Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De loop zit er nog niet in in de abdij  van  Chemin Neuf

De loop zit er nog niet in in de abdij van Chemin Neuf


datum plaatsing

10-02-07

medium

Trouw

auteur

Marc van Dijk


De loop zit er nog niet in in de abdij van Chemin Neuf

Katholicisme

De Paulusabdij in Oosterhout, die vorig jaar door de laatste monniken verlaten is, heeft nieuwe bewoners. Vijf leden van de Franse beweging Chemin Neuf proberen er iets nieuws op te bouwen.

Als je op een gewone werkdag even voor het middaguur de abdijkerk binnenstapt, is er ogenschijnlijk niets veranderd.

Enkele gelovigen uit de omgeving zitten klaar voor de eucharistieviering. En één voor één komen ook de bewoners van het klooster binnendruppelen, via een zijdeur die uitkomt op een gang naar het hoofdgebouw.

Dan beginnen de verschillen in het oog te springen. De gemeenschapsleden in hun witte gewaden (voorheen: donkerbruin) hebben bijna een hele rij zittingen per persoon ter beschikking.

De benedictijnen die hier tot vorig jaar hun getijdengebeden vierden, hadden het ook tamelijk ruim (op het laatst waren ze met z’n vijftienen), maar de nieuwe bezetting heeft iets weg van een gezin dat in een verlaten kasteel is ingetrokken.

Ze gaan vlak bij elkaar zitten, alsof ze hopen dat de metershoge bakstenen ruimte zo iets intiemer wordt. De leden van de gemeenschap zijn gemiddeld een stuk jonger dan voorheen, en drie van hen zijn vrouw. De jongste vrouw zingt kraakhelder voor – geen gregoriaans meer, noch Oosterhuis of Barnard, maar vrolijke liedjes vol godsvertrouwen, met titels als ‘Heer Jezus Prins van Vrede’.

Sinds afgelopen zomer is de Sint Paulusabdij van de Gemeenschap Chemin Neuf. In bruikleen wel te verstaan, de benedictijner gemeenschap blijft eigenaar, en op kleine afstand leven ze vanuit hun bejaardentehuis kritisch en bemoedigend met de nieuwkomers mee (zie ’Benedictijn: gun ze het voordeel van de twijfel’). Het is in Nederland de eerste vestiging van de beweging, in Frankrijk heeft ze enkele vergelijkbare kloosters met succes weten te revitaliseren.

In 1906 werd het klooster gesticht, als een nieuwe vestiging van benedictijnen uit Noord-Frankrijk. In Oosterhout bevonden zich toen al twee kloostergemeenschappen: de benedictinessen, sinds 1901, aan de overkant van de straat, en de norbertinessen, al sinds 1271. Samen vormen ze de zogenaamde ‘heilige driehoek’, maar hoe lang nog? De Paulusabdij heeft nu als eerste van de drie een sprong naar de toekomst gewaagd. „Na een eeuw komt de vernieuwing opnieuw uit Frankrijk”, sprak de abt vorig jaar.

De negen leden van de nieuwe gemeenschap, van wie er vijf intern wonen, proberen samen ‘een plaats van herbronning en bezinning’ van de abdij te maken. Plannen zijn er genoeg, getuige een folder. ‘Kana-sessies’, om ‘te werken aan je huwelijk’, sessies over gezondheid en beroepsleven, ‘geordend aan de dienst van Jezus Christus’. Of ‘Anamnese-sessies’, waarin vastgelopen mensen ‘zich met hun levensgeschiedenis kunnen verzoenen door het herlezen ervan in het licht van Gods Woord’. Hiervoor zoekt de beweging nog geschikte christelijke psychologen, maar die zijn in Nederland tot nu toe dun gezaaid, zegt de Franse overste Damien.

Toen de benedictijnen hier een eeuw geleden kwamen, bleven zij als ‘katholieke cultuurdragers’ Frans spreken. Tot 1949 bleef Frans binnen de muren de voertaal en was het volstrekt vanzelfsprekend dat de Nederlandse jongens die intraden zich daaraan aanpasten.

Dat zou anno 2007 zowel bij de nieuwkomers als bij hun gasten niet eens opkomen. Overste Damien (39), de enige priester van het gezelschap, probeert net als de anderen zo snel mogelijk Nederlands te leren. Hij preekt nog wel in het Frans.

Na de middagviering wordt er warm gegeten, vandaag een quiche lorraine van Rita Lussi (37), een Zwitserse sociaal-pedagoog (koken gaat bij toerbeurt, zoals alle huishoudelijke taken). Het is een internationaal gezelschap, niet helemaal compleet, sommigen hebben een ‘wereldse’ baan. De anderen zijn tijdelijk ‘in dienst’ van de internationale beweging – zo gauw het allemaal echt loopt en groeit moet de club zelfvoorzienend worden.
Maar voorlopig is er nog genoeg werk aan de winkel: spontane Nederlandse intreders zijn er in het eerste half jaar niet gekomen, nieuwe leden evenmin. „Er zijn geïnteresseerden”, klinkt het voorzichtig.

Emile Loop (70), Vlaams elektro-ingenieur, is bij de beweging sinds hij twintig jaar geleden een bezoek aan Parijs bracht. Tegenwoordig fungeert hij als tolk in huis.

Jacqueline Coutellier (60) is even te gast, zij was al bij de eerste bijeenkomsten van Chemin Neuf in het Lyon van de jaren zeventig. Coutellier: „We zagen in dat de echte vernieuwing uit de Amerikaanse pinksterkerken kwam. Daar hebben we inspiratie bij opgedaan.”

En dan zijn er nog de Duitse verpleegster Mirjam Rombouts (29), die al in Chemin Neuf-huizen in Duitsland en Frankrijk woonde en Frans van Beers (61), architect, twaalf jaar geleden lid geworden in Ivoorkust, waar hij ook zijn vrouw ontmoette. Hij zweert bij de Kana-sessies. „Heel goed voor de eenheid van man en vrouw.”

‘Eenheid’ is het toverwoord van Chemin Neuf, dat zich liever oecumenisch noemt dan katholiek. De eenheid van alle christenen, wereldwijd biddend in een ‘onzichtbaar klooster’. Tegelijkertijd zijn het priesterschap, de eucharistie en de kerkelijke hiërarchie wél heilig. Op een ‘oecumenische’ promotie-dvd over de Wereldjongerendagen komt één protestant aan het woord.

Misschien vanwege de spraakverwarring die af en toe optreedt tussen de disgenoten door het switchen tussen drie talen, tovert overste Damien een flap-over tevoorschijn. Met een benzinestift tekent hij een schematische weergave van het visioen van inspirator Paul Couturier.

Er verschijnen drie bolletjes met letters op het papier: links een p van protestants, rechts een o van orthodox en in het midden de k van katholiek. Vanuit de drie bolletjes tekent de overste drie pijlen naar één grote bol, het einddoel: ‘eenheid in christus’. Dan tekent hij, onderwijl uitleg gevend, een tussenfase: de buitenste bolletjes groeien vast aan het middelste bolletje.

Is het de overdreven argwaan van een kritische kijker, of is de tekening niet anders te interpreteren? Op weg naar de gedroomde eenheid is het verreweg het handigst als iedereen eerst katholiek wordt, toch?
Gelach. Daarna zwijgen. Jacqueline Coutellier legt haar hoofd in haar handen op tafel. Overste Damien ‘wil niet zeggen dat de katholieken een betere visie op de oecumene hebben’. „Maar de hiërarchische structuur van de katholieke kerk heeft tenminste als voordeel dat zij de zorg om eenheid levend houdt. Eenheid zou niet alleen een spirituele visie moeten zijn, maar ook een concrete vorm in ons kerkelijk leven.”

Jacqueline Coutellier: „Wij moedigen mensen aan om bij hun eigen kerk te blijven.”

Rita Lussi: „Wij weten net zo min als u welke vorm de eenheid zal hebben. We moeten haar samen vinden.”

Zie voor deze en vorige afleveringen www.trouw.nl/standplaatsbrabant
www.paulusabdij.nl

Het is heel oecumenisch, maar de gedroomde eenheid zit in de rk kerk
De revitalisering van de door oude benedictijnen verlaten Paulusabdij in Oosterhout moet komen van Chemin Neuf. Tijdens een korte dienst zijn er zes bezoekers.

Aan tafel in Oosterhout. Chemin Neuf-leden leven in gemeenschap van goederen.

De Franse ‘oecumenische gemeenschap Chemin Neuf’ (Nieuwe Weg) ontstond in 1973 uit een gebedsgroep in Lyon, waar nog steeds de hoofdvestiging zit. Er zijn 1200 leden in 21 landen (Europa, Afrika, Azië, Amerika, Midden-Oosten).

Men combineert de sobere spititualiteit van Ignatius met invloeden uit de charismatische vernieuwing. De gemeenschap kent celibataire mannen en vrouwen, én echtparen en gezinnen. Ze wonen in een gesloten gemeenschap (onder één dak) of in een wijkgemeenschap (in dezelfde wijk), in gemeenschap van goederen – ‘omdat het niet genoeg is om alleen te dromen van een meer rechtvaardige en broederlijke samenleving’.

Onder de leden van Chemin Neuf zitten rooms-katholieken, anglicanen, orthodoxen en protestanten. Hoeveel, is onbekend.

Voorganger Laurent Fabre zegt op de promotie-dvd ‘Christ, our Peace’ dat de ’eenheid van de christenen de hoogste zaak is’. Hij wil er alles voor geven, zelfs de martelaarsdood voor sterven.

Benedictijn: ‘Gun ze het voordeel van de twijfel’
„Wij zijn heel blij dat de abdij na ons vertrek haar religieuze bestemming heeft behouden”, zegt pater Frans Huiting (85), voorheen prior in de Paulusabdij. „Projectontwikkelaars stonden te dringen, en voor je het weet is het een auberge bénedictine.” De vergrijsde kloostergemeenschap had een vermogen kunnen krijgen voor het pand, en vooral de grond. Maar liever zagen de broeders dat het oorspronkelijke doel gediend werd, zij het in een andere vorm.

Voorheen hoopte pater Huiting, ingetreden in 1942, vurig dat er jonge benedictijnen bij zouden komen in Oosterhout. Maar toen dat niet gebeurde, is de gemeenschap op zoek gegaan naar een andere erfopvolger.

Uiteindelijk kozen de benedictijnen samen met bisschop Muskens voor de Franse beweging, die na lang aarzelen toezegde.

Huiting: „Het voordeel van Chemin Neuf is dat deze beweging de kerkelijke hokjesgeest op een aantal punten achter zich laat. Zo is het hiërarchische verschil tussen een priester en een leek minder groot, omdat zowel getrouwde mannen en vrouwen als celibatair levende mannen en vrouwen kunnen toetreden tot de gemeenschap.

Dat biedt meer ruimte voor verschillende roepingen – en dat is hard nodig als je wilt dat het religieuze leven in Nederland blijft voortbestaan.”

Huiting heeft ook twijfels over bepaalde kanten van de spiritualiteit van Chemin Neuf. „Charismatische katholieken hebben soms fundamentalistische trekjes. Maar de Chemin Neuf is van de nieuwe bewegingen die in de jaren zeventig als paddestoelen uit de grond schoten, het meest open. Ik gun ze absoluut het voordeel van de twijfel.”

De broeders verblijven nu in een bejaardentehuis in het naburige dorp Teteringen, waar ze nog dagelijks gezamenlijk de getijdengebeden vieren, deels samen met twee andere ‘gepensioneerde’ kloostergemeenschappen. Ze krijgen er persoonlijke zorg en hoeven geen immens gebouw meer te onderhouden.

Toch blijven ze betrokken bij hun oude abdij, die enkelen van hen meer dan een halve eeuw bewoonden. Pater Huiting is er nog regelmatig om voor te gaan in de mis, als overste Damien afwezig is.

De laatste jaren was het gastenverblijf van de Paulusabdij behoorlijk populair.
„Nu staat het leeg”, zegt oud-gastenbroeder Huiting. ,,Ik had niet anders verwacht. Wij hebben ook geen reclame gemaakt voor hun toekomstige activiteiten. Wat Chemin Neuf doet is een heel ander genre. Bij ons konden mensen een paar dagen deelnemen aan het monnikenbestaan. Zij gebruiken de abdij als basis voor allerlei activiteiten.”
Of de nieuwe gemeenschap het gaan redden is nog maar de vraag, denkt Huiting. „Ze kruipen in een mooi, maar qua onderhoud heel duur huis met vijftig kamers. Het moet langzaam groeien. Zijn ze soepel genoeg om zich aan te passen? We moeten ze de tijd geven
[ < terug ]

aanverwante artikelen: