Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Weg van de koeien
Weg van de koeien

Weg van de koeien


datum plaatsing

30-01-2007

medium

NRC Handelsblad

auteur

Karin de Mik


Een kronkelig weggetje door het Friese platteland leidt naar de boerderij van Cees Wiersma (46) bij Hartwert (gemeente Littenseradiel). Hij is boer zonder veestapel. Tien jaar geleden verkocht hij zijn 35 koeien en schapen. Nu is hij zelfstandig ondernemer en werkt hij als vrachtwagenchauffeur. Heimwee heeft hij niet. ,,Het is tegenwoordig niet meer aantrekkelijk om boer te zijn,’’

Het was niet zijn roeping om boer te worden, vertelt hij aan keukentafel van de boerderij, waar hij met zijn vrouw Linda en twee kinderen woont. Hij had een opleiding in de metaal, maar daar was, eind jaren zeventig, geen werk in te vinden. Dan maar op de boerderij van zijn ouders. ,,Het boerenleven is mooi, je leeft in de natuur en met de seizoenen en je maakt alles mee, van geboorte van dieren tot hun dood.’’ Hij begon vol goede moed, al wist hij dat hij een niet levensvatbaar bedrijf overnam, licht hij toe. ,,Ik was de derde generatie op deze pachtboerderij. Maar omdat die niet ons eigendom was konden we geen krediet krijgen bij de bank voor een uitbreiding. Ook de superheffing begin jaren tachtig speelde hem parten. Veehouders moeten een vijfde minder melk leveren en kregen een quotum toegewezen. ,,De financiële druk werd te groot. Je liep constant achter de feiten aan. Ik had een boterham, maar teerde in op wat ik had.’’ Dat kon zo niet verder gaan. In 1994 verkocht hij zijn vee.

Zijn ouders steunden hem. ,,Ze zeiden dat ik het eerder had moeten doen.’’ Op zijn 33ste trad hij voor het eerst in loondienst als tractor- en vrachtwagenchauffeur bij een loonbedrijf. Wiersma werkte in Oost-Duitsland en Portugal als machineoperator en haalde zijn chauffeursdiploma. In 2000 begon hij voor zichzelf. Hij rijdt nu afval (,,allerlei stoffen, ook gevaarlijke’’) in Friesland, Noord-Holland en Rotterdam. Soms ook op zondag. ,,Het werk gaat met pieken en dalen. Ik heb een redelijke boterham, maar zit onder modaal.’’ Hij houdt van zijn werk, omdat het afwisselend is. Toch heeft hij geen heimwee naar het boerenbestaan. ,,Het is tegenwoordig niet meer aantrekkelijk om boer te zijn. Kijk naar al die regeltjes en ziektes als mond en klauwzeer en vogelgriep. Het vrije leven van de boer is niet meer.’’ Toch zegt hij nog een boerenbedrijf te ,,exploiteren, zij het zonder koeien.’’ ,,Ik heb 32 hectare grasland, dat ik maai, maar dat hooi raak je nauwelijks kwijt. De waarde van het gras is nul.’’ Heimwee, nee, al vertelt zijn vrouw Linda dat hij direct de koeienstal inloopt als hij op het boerenbedrijf van zijn zuster komt. Wiersma: ,,Dat is nostalgie, geen heimwee. Het is de wereld waarin ik ben opgegroeid.’’

Heimwee heeft oud-veehouder Rein Brandsma (44) uit het Friese Goënga soms nog wel. Als gevolg van rugproblemen deed hij zijn veehouderij zeven jaar geleden definitief van de hand en werd hij makelaar/bemiddelaar van agrarisch onroerend goed. ,,Vooral het melken mis ik en de vrijheid. Als boer ben je koning op je eigen erf. Je voelt je vrij. Nu word ik meer geleefd. Als boer had ik geen agenda.’’ Brandsma werd in de stal geboren. Zijn vader was veehouder in Welsrijp en als jongen hielp hij al mee met melken, ook bij andere boeren. ,,De vrijheid, het voeren van de koeien, ik wilde boer worden’’, vertelt hij in zijn ruime werkruimte in zijn kop-hals-romp-boerderij. Een droom ging in vervulling toen hij op zijn negentiende met zijn vader een maatschap aanging. ,,We kochten een grotere boerderij op deze plek in Goënga met 35 hectare land en 80 melkkoeien.’’

Brandsma maakte lange dagen (,,Ik werkte soms zestien uur per dag’’) en kreeg rugklachten. In 1992 werd hij aan een hernia geopereerd. Even ging het goed, maar twee jaar later volgde opnieuw een operatie. Zijn arts zei toen dat hij lichter werk moest zoeken. ,,Een enorme klap. We hadden kleine kinderen en ik had mijn vader net uitgekocht. Maar ik kon amper lopen. Mijn hele rug zat in het gips.’’ Een medewerker en zijn vader hielden de boerderij draaiende. Brandsma zelf stortte zich op de quotumhandel.

Handelen en bemiddelen vond hij leuk en hij volgde de driejarige makelaarsopleiding. In 1995 begon hij voor zichzelf. ,,Met een lege koffer, schone kleren en een big smile.’’ De eerste jaren melkte hij in de ochtend nog zijn vee. In 1998 verkocht hij zijn veestapel en quotum definitief. Zijn ouders steunden zijn besluit. Maar als het voorjaar in de lucht hangt en hij de koeien en het kuilvoer buiten ruikt gaat het hem aan het hart dat hij boer af is. ,,Toen ik net begon als makelaar en tijdens het melken bij een klant kwam, raakte ik geëmotioneerd. En als ik gezond was zou ik zo weer boer willen worden."

Auke Boschma (39) uit Burgwerd woont, net als Wiersma en Brandsma nog op de boerderij, maar zijn melkveehouderij deed hij vorig jaar mei van de hand. Hij is nu huisman, volgt een cursus NLP en mest koeien. Een druk is van zijn schouders gevallen. Zijn vrouw Anita, die bij een tandarts werkt, ziet hem in de toekomst als leraar op een basisschool. ,,Hij kan goed met jonge kinderen omgaan.’’ Maar Boschma weet zelf niet precies wat hij wil. Als jochie van zes wel. ,,Auke wilde boer worden. Ik was een dierenman, had een geit en konijnen.’’ Toen zijn vader ziek werd, hield hij op zijn vijftiende het melkveebedrijf draaiende. Op zijn zeventiende kwam hij in de maatschap.

Vijf jaar later kocht hij de boerderij van zijn ouders. Maar de sleur van het boerenbestaan brak hem op. ,,Je moet altijd weer melken. Er is nooit rust. Ik wil de stal altijd schoon hebben. Ben een perfectionist en daar heb je werk van.’’ Hij genoot niet van het boerenbedrijf. ,,Het was steeds: even snel dit, even snel dat. ’t Groeide me boven het hoofd.’’ Daar kwam bij dat het boeren financieel niet echt lonend was. Toen hij twee jaar geleden een melkrobot wilde aanschaffen, zei de bankemployee dat het voordeliger was als Boschma zijn melkquotum zou verkopen. Hij dubde. Had een te groot verantwoordelijkheidsgevoel, zegt zijn vrouw. ,,Hij zag het als een falen. Maar ik zei: ga doen wat je leuk vindt.’’ Dat was niet zijn melkveehouderij. Het melkvee en quotum werden verkocht. Er viel een druk van zijn schouders. Hij verbouwt nu mais en heeft een stal vol 120 stuks afmestvee. ,,Maar die hoef je niet te melken. Heb ik toch nog het gevoel dat ik een beetje boer ben.’’

Maar toch. Als hij geen baan vindt waar zijn hart ligt kan het best zijn dat hij een melkrobot koopt. Boschma: ,,Met de opbrengst van het quotum lossen we onze schulden af. Later kun je dan eventueel met een schone lei beginnen. De fabrieken schreeuwen over een jaar of zes om melk.’’

Kader
Aantal land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Tussen haakjes de gemiddelde daling in de voorafgaande periode in procenten per jaar
1980 144.994
1985 135.899 (1,3% per jaar) 1990 124.903 (1,7% per jaar)
1995 113.202 (1,9% per jaar)
2000 97.483 (2,8% per jaar)
2005 81.830 (3,2% per jaar)
(Bron: CBS Landbouwtelling, bewerking Landbouweconomisch Instituut (LEI) )

De snelste daling vond rond 2000 plaats. De laatste paar jaar vlakt die weer af.
2000/2001: 4,8%
2001/2002: 3,5%
2002/2003: 4,6%
2003/2004: 1,9%
2004/2005: 2,4%
Behalve de inkomensontwikkeling in het algemeen, hebben ook incidentele factoren invloed op het dalingstempo, bijvoorbeeld ziekteuitbraken en , opkoopregelingen van varkensbedrijven in het kader van het mestbeleid, aldus het LEI.


Cijfers voor melkveebedrijven
1980: 50.461
1985: 45.232
1990: 35.952
1995: 31.011
2000: 24.868
2005: 20.567

[ < terug ]

aanverwante artikelen: