Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Pastoraal werkers dromen vergeefs  van  eigen parochie

Pastoraal werkers dromen vergeefs van eigen parochie


datum plaatsing

09-06-07

medium

Trouw

auteur

Marc van Dijk


Pastoraal werkers dromen vergeefs van eigen parochie

’Er is een andere generatie priesters aan het opgroeien, met andere opvattingen over kerk en ambt”, zegt Roel Braakhuis, voorzitter van de landelijke Vereniging voor Pastoraal Werkenden (VPW).

„Die nieuwe garde zal ons, pastoraal werkers, steeds meer gaan leiden. Dat gaat niet in alle gevallen werken. Hier en daar is het ontzettend wennen.”
Het overgrote deel van de pastoraal werkers is nu tussen de vijftig en vijfenzestig jaar, zegt Braakhuis. „Wij zijn dus, net als de bezorgde priesters, de oudjes die er straks niet meer toe doen.

Twintig jaar geleden droomden wij nog van een toekomst waarin we zelf de verantwoordelijkheid voor een parochie zouden kunnen dragen. Dat soort idealen moeten we nu vergeten.”
Het gevoel ‘dat er maar met ons gedaan wordt’ leeft landelijk bij pastoraal werkers, zegt Braakhuis, die zelf in het aartsbisdom Utrecht werkt. „Veel pastoraal werkers kijken momenteel in stilte uit naar een andere baan.”

In de noordelijke bisdommen zijn volgens hem dezelfde veranderingen gaande als in Brabant, maar de processen gaan er met minder publieke conflicten gepaard. „Met uitzondering misschien van het bisdom Haarlem, daar zie je dezelfde taferelen als in sommige Brabantse parochies – kerkbesturen die opstappen na het aantreden van een nieuwe priester, vrijwilligers die na jaren de handdoek in de ring gooien.”

Braakhuis heeft de indruk dat de afgestudeerden van de priesteropleidingen van Den Bosch (Sint Janscentrum) en Haarlem (Willibrordhuis te Vogelenzang) relatief de meeste problemen geven. Braakhuis: „Het pastoraat vereist ongelofelijk veel gevoel voor de omgang met mensen. Ik betwijfel of daar bij deze opleidingen voldoende belang aan wordt gehecht.”

Siem van Diepen deelt Braakuis’ twijfel. „De spanning in het bisdom Haarlem vertoont de kenmerken van een crisis”, zegt Van Diepen, voorzitter van de VPW in Noord-Holland en pastoraal werker in Schoorl. „De pastoraal werkers en oudgediende priesters voelen zich verdrukt door de recente wijdelingen – ongeacht hun leeftijd. Door de nieuwe regionale samenwerkingsverbanden komen de verschillen nu overal aan het licht. En die zijn enorm.”

Er zijn volgens Van Diepen grofweg drie categorieën priesters van de nieuwe garde.
Ten eerste zijn er priesters ‘die het in hun vingers hebben, vaak door de praktijk al wijzer geworden’.

Ten tweede zijn er jonge priesters die ‘geen of slechts weinig feeling hebben met wat er in een parochie gaande is’. „Ze doen alles volgens de regels. Deze mensen roepen voortdurend onbegrip over zich af, of ze krijgen het ten onrechte te verduren – het is maar van welke kant je het ziet. Feit is in elk geval dat parochies na hun komst niet harmonieus blijven.”

Ten derde zijn er de priesters van het neokatechumenaat. Dit is één van de nieuwe internationale rk bewegingen. Bisschop Bomers (Haarlem) onderhield er warme contacten mee, zijn opvolger Punt continueerde dat.

Inmiddels zijn er zo’n 25 priesters van het conservatieve neokatechumenaat uit diverse landen actief in het bisdom. Van Diepen: „Deze priesters redeneren vanuit een soort vijandschap. Ze beschouwen driekwart van de parochianen als halve heidenen, mensen die hun eigen geloof niet zouden kennen.”

Collegialiteit is soms ver te zoeken, zegt Van Diepen. „Onlangs merkte ik dat een jonge priester de parochianen had ontmoedigd om vieringen waarin ik voorging bij te wonen. Dat doet pijn. Ik mis de samenwerking. We zouden van elkaar kunnen leren. Maar ja, als je als je als jonge priester de waarheid in pacht hebt, wat moet je dan nog leren? Ze menen het monopolie te hebben op de genade.”

In alle bisdommen worden pastorale teams gevormd, die verantwoordelijk zijn voor meerdere parochies die voorheen zelfstandig waren. Dat leidt in principe tot meer overleg, maar de priester is de voorzitter, en bepaalt de koers. Roel Braakhuis: „Het is steeds maar afwachten of zo iemand zijn rol op een sociale wijze invult.”

Soms worden organisatorische hervormingen gebruikt om de inhoudelijke koers van hogerhand te corrigeren. Braakhuis: „In een parochie in Zeist hield men graag oecumenische vieringen met een protestantse gemeente. Tijdens een fusie werden daar en passant alle oecumenische activiteiten beëindigd. Tevens werd een werkgroep voor woord- en communievieringen afgeschaft.”

Zowel Braakhuis als Van Diepen vinden het te simplistisch om alles af te schuiven op ‘rechtse priesters die de macht zouden grijpen’. Roel Braakhuis: „De kerk als geheel maakt een verandering door, terug naar de traditie, net als een groot deel van de kerkgangers. Ons jongerenkoor zingt weer graag Latijn.”

Siem van Diepen: „Het blijft frustrerend. We delen één geloof, maar kunnen elkaar niet bereiken. Er wordt enorm negatief over elkaar gesproken. In de ogen van jonge priesters nemen pastoraal werkers hun bevoegdheden te ruim. De oudere priesters en pastoraal werkers vinden dat de nieuwe priesters zich terugtrekken op de sacramenten, die ze gebruiken om hun eigen machtspositie te versterken. Het is alsof we een andere taal spreken.”

’Al delen we één geloof, we bereiken elkaar niet’
Zowel jongemannen als mannen met een ’late roeping’ worden tot priester gewijd.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: