Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De jongens zingen graag gregoriaans

De jongens zingen graag gregoriaans


datum plaatsing

08-03-07

medium

Trouw

auteur

Marc van Dijk


De jongens zingen graag gregoriaans

Gregoriaans zingen lijkt nog vrijwel uitsluitend een seniorensport te zijn. Toch wint de oude kerkmuziek nieuw publiek. In Raamsdonksveer zingen vier jongemannen het met gretig enthousiasme.

Trouw peilt het hedendaagse geloof in het land van Philips en Van Gogh.

Aflevering 19.
Mevrouw Fens (79) zong tot een paar jaar terug in ’het bejaardenkoor’ van Raamsdonksveer. „We waren geen nachtegalen”, zegt ze. „Maar we hebben wel eens een beker gewonnen. We mochten niet achter het altaar staan, want daar waren we te schots en te scheef voor, met onze grijze kopkes. Op een gegeven moment kwam het halve koor met rollators aanzetten. Dan houdt het een keer op, hè?”

Ze heeft het daarna nog even geprobeerd bij het dames- en herenkoor. „Daar vonden ze me te laag zingen. Ik zei: Ons’ Lieve Heer kijkt heus niet zo nauw. En wie luistert er op een uitvaart nou als een pietje precies naar die noten?”

Nu is ze tot haar spijt koorloos. Of ze weet dat er tegenwoordig weer gregoriaans gezongen wordt in haar kerk? „Nee, maar dat is prachtig! Dat zouden ze ook op mijn uitvaart mogen doen. Alleen jammer als ik het dan niet meer kan horen. Laat ze maar een gaatje in m’n kist boren.”

Zingen bij uitvaarten is niet bepaald hun doelstelling, maar vier jongemannen vormen sinds enkele maanden de Schola Bavonensis. Ontstaan als gelegenheidsensemble bij een orgelconcert dat was opgedragen aan Sint Bavo, vandaar.

Anders dan de naam doet vermoeden zingen de mannen vrijwel niet in het Latijn, dus feitelijk geen gregoriaans . Ze zingen uit het getijdenboek dat in de Nederlandse kloosters wordt gebruikt, psalmvertalingen van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde – als het ware ’nieuw gregoriaans’. Een combinatie van de eeuwenoude zangtraditie en poëtisch maar archaïsch Nederlands.

„Ons idee was om met jonge mensen gebedsdiensten te houden buiten de zondagsliturgie om, zonder pastoor of pastor, maar mét traditionele liturgie”, zegt schola-zanger Jan Willems (26). „Maar niet elke week in het Latijn. Dan zou het voor ons te veel werk worden en voor buitenstaanders te geheimzinnig.”

Het werd een evensong op de vroege zaterdagavond, een sobere gebedsviering die de laatste twee van de acht dagelijkse getijdengebeden als het ware combineert; de vespers en de completen.

In de anglicaanse traditie heel gebruikelijk, in Nederland nog relatief onbekend, maar wel in opkomst.

In de kerk van Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart, een naoorlogse kolos met plaats voor honderden mensen, zoekt de schola de kleine, cirkelvormige Mariakapel op. Die is een stuk intiemer dan de immense lege kerk, en biedt rondom precies genoeg ruimte voor de vijftien belangstellenden – de schola heeft inmiddels al een kleine schare fans.

Als de vier plechtig het middengedeelte van de kapel betreden, gekleed in lichte gewaden, en daarna staande a capella beginnen te zingen (’Heer, haast u ons te helpen’), waan je je in een miniklooster met enkel piepjonge novicen.

Het vergt nogal wat om zo’n gedragen en technisch lastige liturgie geloofwaardig uit te voeren – meestal hebben jongerenvieringen in de kerk een heel ander karakter.

Maar het groepje beschikt over de nodige bagage. Dirigent is Jerry Korsmit (30), kerkmusicus van beroep, stemvorkje half verborgen in zijn mouw.
Hij dirigeert zes koren, waarvan vier gregoriaanse schola’s, in Amsterdam en in Brabant. Nog voor hij naar het conservatorium ging, raakte hij al aan die oude muziek verslingerd, maar niet in eerste instantie om geloofsredenen. „Ik vond het exotisch, mysterieus, krachtig.”

Richard Steenvoorde (33), jurist én theoloog, verzorgt ’de inhoud’. Hij doet de twee schriftlezingen en spreekt tussen de psalmen de gebeden uit.

En dan zijn er Jan Willems (26), die als fanatieke organist (niet van beroep) ieder weekend een paar missen begeleidt, en Maurits van de Lande (30), die ook al als jochie met zingen begon, bij de Oosterhoutse Nachtegalen.
Ze zoeken nog uitbreiding, maar het moet ook niet te groot worden, zeven à negen zangers is ideaal voor gregoriaans, vindt dirigent Korsmit.

Het wordt al snel te veel koor, te traag, te weinig ensemble.

Je zou anders vermoeden als je ze bezig ziet, maar ze zijn niet allemaal even kerks. Maurits van de Lande, na afloop, bij de thee: „Ik ben niet zo met de teksten of de geloofsinhoud bezig, het gaat mij vooral om het zingen.”

Toch sluit het gregoriaans goed aan bij de hedendaagse hang naar mystiek en spiritualiteit. Volgens Korsmit (’Ik heb de jongste gregoriaanse schola’s van Nederland’) biedt de traditie bij uitstek ruimte aan mensen met verschillende geloofsovertuigingen. „In mijn koren zingen atheïsten en christenen, iedereen vindt iets anders in die muziek. Als wij met zijn vieren aan het zingen zijn, ervaren we dat ook alle vier anders. Maar het is wél een religieus moment.”

Ze dragen niet voor niets liturgische gewaden. Richard Steenvoorde: „Als we hier in nette zwarte pakken zouden gaan staan, zou het toch al gauw een concert lijken. Het zijn de eenvoudigste gewaden, die ook door misdienaars gedragen worden. Het is een beetje zoals met de uniformen van de harmonie: de kleding doet je beseffen dat het even niet om jou gaat, of in elk geval niet alleen om jou.”

Twee van Jerry Korsmit gregoriaanse schola’s bestaan uitsluitend uit vrouwen. Dat komt vooral doordat er meer vrouwen dan mannen bij een koor willen – ze nemen het gregoriaans in Nederland langzaam van de mannen over, denkt hij. „En ik vind het nog mooier klinken ook. Vrouwenstemmen zijn elastischer, en dus zeer geschikt voor deze lastige, beweeglijke muziek. Het gregoriaans ligt denk ik niet zo heel ver af van de soepele stembuigingen van Mariah Carey. Musicologisch onderzoek heeft ons veel geleerd over de uitvoeringswijze, maar niemand kan precies zeggen hoe het ooit geklonken heeft.”

De aanwezige parochianen zijn opgetogen over de zang van de heren, en de gekozen vorm. Chris Barendse (55): „Juist in het priesterarme tijdperk dat we nu betreden is dit een goed initiatief. Na de jaren zestig kwam de nadruk in de katholieke kerk op de eucharistie te liggen. Maar de getijden bidden, dat kunnen we als christenen allemaal.”

Overigens ziet Barendse er beslist geen alternatief in voor de zondagsmis, wél een goede inleiding of voorbereiding, zoals de joden de sabbat op vrijdag inluiden.

Giny van der Korput (56), pastoraal werkster, juicht het toe dat haar parochie nu verschillende soorten vieringen aanbiedt. Bovendien heeft ze de liturgie vanavond weer eens echt kunnen beleven, omdat ze zelf niets hoefde te doen. „Ik vind dat ze het heel knap doen, en zo liturgisch verantwoord. We hebben deze muziek veel te lang verdrongen, terwijl ze prachtig is om bij tot inkeer te komen.”

Zie voor deze en vorige afleveringen: www.trouw.nl/standplaatsbrabant

Volgens de Schola Bavonensis sluit het gregoriaans goed aan bij de hedendaagse hang naar mystiek en spiritualiteit.

Het aloude Gregoriaans is een openbaring voor mensen van nu
Gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa, met joodse, Griekse en oosterse wortels. Het kent geen strikte maat, maar een vrij zwevend ritme gebaseerd op de Latijnse tekst. Het wordt eenstemmig, a capella gezongen.

Toen het christendom zich over Europa verspreidde, groeiden op verschillende plaatsen in het Romeinse Rijk mondelinge liturgische tradities. Kerkvader Gregorius de Grote, paus van 590 tot 604, liet voor het eerst teksten en gebeden voor de mis ordenen.

Al was hij zelf geen componist, zijn naam blijft zo met de muziek verbonden.
Keizer Karel de Grote (768-814), bewonderaar van gregoriaanse gezangen, liet het groeiende repertoire in zijn hele rijk opnemen in de rk mis. In de negende eeuw werd voor het eerst een notatiesysteem voor de muziek ontwikkeld. Daarvoor was de zangwijze steeds op het gehoor doorgegeven, maar daar werd het aanbod te groot voor – het kostte een monnik uiteindelijk tien jaar om alle gezangen te leren.

Het Concilie van Trente (1545-1563) liet het gregoriaans standaardiseren, met als gevolg de Editio Medicea, waarin de muziek nogal werd vereenvoudigd en soms ronduit verminkt. Vanaf het midden van de negentiende eeuw werd gewerkt aan restauratie van het gregoriaans, met nieuwe muziekuitgaven en – tot op heden – musicologisch onderzoek.

Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) werd de rk liturgie voor het eerst omgezet in volkstaal. In Nederland had de gregoriaanse muziek daaronder te lijden. Dirigent Korsmit: „Jammer dat het gregoriaans zo vergeten raakte. Mensen dachten soms dat het was afgeschaft. Maar nu is de muziek voor velen echt een openbaring.”
[ < terug ]

aanverwante artikelen: