Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Lakse jobhoppers

Lakse jobhoppers


datum plaatsing

medium

Elsevier

auteur

Heidi Klijsen


Baanwisselaars interesseren zich nauwelijks voor pensioen. Dit kan veel geld kosten.

Jaarlijks wisselen ruim 400.000 werknemers wisselen van baan. Slechts 1 op de 10 werknemers houdt hierbij rekening met het pensioen, zo blijkt uit een steekproef die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) liet houden onder bijna 800 jobhoppers.

Bij het wisselen van baan heeft een werknemer het recht om zijn oude pensioenaanspraken over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Uit de steekproef blijkt dat bijna de helft van de baanwisselaars hier niet voor kiest. In de meeste gevallen zijn ze er zelfs totaal niet mee bezig geweest. Werknemers die wel kiezen voor waardeoverdracht doen dit meestal omdat ze het handig vinden als alles bij een pensioenuitvoerder is ondergebracht.

Een goede reden is dit niet. Het maakt immers niet veel uit of er jaarlijks een of twee pensioenbrieven op de deurmat vallen. Belangrijker bij de afweging is de kwaliteit van zowel oude als nieuwe pensioenregeling. Is de oude regeling gunstiger, dan ligt het voor de hand het opgebouwde pensioen daar te laten. Maar hoe bepaal je dat? Allereerst door te kijken wat voor soort regeling u had en krijgt. De meeste pensioenregelingen zijn middelloonregelingen. Hierbij is het pensioen gebaseerd op het gemiddeld verdiende salaris tijdens de loopbaan. Steeds vaker bieden werkgevers echter een beschikbare premieregeling. Hierbij zegt de werkgever geen pensioenuitkering toe, maar een bepaalde pensioenpremie. Dit kan een vast bedrag per jaar zijn of een percentage, gebaseerd op het jaarsalaris. Die premie wordt jaarlijks belegd. De uiteindelijke pensioenhoogte is daardoor voor een groot deel afhankelijk het rendement dat u maakt. Dit in tegenstelling tot de middelloonregeling, waarbij u een gegarandeerde pensioentoezegging krijgt. Had u bij uw oude werkgever een middelloonregeling en biedt de nieuwe een beschikbare premieregeling, dan is waardeoverdracht meestal niet verstandig. U brengt uw gegarandeerde pensioen dan ook in de risicosfeer.

Een tweede punt om op te letten is de mate van indexatie. In hoeverre passen de pensioenfondsen het pensioen aan aan de loonontwikkelingen? Is de indexatie bij de nieuwe pensioenuitvoerder belabberd en bij de oude prima, dan kan dat een reden zijn om het pensioen niet over te hevelen. Check wel of de indexatie ook geldt als u niet langer bij de werkgever in dienst bent.

Tot slot is de AOW-franchise belangrijk. Over een deel van uw salaris, de AOW-franchise, bouwt u geen pensioen op, omdat uw werkgever ervan uit gaat dat u daarvoor later AOW ontvangt. Hoe lager de franchise, des te meer pensioen u opbouwt.

Kiest u voor waardeoverdracht, dan moet u dat in principe binnen een half jaar na indiensttreding aanvragen. Sommige pensioenuitvoerders gaan hier soepeler mee om. Heeft u nog meerdere pensioendelen staan bij eerdere werkgevers? Dan kan het handig zijn om te informeren of u die gelijk mee kunt overhevelen. Zeker als het om kleine kruimels gaat. In complexe situaties is het verstandig u te laten adviseren door een pensioenspecialist.





Onderhandelen

Belangrijkste voor jobhoppers

1 Salaris (24%)
2 Werktijden (17%)
3 Inhoud van het werk (11%)
4 Secundaire arbeidsvoorwaarden (6%)
5 Werksfeer (6%)

Bron: Afm, steekproef onder 800 baanwisselaars

Weblink

Tips beschikbare premieregeling

www.elsevier.nl/pensioenpremie


Tips bij een beschikbare premieregeling


Waar moet u op letten als uw werkgever u een beschikbare premieregeling aanbiedt?


1. Hoe hoog is de premie?

Biedt uw werkgever een vaste premie of een percentage van het jaarsalaris? Een vaste premie is nadelig als het salaris stijgt. De premie staat immers vast. Bij een percentage stijgt de pensioenpremie automatisch mee met het salaris.


2. Hoe worden de premies belegd?

Dit mag u vaak zelf bepalen. Kiest u bijvoorbeeld voor obligaties, aandelen of een combinatie? Wat verstandig is, hangt onder meer af van uw risicohouding en het aantal jaren dat u nog te gaan hebt tot het pensioen. Naarmate de pensioendatum nadert, is het verstandig steeds minder in aandelen te beleggen en steeds meer in veilige producten.


3. Is er een gelijkblijvende of stijgende opbouw?

Sommige pensioenfondsen laten het opbouwpercentage stijgen naarmate u ouder wordt, bij andere blijft het gelijk. Het eerste is meestal aantrekkelijker.


4. Hoeveel kosten worden er ingehouden?

De kosten die pensioenverzekeraars inhouden, gaan ten laste van de pensioenopbouw. Het is dus goed hier alert op te zijn.


5. Hoeveel reserveert u voor nabestaandenpensioen?

Hoe meer geld u reserveert voor nabestaandenpensioen, des te minder er overblijft voor het ouderdomspensioen.



Meer informatie over pensioenen:

www.Pensioenkijker.nl
[ < terug ]

aanverwante artikelen: