Sparen voor je (klein)kinderen |
|
datum plaatsing |
|
medium |
planet.nl |
auteur |
Heidi Klijsen |
Je kind heeft z'n eerste luier nog niet vol of er hangen al spaar- en verzekeringsadviseurs aan de telefoon. Want je moet natuurlijk wel spáren voor je kleintje. Wat is wel en niet interessant? De argumenten zijn bekend. Studeren is hartstikke duur, een rijbewijs kost ook niet niks en over een jaar of achttien zijn deze uitgaven al helemaal niet te betalen. Banken en verzekeraars bieden allerlei oplossingen om ervoor te zorgen dat je tegen die tijd een mooi spaarpotje bij elkaar hebt. We zetten de mogelijkheden op een rij: 1. Spaarrekening De gemakkelijkste manier is om maandelijks een bepaald bedrag opzij te zetten op een spaarrekening. Als je hiervoor een periodieke overboeking invoert, gaat het automatisch en heb je er geen omkijken meer naar. Omdat je na het eerste jaar ook rente over de rente ontvangt, spaar je ongemerkt in (bijvoorbeeld) achttien jaar een aardig bedrag bij elkaar. Rekenvoorbeeld: Stel, je spaart € 50 per maand, tegen een rente van 3%. Na 18 jaar heb je dan ruim € 14.000 bij elkaar gespaard. Door het rente-op-rente effect, loopt je spaarsaldo dus niet gelijkmatig op, maar versneld. Kijken we naar de eerste vier jaar, dan bedraagt de rente (bij benadering): - in het eerste jaar € 8 - in het tweede jaar € 27 - in het derde jaar € 46 - in het vierde jaar € 65 Flexibel Een spaarrekening is heel flexibel. Zit je een periode krap bij kas, dan zet je gewoon tijdelijk de periodiek stop. Nadeel is wel dat je dan de discipline moet hebben om het sparen weer voort te zetten als het je financieel weer voor de wind gaat. De meeste banken bieden speciale 'kinderspaarrekeningen' aan. Meestal krijg je dan een leuk cadeautje. Laat je hier niet teveel door afleiden. Belangrijker is het rentetarief dat vergoedt wordt op de rekening. Die knuffel of spaarpot kun je dan, met het extra rendement, zelf wel aanschaffen! 2. Beleggingsrekening Durf je iets meer risico te nemen, dan kun je er ook voor kiezen maandelijks een bedrag te beleggen. Het handigst is een beleggingsfonds, omdat de aankoopkosten hiervoor beperkt zijn. Bij 'echte' aandelen betaal je bij kleine orders relatief hoge kosten. Voor maandelijkse stortingen zijn aandelen dus niet zo geschikt. Omdat je bij een belegging mag rekenen op een hoger rendement, loopt - in vergelijking tot een spaarrekening - je saldo sneller op. Houd er wel rekening mee dat het rendement ook wel eens fors minder kan zijn, of zelfs negatief. Naarmate je het geld langer kunt laten staan, neemt dat risico af. 3. Spaar- of beleggingsverzekeringen Deze worden nauwelijks meer verkocht als spaarvorm voor je (klein)kind. Bij dit soort verzekeringen stort je gedurende een bepaalde periode periodiek een bedrag in een verzekeringspolis. Vroeger was sparen in zo'n verzekering interessant, omdat je dan geen belasting over het rendement was verschuldigd. Sinds 1 januari 2001 vallen alle spaarvormen in box 3 en is dat voordeel vervallen. Wel of niet op naam van je kind? Meestal kies je er voor de spaar- of beleggingsrekening op naam van je kind te zetten. Zolang het kind minderjarig is, kun je zelf over deze rekening beschikken. Maar let op: na de 18e verjaardag mag je kind vrij over de rekening beschikken en heb je er zelf geen zeggenschap meer over! Toch vervelend als jij hard hebt gespaard voor een rijbewijs en je kind koopt straks liever dure hifi-apparatuur van het bedrag. Ben je bang dat je kind na zijn 18e onverantwoordelijk met het geld om zal gaan, spaar dan liever op je eigen naam. Aan kinderen tussen de18 en 35 mag je als ouders éénmalig een bedrag tot maximaal 21.506 (2005) belastingvrij schenken. Je kunt dan zelf het moment bepalen wanneer je het bedrag schenkt. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
