Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Pieter Bijwaard

Pieter Bijwaard


datum plaatsing

medium

auteur

Sandra Jongenelen


Voor Pieter Bijwaard (1955) zijn boeken geen verstrooiing. Een verhaal hoeft hem niet te bedwelmen. Ook wil hij een roman niet zomaar consumeren als een reep chocola die je achterloos achter elkaar weg kauwt. In plaats daarvan kiest hij zijn boeken zorgvuldig om ze vervolgens meerdere malen te herlezen.
Zijn voorkeur gaat uit naar schrijvers met een onderzoekende blik; naar mensen die helder en gedetailleerd naar een onderwerp kunnen kijken. Verhalen over oorlog en geweld laat hij links liggen. De krant kijkt hij spaarzaam in. Dat leidt alleen maar af van wat hem in essentie bezighoudt.

Speciaal voor het bezoek haalde Bijwaard nogal wat titels uit de kast die hij netjes verdeelde over ruim tien stapeltjes. Hij rangschikte ze op een bank met witte sprei en kleurige borduurwerken uit Afghanistan. Bovenop ieder boekentorentje ligt een beschreven papiertje dat de reeks enigszins verklaart. ‘Inspirerende flutjes’, ‘kort maar krachtig’ en ‘recent onder de indruk’ staat er bijvoorbeeld op.

Het eerste boek onder het opschrift ‘speciale leesboeken’ betreft Zeep, een relatief bescheiden uitgave waaraan de Franse dichter en essayist Francis Ponge (1899-1988) zo’n dertig jaar werkte. Bijwaard trof het ooit aan bij De Slegte en was geraakt door de eenvoud en humor. Nadat hij zijn exemplaar uitleende en vergat aan wie hij het moest terugvragen, kreeg hij het cadeau van Tijs Goldschmidt.
Elders op de sprei is de bioloog en schrijver aanwezig met Oversprongen. Samen met dichter K. Michel – vertegenwoordigd door In een handpalm – is Goldschmidt een man naar Bijwaards hart. Hij is onder de indruk van de boeken van het tweetal vol beschouwingen en observaties, waarin ook de humor niet ontbreekt.
Het aan papier toevertrouwen van de waarneming is ook van toepassing op Verschijningen, een boek van Henri Michaux (1899-1984). Deze Belgische dichter, schrijver en schilder liet zich door een bevriende arts drugs toedienen, waarna hij nauwgezet bijhield wat voor effect de verschillende doseringen op zijn schildershand hadden. Bijwaard typeert Michaux als een dappere kunstenaar. ‘Zijn tekeningen zijn altijd onderzoekend. Een soort work in proces.’

In het verlengde daarvan ligt het boek over de Franse en Britse fotografen Marey en Muybridge, die alle stadia van beweging op beeld vastlegden. We zien de weg die een stuiterend balletje in 1886 aflegt. ‘Prachtig’, zegt Bijwaard. ‘Ik houd van mensen voor wie niets vanzelfsprekend is. Onderzoekers die zich afvragen op welke manier een druppel van een tak valt.’
Veelvuldig uitgeleend en dikwijls herkocht is de bundel van Nescio (1882-1961) met het bijna complete oeuvre: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel. Afgelopen zomer herlas Bijwaard het verzamelde werk. Heel voorzichtig opende hij de bladzijden om vooral geen leesbreuken te veroorzaken. Hij houdt ervan als boeken in tact blijven. Nooit krast hij in een kantlijn of voorziet hij pagina’s met belangrijke passages van een ezelsoor.
Wat dat betreft is zijn liefde voor de uitgaven van Sandberg opmerkelijk. De oud-directeur van het Stedelijk Museum liet tentoonstellingen gepaard gaan met boekjes, prachtig gedrukt maar op goedkoop papier, waardoor ze ruim zestig jaar later door de tijd zijn getekend. De mini-catalogus over Paul Klee uit 1948 heeft een licht beschadigde rug. Het houthoudende papier zorgde voor een bruin verkleurd omslag. Bijwaard legt uit dat de keuze voor het papier bewust was en niet voortkwam uit naoorlogse schaarste of zuinigheid. ‘Sandberg wilde de vergankelijkheid in het product inbouwen.’

Veel beter ziet het boekje over Hercules Seghers eruit dat Bijwaard ooit van zijn hospita kreeg. De uitgave kent een harde zwart linnen kaft met de naam van de zeventiende-eeuwse kunstenaar in bladgoud. Auteur is Willem Steenhoff, voormalig conservator en onderdirecteur van het Rijksmuseum.
Bijwaard vertelt over het belang van Steenhoff (1863-1932) voor de beeldende kunst. ‘Hij heeft onder andere Van Gogh in Nederland onder de aandacht gebracht en zag als eerste de waarde van de Russische constructivisten waaronder Malevitsj, wiens werk hij ook als eerste naar Nederland haalde.’ Maar Steenhoff staat ook op een andere manier dichtbij. Hij blijkt de overgrootvader van zijn vriendin.
In het nieuwjaarsgeschenk 2007/2008 los eruit, steen terug dat Bijwaard voor het Rijksmuseum maakte, beschrijft de kunstenaar hoe hij als twaalfjarige tijdens schoolbezoek aan het museum in een roes raakte. In dat kunstenaarsboek duikt ook de naam van Steenhoff op, evenals frottages, foto’s en tekeningen met een tekst over Hercules Seghers.
Maar er is nog een derde lijn die naar Steenhoff en Seghers voert. Na publicatie van Bijwaards oeuvrecatalogus keek hij eens goed naar de foto uit 1979 waarop hij zelf stond afgebeeld. Wat las hij daar eigenlijk? Inderdaad: de publicatie uit 1924 over Hercules Seghers door Willem Steenhoff.

Pieter Bijwaard is initiatief- en deelnemer van het project Bergen | Geestgrond. De gelijknamige tentoonstelling wordt van 18 april t/m 12 juli 2009 in museum Kranenburgh in Bergen NH gehouden
www.pieterbijwaard.nl
www.bergenalsgeestgrond.nl

[ < terug ]

aanverwante artikelen: