht op de waarden van de provincie en vervat in een provinciale Cultuurnota. Eén van de instellingen die de provincie steunt is het Zeeuws Museum dat ook landelijk op de kaart staat. Het museum is gehuisvest in de schitterende Abdij van Middelburg, waar ook de provincie Zeeland is ondergebracht.
De locatie ademt historie. Omstreeks het jaar 1150 verschenen de eerste stenen op de plek van de Abdij, maar 250 jaar daarvoor werd al een aarden wal opgetrokken ter bescherming tegen de Vikingen. Deze ‘Middel-burcht’, een ronde burchtvorm, is nog steeds op de plattegrond van Middelburg te herkennen.
Het Zeeuw Museum werd eervorig jaar na een grondige verbouwing heropend en voert sindsdien een dynamisch beleid, waarbij oude waarden als streekdrachten worden verbonden met actuele kunst en mode. Die aanpak sluit aan op het jaar van de tradities dat in 2009 wordt gevierd.
Andere landelijk bekende projecten en instellingen die de provincie steunt zijn het festival Zeeland Nazomer, met onder speciaal voor het Zeeuwse landschap gemaakte locatieproducties. Provinciale Staten van Zeeland hebben in december 2008 besloten om boven op het voorstel van GS jaarlijks € 200.000,- extra subsidie te geven om grote productie mogelijk te maken. Subsidie gaat eveneens naar de Vleeshal, een tentoonstellingsruimte voor hedendaagse en actuele kunst.
Zeeland geeft verder van alle provincies het meeste uit aan amateurkunst en cultuureducatie. Ook Van Waveren was actief in dit circuit, namelijk in het Zeeuwse mannenkoor.

Namens het IPO neemt Van Waveren deel aan het driejaarlijkse overleg met de minister van Cultuur, waar ook de VNG-delegatie aanschuift (7). ‘Regulier bestuurlijk overleg’, zoals Van Waveren dat omschrijft. Op ambtelijk niveau is er tussendoor telefonisch contact om af te tasten hoe partijen over bepaalde onderwerpen denken. Een onderwerp dat momenteel speelt is de overheveling van de inbreng van het Rijk in de Regionaal Historische centra (archieven) naar provinciaal niveau. De mogelijk nieuwe taakverdeling staat ook verwoord in het Bestuursakkoord dat Rijk en provincie vorig jaar zomer sloten. Voordeel van decentralisatie is dat de archieffunctie kan worden gekoppeld aan andere provinciale cultuurhistorische instellingen, vertelt Van Waveren. ‘Provincies zien het als hun kerntaak om de interesse in de cultuurhistorie te vergroten en dat gaat ze goed af. Veel provinciaal geld stroomt naar cultureel erfgoed. Maar voor de kogel door de kerk is inzake deze taakoverdracht, moeten nog veel vragen beantwoord worden. Hoe zorg je dat de archieven in alle provincies op dezelfde manier blijven digitaliseren? En hoe moet dat straks met de eigendom van de archiefstukken?’

Waar de partijen vorig jaar wel een knoop over doorhakten (weg: is doorgehakt), is de invoering van de basisinfrastructuur en de overheveling van verantwoordelijkheden naar het Fonds voor de Podiumkunsten. Van Waveren ziet het als een ‘halfbakken’ oplossing. ‘Als je als politiek geen besluiten wilt nemen over de verdeling van de gelden en als je een einde wilt maken aan het lobbyen tijdens de behandeling van de Cultuurnota in de Tweede Kamer, wees dan consequent. Voer dan het Britse systeem in, waar de British Art Council verantwoordelijk is voor de verdeling van gelden. Dat is pas een duidelijke stap.’
Daarnaast opteert Van Waveren ook voor het Britse systeem omdat dit de aandacht van het Rijk voor kunst en cultuur buiten de Randstad zal vergroten. Tijdens een bezoek aan Groot-Brittannië zag de IPO-cultuurvoorzitter hoezeer de raadsvertegenwoordigers een positie in de regio innemen. ‘De Art Council zit fysiek in de verschillende landsdelen en ziet wat nodig en mogelijk is. Dat geeft een andere manier van met elkaar omgaan dan met het afstandelijke Den Haag. De regio’s trekken hier de kar wel, maar een partner waarmee je eens kunt ‘sparren’ zou mij meer dan welkom zijn.’

1) De provincies; Kijk zo zit dat. De culturele infrastructuur op regionale schaal in kaart gebracht, 2007, uitgave IPO
2) Zie 1, p. 25
3) Zie 1, p. 43
4) www.limburg.nl/nl/html/algemeen/beleid/kunstcultuur/musea/musea.asp
5) http://www.fryslan.nl/sjablonen/1/infotype/news/newsitem/view.asp?objectID=24990
6) www.fryslan.nl/sjablonen/1/infotype/news/newsitem/view.asp?objectID=27645
7) Zie ook interview met Arno Brok, voorzitter van de VNG-delegatie elders in dit nummer



[ < terug ]

aanverwante artikelen: