Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



'De mensen worden hier heel oud'
'De mensen worden hier heel oud'

'De mensen worden hier heel oud'


datum plaatsing

oktober/november 2006

medium

Noorderland

auteur

Karin de Mik


Wie wonen er toch in die monumentale, witte villa’s? Wat is die oase van rust en groen op een steenworp afstand van de Leeuwarder binnenstad? Het Sint Anthony gasthuis wordt wel het best bewaarde geheim van de Friese hoofdstad. Het woonzorgcentrum is een van de minst bekende instellingen van de stad. Maar zeer geliefd bij de bewoners. Verslag uit een van de grootste particuliere gasthuizen van ons land. En van een ‘dorp in de stad’.

‘Ik zeg wel eens gekscherend: het Sint Anthoon is Vaticaanstad in het klein’. Leeuwardenkenner en amateur-historicus Hendrik ten Hoeve raakt niet uitgesproken over het Sint Anthony Gasthuis, dat bijna een half jaar geleden voor het eerst zijn deuren opende voor het grote publiek tijdens Open Monumentendag. ’Het Sint Anthoon is een staatje in een staat. De voogden spelen een beetje stadsbestuurtje en regentje in het klein. Ze hebben een eigen raadszaal en een pachtkamer.’

Het Sint Anthony Gasthuis (in de volksmond Sint Anthoon) bestaat uit vier grote, deftig ogende paviljoenhuizen van twee verdiepingen (rond 1862 gebouwd) die in royale stadstuinen tegen de drukke binnenstad liggen. In de hoofdgebouwen woonden in de negentiende eeuw de proveniers, lieden uit de beschaafde stand. De kopvilla’s zijn met vier eenvoudiger ogende vleugels verbonden, waar vroeger de ‘gewone man’ huisde. De stichting Sint Anthony Gasthuis beheert een particulier woonzorgcentrum, met ongeveer 80 bewoners en bezit 22 pachtboerderijen. Het is een bijzondere en vermogende stichting, die oude gebruiken en tradities in ere houdt.

De Klok (of gouden bel) is het wapen van het gasthuis, dat als motto ‘de ouden tot nut en de zwakken tot stut’ heeft. Het bestond al in 1425, de exacte stichtingsdatum is onbekend en bood onderdak aan ouderen, behoeftigen, armen en zieken. Overal kom je die bel tegen. Op de schoorsteenmantel van het kantoortje van de directie, op gevelstenen en tegelplateaus, boven het Gasthuispoortje, voor de tuinkoepel en boven een schilderij van de heilige Sint Anthoon, naar wie de oudste instelling van Friesland is genoemd.
Met die bel hield Sint Anthonius(251-356) de wilde dieren in de woestijn, waar hij als kluizenaar leefde, op afstand. Naar verluidt hadden de leeuwen er respect voor.

Theeblaadjes
In de hal van het monumentale pand aan de Grote Kerkstraat, waar het College van voogden en voogdessen (het bestuur) maandelijks vergadert, staat een standbeeld van Sint Anthoon. In de statige bestuurskamer, met dieprood stofbehang, een negentiende eeuwse schouw en fraai Art Nouveau schilderwerk, heersen vaste tradities.

De voorzitter zit op een stoel, die, hoe kan het ook anders, getooid is met de klok. De bestuursleden drinken steevast thee, nooit koffie. Alleen de schoteltjes van de mannelijke bestuursleden krijgen zilveren cijfertjes. ‘Zo wist je wie welk kopje had’, legt Rixt ter Horst, die de administratie van de stichting verzorgt, uit. De vrouwen moesten het zonder labeltjes doen. ‘Vermoedelijk omdat zij maar met zijn drieën waren en zij wel konden onthouden uit welk kopje zij hadden gedronken.’ De dame die het kortst in het bestuur zit, schenkt de thee in. Die wordt geschonken uit een zilveren theepot. Theezakjes zijn taboe. ‘Er worden losse theeblaadjes gebruikt. Er is wel eens iemand die om koffie heeft gevraagd, maar daaraan werd geen gehoor gegeven’, verklaart Ter Horst. ’Een aluminium koffiepot op tafel? Dat kan natuurlijk niet!’

Nors
Het Sint Anthoon mag dan bol staan van de tradities en gebruiken, in zijn zorg voor de bewoners is hij zeer modern, of misschien moeten we zeggen ouderwets. ‘Mensen wippen hier geregeld even binnen voor een praatje’, vertelt adjunct-directeur Gonda van Zutphen in haar knusse kantoortje. In het Sint Anthoon krijgen de bewoners nog echte aandacht, vertelt ze. De stichting heeft tien verzorgenden in dienst en de zusterspost is 24 uur per dag bezet.

Dagelijks bezoeken zij ook bewoners die hebben aangegeven behoefte te hebben aan extra aandacht. Elke bewoner heeft alarmering op de kamer. ‘Mensen worden hier heel oud’, weet Van Zutphen. ‘Ze wonen hier gerieflijk en weten dat er altijd hulp is en dat ze alle zorg krijgen. Daardoor lijkt er een last van hun schouders te vallen en dat geeft een gevoel van rust.’ Oud werd niet alleen de naamgever van het gasthuis (Sint Anthoon bereikte de respectabele leeftijd van 105 jaar) maar ook vroegere bewoners. In de gang waaraan de pachtkamer ligt, hangt een portret van de overigens nors kijkende Tjitte Hendriks (1765-1872) die ook al de 100 haalde. De pachtkamer is in Neo Renaissancestijl ingericht. Hier betaalden de boeren, die boerderijen pachtten, twee keer per jaar hun huur aan de rentmeester. Een voor een werden ze binnengeroepen op ‘Boerendag of Betaaldag.’ Nog steeds. Nu niet om geld over te dragen, maar om de onderhoudsstaat van de panden door te spreken.

Soep en krentenpof
De sterfdag van Sint Anthoon, 17 januari, wordt in het gasthuis nog steeds herdacht. Op diens naamdag krijgen alle bewoners soep uitgereikt aan de deur. Al in 1800 deelde het gasthuis soep uit aan de armen. ‘Alleenstaanden krijgen één sleef, echtparen anderhalf’, licht Van Zutphen toe. Ook krijgen ze elk een sinaasappel en een tulband. Het bestuur nuttigt elke naamdag een maaltijd in het gasthuis, die onder meer bestaat uit toast met paling. De maand erna wordt een ander historisch feit herdacht, namelijk de ‘overwinning’ van de voogden op het gemeentebestuur van Leeuwarden. Dat wilde het vermogende gasthuis rond 1859 graag als gemeentelijke instelling inlijven. Na jarenlang procederen bepaalde de Hoge Raad op 8 februari 1861 echter dat het Sint Anthoon zelfstandig mocht blijven. Deze Overwinning (ook wel Römerdag genoemd, naar de voogd die succesvol streed voor onafhankelijkheid) wordt op 8 februari gevierd met chocolademelk en krentenpof voor alle bewoners.


Uurwerk
Huismeester Gurbe Tabak is gehuld in een lichtblauw overhemd waar met gele letters ‘Sint Anthony Gasthuis’ op is geborduurd. Hij is het eerste aanspreekpunt bij technische gebreken, maar staat ook dagelijks voor bewoners klaar bij wie een lampje kapot is of bij wie een schilderijtje moet worden opgehangen. ‘Ik ben hier overdag altijd en dat geeft bewoners een goed gevoel’, stelt Tabak. Een van zijn vaste taken is het wekelijks opwinden van de gasthuisklok. Daarvoor moet hij naar de zolder, klapt daarvoor de twee houten deurtjes voor het uurwerk open en haalt een slinger over, die twee stevige gewichten omhoog doet gaan. De klok is van 1929, gefabriceerd door B. Eysbouts-Asten, een Nederlandse fabriek voor ´torenuurwerken´. Tabak: ‘Zo´n klok hoort erbij en zolang hij het nog goed doet, moet je deze traditie in ere houden.’

Kaders:
Vermogend instituut zonder winstoogmerk:
Een eigen team verzorgenden, een vaste tuinman die het vele groen onderhoudt, een vaste huismeester en een hulphuismeester, de groente- en SRV-man aan de deur. Die service moet wel betaald worden, zou je denken. Toch zijn de huren van het Sint Anthoon niet hoger dan in reguliere verzorgingshuizen, vertelt voogd E. de Lange, notaris te Leeuwarden. De Stichting legt jaarlijks geld toe op de exploitatie en bevindt zich in de gelukkige omstandigheid dit ook te kunnen doen. ´We beschikken over een aanzienlijk bezit´, stelt de Lange. Volgens ingewijden bedraagt het eigen vermogen enkele tientallen miljoen euro´s. ´Daarom hoeven we overeenkomstig onze doelstelling geen winstoogmerk te hebben´, zegt De Lange. ´Wij bieden ouderen huisvesting aan, ook minder vermogenden. De opbrengst uit ons vermogen bedraagt jaarlijks tussen de vier en vijf ton en dat gebruiken we op. Mensen moeten kunnen rekenen op continuïteit.´ Iedereen die dat wil, kan zich laten inschrijven. Soms melden zich al veertigers, vertelt adjunct-directeur Gonda van Zutphen. Het Sint Anthoon beschikt over eenvoudige en luxere appartementen. Wie er wil wonen moet minimaal 60 jaar zijn en niet meer deelnemen aan het arbeidsproces.

‘Mens staat hier nummer een’
Haar moeder woonde er, net als haar groot- en overgrootouders. Mevrouw Willemke Bakker-van der Meij (85) liet zich al op haar 55ste inschrijven bij het Sint Anthoon, samen met haar man. Twee jaar geleden verhuisde ze naar het gasthuis. Eerder was er geen plaats voor haar en haar echtgenoot, die elf jaar geleden overleed. ‘Hier staat de mens nog nummer een’, vertelt ze in haar tweekamer appartement. ‘Hier wonen is echt uniek. De fysiotherapeut heeft een speciale kamer in het huis. Net als de kapper, waar je tegen gereduceerd tarief terechtkunt. De service is hier geweldig.’ Ook over de zorg is ze zeer te spreken. ‘Ik ben een paar keer gevallen, maar de zusters zijn er ogenblikkelijk. Er is hier altijd een nachtzuster. De huismeester houdt de gangen keurig schoon. En als ik het vraag, hangt hij ook een schilderijtje voor me aan de muur.’
www.sintanthonygasthuis.nl
[ < terug ]

aanverwante artikelen: