Concentratie geeft ruimte |
|
datum plaatsing |
19-08-04 |
medium |
Trouw |
auteur |
Marc van Dijk |
Concentratie geeft ruimte TEKSTDICHTERS Religie is leuk, maar wordt steeds gewelddadiger Liedjesschrijvers inspireren hun luisteraars. Wat inspireert henzelf? In een serie komen ze hierover aan het woord. Leidraad: hun eigen teksten. Voor het liedje 'Red mij niet' kreeg Maarten van Roozendaal (42) drie jaar geleden de Annie M.G. Schmidt-prijs. Met bassist Egon Kracht speelt hij het nog vaak als toegift in zijn theaterprogramma's. 'Red mij niet' klinkt als een smeekbede die gericht is tegen elke vorm van religie. Toch ziet Maarten van Roozendaal overal het wonder gods. het leven heeft geen zin maar ik wel ,,Ik heb het Russisch en het Chinees staatscircus gezien in Carré. Bepaalde scènes staan nog steeds op m'n netvlies. Dat komt doordat die artiesten mij met hun techniek het gevoel gaven: nu zijn we overgeleverd aan het toeval. Als nu opeens iemand hoest, dan valt dat meisje van tienhoog naar beneden. Dus niemand hoest. Dat is mensen. Als ik op het toneel het woord 'aandelen' laat vallen, moeten mensen lachen. Daar moet ik eerst drie kwartier iets voor opbouwen, maar dan heb ik het voor elkaar. Dan is 'aandelen' een humoristisch woord geworden. Ik wil mensen iets laten meemaken. Rust. Ruimte. Concentratie. Op het moment dat mensen zich concentreren ontstaat er ruimte, gaat de tijd anders. 'Jeetje, zitten we nu al anderhalf uur te luisteren? Ik dacht een kwartier.' Ik weet dat het voor sommige mensen echt een gebeurtenis is om mij te zien spelen. Het gaat deel uitmaken van hun herinnering. Als je met vijfhonderd mensen in een zaal bent en de juiste concentratie is daar, bij ons en bij het publiek, is dat een religieuze beleving.'' restaureer je kerk stuur je kinderen ten oorlog lees handen tot je blind bent maar red mij niet ,,Ik vind 'Red mij niet' inmiddels ook een heel erg goed liedje. Toen ik het net had geschreven dacht ik: dit gaat te ver, dit is beledigend. Dat had ik al in huiselijke kring, en daarna in het eerste theater waar ik het speelde. Mensen hebben heel vage, voor ons onbenoembare dingen gemeen. Dus toen ik het voor het eerst speelde was ik zo onzeker als de pest. Maar het werd herkend. Ik speel het nog steeds, en nu denk ik: dit zing ik de rest van m'n leven. Egon en ik vinden het nog altijd een spannend ding om te doen. We vragen ons telkens af: hoe gaan we ons hier nu weer uit redden. Terwijl dat belachelijk is, in vijf jaar tijd hebben we het duizenden keren gezongen. Je duikt erin, en dan maar kijken of je ergens tussen boosheid en hoop kunt blijven hangen. En iemand anders ook werkelijk iets gunnen.'' richt je billen naar het westen zeg dagenlang hetzelfde woord laat je bevrijden door een ufo maar red mij niet ,,Mijn vraag is: waarom niet zonder? Religie is een leuk fenomeen, maar waarom kun je alleen goede werken doen als je je vrouw verplicht thuis te blijven? Religie is er kennelijk nog helemaal niet aan toe opnieuw gedefinieerd te worden. Sterker nog: het wordt steeds gewelddadiger. In het woord solidariteit zit volgens mij wél toekomst. Steeds meer mensen krijgen door dat ze de behoefte hebben om van anderen te houden, om weer samenhang te voelen. Het is in je eigen belang om met anderen te kunnen leven. Dat is de nieuwe solidariteit. Het is prettig om zo om je heen te kijken. Het oude vrouwtje helpen oversteken. Dat is misschien een cliché, maar het helpt. Je voelt je beter. Niet naar McDonald's gaan omdat dat normaal is. Naar een hamburger kijken en denken: dat is ook een grappig ding. Dát is inspiratie. Het is er allemaal, alle gegevens zijn voorhanden. De kunst is om ze te zien en te beleven. Ik zie heel vaak het wonder gods.'' uit volle borst op weg naar nergens zonder reden zonder doel met m'n zeden en m'n zonden en m'n angstig voorgevoel ,,Ik heb veel in kroegen gewerkt en ik heb huizen geschilderd, ik heb gevaren, afgewassen. Gewoon gewerkt. Maar ik ben niet echt volgzaam, vaak dwaal ik een beetje af. Ik dwaal af in taal. Als ik lasser was geworden, dan zou ik die man zijn die in de pauze nooit begrepen wordt. Er is geen verschil tussen hoe ik het liefst wil leven en de manier waarop ik nu mijn geld verdien. Ik ben blij dat ik dit kan doen, mijn gepieker is eigenlijk mijn werk geworden. Het is een bevrijding. Maar ik zou niet weten wie ik daar dankbaar voor zou moeten zijn. Ik heb wel een raar soort gedrevenheid waarvan ik niet begrijp waar zij vandaan komt. Maar geen dankbaarheid, eerst maar eens afwachten hoe ik sterf. Het leven kan nog een aardige straf in petto hebben. Ik ben bang voor dat moment van overgang. Toen ik een jaar of negentien was heb ik een sonnet geschreven. Dat was heus niet briljant, maar het laatste couplet was goed.'' het meeste vrees ik van het leven dat het me een schop nageeft in de dood en ik me niet aan het niets durf overgeven tekstschrijvers Het liedje 'Red mij niet' is daar te beluisteren. Maarten van Roozendaal: ,,Ik zie heel vaak het wonder gods. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
