Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Lichaamstaal van het liegen

Lichaamstaal van het liegen


datum plaatsing

medium

-

auteur

Jesse Budding


Het liegende lichaam

Het lijkt allemaal zo simpel: wegkijken, zenuwachtige bewegingen, gefriemel aan het gezicht. Wie aan een van deze criteria voldoet, liegt dat hij barst. Denkt iedereen. Maar klopt dat ook?

Liegen – we doen het allemaal. En veel vaker dan we denken. De Amerikaanse psychologe Bella DePaulo liet in 1996 proefpersonen dagboeken bijhouden van gesprekken die minstens tien minuten hadden geduurd. Na afloop van elk gesprek moesten ze aantekenen of ze de ander opzettelijk hadden voorgelogen. Daarbij telden ook kleine leugens mee.
Wat bleek? Door de bank genomen logen de deelnemers anderhalf keer per dag. Nog afgezien van gesprekjes die korter dan tien minuten duren. Overigens: studenten bleken in ongeveer een van hun drie sociale interacties te liegen, niet-studenten in een op de vijf.

En juist omdat we zoveel liegen, denken we ook te weten wanneer een ander liegt. Mis poes, meldt de internetsite lichaamstaal.nl. Paul Ekman, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië in San Francisco, heeft veel vooronderstellingen een voor een onderuitgehaald.

Ekman hecht in zijn boek ‘De leugen ontmaskerd’ waarde aan heel andere signalen. Veelvuldig slikken, zweten, knipperen, fronsen, tieren, verwijde pupillen en versprekingen – dàt zijn volgens hem goede indicatoren voor bedrog.

De psycholoog noemt ook timing als goede indicator. Hoelang duurt een uitdrukking? In hoeveel tijd ontstaat hij en verdwijnt hij weer? Iemand heeft toch ten minste een fractie van een seconde nodig om de informatie te verwerken en te beslissen wat hij ermee moet doen om een emotie te ‘faken’. Met andere woorden: als hij een gevoel speelt, komt dat later tot uiting dan wanneer het echt is. Bovendien verdwijnt bijvoorbeeld een valse glimlach later dan een echte, aldus Peter Collet, als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Oxford.

Weer andere ‘verklikkers’ zijn volgens Ekman: ongewild embleemvertoon, asymmetrische expressies en micro-gelaatsuitdrukkingen. U zei? Embleemvertoon is zoiets als aangeleerde lichaamstaal. Het is ongewild als iemand het embleem gedeeltelijk en niet in de gebruikelijke positie vertoont.

Voorbeeld: iemand die ‘fuck you’ non-verbaal en bewust wil uitdrukken, steekt vaak diverse malen zijn middelvinger omhoog. Tijdens Ekmans test zat een vrouw juist met neergestoken middelvinger op haar knie tegenover een slecht gezinde gesprekspartner. Zij maakte het gebaar dus heel ergens anders en bovendien ontbrak de herhaling.

Een asymmetrische expressie doet zich voor als de ene helft van het gezicht een emotie veel sterker vertoont dan de andere helft. Links zie je een glimlach, rechts een brede grijns.

Micro-expressies: een fractie van een seconde kan de leugenaar zijn masker niet ophouden en breekt zijn angst of woede door. Ze zijn rijk aan informatie, maar komen niet vaak voor. Bovendien is niet elke micro-expressie echt compleet: je ziet niet altijd alles wat je zou zien als de persoon geen masker ophield.

Saillant detail: ervaren klinisch psychologen zagen de emotie meteen, leken zagen die pas als de film vertraagd werd afgespeeld. Maar na een uur oefenen konden ook zij micro-expressies onmiddellijk herkennen. Alleen is een correctie op zijn plaats voor de notoire leugenaars onder ons: die voelen namelijk geen spanning meer als ze liegen. En dus zullen zij zelfs geen micro-expressies vertonen.

Aldert Vrij, hoogleraar in toegepaste sociale psychologie aan de Universiteit van Portsmouth, trekt het een en ander in twijfel: “Naar die micro-expressies is eigenlijk geen systematisch onderzoek gedaan.” De Nederlandse psycholoog is überhaupt kritisch over zijn vakbroeder: “Ekman registreert alleen emoties. Nader onderzoek of die emoties ook duiden op liegen is hard nodig.” Ekman zelf waarschuwt voor wat hij noemt het Othello-effect: iemand treft geen blaam, maar is doodsbang dat de goegemeente hem niet zal geloven. En dus gaat hij door zijn angst veelvuldig slikken of knipperen. Voorzichtigheid geboden dus. In ieder geval zijn de meeste deskundigen het erover eens dat je niet naar één signaal op zich moet kijken, maar het altijd moet combineren met andere voor je je conclusie trekt.

En dat is heel andere taal dan veel psychologieboekjes uitslaan: armen over elkaar betekent daar per definitie iets verbergen, wegkijken altijd liegen.

Vrij concentreert zich vooral op criminelen. “In politiesituaties zegt spraak vaak meer over liegen”, meent hij. “Dat komt omdat een verdachte tijdens het verhoor hoe dan ook onder druk staat. Of hij nu liegt of niet, het is een stresssituatie.” Toch meent ook hij dat lichaamstaal veelzeggend kan zijn. In zijn boek ‘De psychologie van de leugenaar’ schrijft hij namelijk dat lichaamstaal minder makkelijk te beheersen is dan de woorden die iemand uitspreekt. Omdat met name misdadigers bekend zijn met de stereotypen over liegen, zullen ze die juist willen verbergen. Niet wegkijken dus. Geen zenuwachtig gefriemel aan de neus.

Kortom: het lichaam kan, in tegenstelling, tot wat velen zeggen, wel degelijk ‘liegen’. Maar juist die verstarring van de lichaamshouding kan een aanwijzing opleveren voor een vals getuigenis.

Frank van Marwijk is directeur van het Nederlandse trainings- en
adviesbureau op gebied van lichaamstaal Bodycom Lichaamscommunicatie. Hij ontleent behalve aan de ‘gevestigde’ psychologie veel informatie aan neuro-linguïstisch programmeren (NLP). NLP zegt onder meer dat mensen omhoog kijken als ze denken en omlaag kijken bij voelen. Naar links kijken ze als ze zich iets proberen te herinneren. Als ze aan iets denken wat niet werkelijk bestaat, kijken ze juist naar rechts. “Let wel: niet het hele hoofd draait die kant op, alleen de ogen.

Toen NOVA Prinses Margarita interviewde, keek ze bijna de hele tijd naar linksonder. Maar bij vragen over het schroefje op het paleis, keek ze opeens naar rechtsboven. Ze construeerde dus iets. Dat wil niet zeggen dat ze deze uitspraken fantaseerde, maar ze wist het in elk geval niet zeker.”

Als hij een foto krijgt voorgelegd van Jaap Stam toen hij bij Ajax vertrok, zegt zelfs de zo voorzichtige Van Marwijk: “Hij steekt zijn duim op, maar zijn gezicht laat zien dat het niet goed gaat. De linkerhelft ziet er helemaal niet vrolijk uit, de glimlach is asymmetrisch. Ja, ik onderschrijf de bestandsnaam: Stammie liegt.”

Juist onderliggende spanningen kunnen volgens Van Marwijk vaak veelzeggend zijn. Stel dat een hele groep mensen een formulier moet invullen met de meest uiteenlopende vragen. Van Marwijk: “Op de vraag ‘Heeft u wel eens een bank overvallen?’ vertonen onschuldigen juist de meeste spanning. Maar een moordenaar voelt daarbij juist geen enkele spanning.” Blijkbaar verdenkt men hem niet van het veel zwaardere misdrijf dat hij wel heeft begaan. “Hij kan juist weer hoog scoren op een vraag die irrelevant lijkt zoals: ‘Heeft u een touw op uw boot?’” Juist op deze schijnbaar onschuldige plek verraadt hij zichzelf: vermoedelijk heeft hij het misdrijf dus met een touw begaan....

Raadsheer: ‘Geen cursus alleen over lichaamstaal’

Een man, aangeklaagd wegens moord, hangt ter zitting helemaal onderuit in zijn stoel. Na afloop van de zitting bespreken de rechters in de raadkamer niet alleen de stukken en verklaringen, maar ook de lichaamshouding van de verdachte. “Merkwaardig.” “Zou hij moe zijn?” “Is het soms verlegenheid?” “Zwaarlijvigheid?”

Vrouwe Justitia mag dan een blinddoek om haar hoofd dragen, dat is toch met name een symbool van objectiviteit. Het wil natuurlijk niet zeggen dat het de rechterlijke macht verboden is om naar non-verbale communicatie te kijken.

Al ziet Angela Kaptein, raadsheer bij het Gerechtshof in Den Haag, daar ook een kleine link liggen naar waarheidsvinding. “Je probeert je een goed beeld te vormen van de verdachte. In de eerste plaats op basis van zijn uitspraken, maar je kijkt ook bewust en onbewust naar zijn verdere uitstraling. Al ben ik heel voorzichtig met snelle conclusies, lichaamstaal is nu eenmaal moeilijk te duiden. Bedenk dat de verdachte zich vaak in een ongebruikelijke situatie bevindt. Dat roept spanning op. Wellicht weet hij zich ‘geen houding’ te geven. Een verdachte heeft het recht om te zwijgen of te liegen. Rechters zijn de meest voorgelogen mensen, wordt wel gezegd.

Maar ik weet het: ze zeggen dat je in lichaamstaal niet zo makkelijk kunt liegen.”

Als ze de indruk krijgt dat de verdachte zich afsluit, zegt ze vaak iets als: “Ik heb de indruk dat u hier liever niet over wilt praten?” Specifieke cursussen op dit terrein zou ze overbodig vinden. “In de cursussen die we nu volgen, wordt lichaamstaal uitgelegd, bijvoorbeeld bij oefeningen in het horen van getuigen, waarbij dan toneelspelers de getuigen zijn. Ik zou lichaamstaal ook geen zelfstandige rol willen toedichten in de rechtszaal. We moeten proberen de waarheid te vinden aan de hand van feiten en uitspraken.

Lichaamstaal vind ik in dat opzicht glad ijs. Je kunt bewegingen immers op verschillende manieren interpreteren.”

[ < terug ]

aanverwante artikelen: