Beschikbare premieregeling: tips en valkuilen |
|
datum plaatsing |
|
medium |
planet.nl |
auteur |
Heidi Klijsen |
Bij salarisonderhandelingen bij een nieuwe werkgever, vormt je pensioen een belangrijk onderdeel. Waar moet je op letten als je een beschikbare premieregeling krijgt aangeboden? 1. Hoe hoog is de premie? Is er sprake van een vaste premie of een percentage (een deel van) het jaarsalaris? Een vaste premie kan nadelig uitpakken als je salaris in de loop der jaren stijgt. Is er sprake van een opbouw op basis van een percentage van je salaris, dan stijgt de premie automatisch mee met je salarisstijging. Gelukkig wordt meestal gekozen voor een percentage. 2. Is er een gelijkblijvende of stijgende opbouw? Stijgt het opbouwpercentage naarmate je ouder wordt of blijft het gelijk? Het eerste is meestal gunstiger. 3. Hoeveel kosten worden er ingehouden? De kosten die de verzekeraar berekent kunnen flink doorwegen in het uiteindelijke rendement. Hoe meer er in de zakken van de verzekeraar vloeit, des te minder blijft er over voor jouw pensioenopbouw. Wees dus kritisch op de kostenfactor. 4. Met welk prognoserendement wordt er gerekend? Is het prognoserendement - het rendement waar de pensioenberekening op gebaseerd is - wel realistisch? Spiegelt de pensioenpolis een verwacht rendement van 8% voor, terwijl je uiteindelijk gemiddeld maar 4% haalt, dan zal je pensioen fors lager uitvallen dan verwacht. Vraag eventueel een beleggingsdeskundige om advies. 5. Met welk rentepercentage wordt er gerekend vanaf de pensioendatum? De pensioenpot zal, vanaf de pensioendatum, op een soort spaarrekening worden gestald, van waaruit het geld in periodieke porties aan jou wordt uitgekeerd. De rente op die spaarrekening is van invloed op de hoogte van de uitkering. Wordt er in jouw pensioenregeling gerekend met een (prognose)rente van 6%, terwijl deze straks slechts 3% is, dan zal de pensioenuitkering dus een stuk lager uitvallen. 6. Hoe worden de premies belegd? Hierin heb je zelf vaak een belangrijke vinger in de pap. Kies je voor relatief veilige obligaties, risicovollere aandelen of een combinatie? Aandelen geven op langere termijn doorgaans een beter rendement dan obligaties, maar de kans dat dit rendement tegenvalt is ook groter. Bij deze beslissing speelt het aantal jaren dat je nog verwijderd bent van je pensioen een belangrijke rol. Ben je nu 30 en ga je op je 65e met pensioen, dan kunnen de beleggingen nog zeker 35 jaar renderen. Dit maakt het minder risicovol om in aandelen te beleggen dan wanneer je nog slechts 5 jaar te gaan hebt. Naarmate de pensioendatum nadert, is het verstandig steeds minder in aandelen te beleggen en steeds meer in obligaties of andere veilige renteproducten. Bij sommige pensioenverzekeringen kun je automatisch het aandelenstuk laten afbouwen. Win bij twijfel advies in bij een (beleggings)deskundige. Heb je eenmaal de keuze gemaakt om een bepaald deel in aandelen te beleggen, kies dan liefst voor een wereldwijd gespreid aandelenfonds. Dit beperkt het risico. 7. Kies je wel of niet voor een (hoog) nabestaandenpensioen? Hoe meer geld je reserveert voor nabestaandenpensioen, des te minder er overblijft voor je ouderdomspensioen. Belangrijk bij deze afweging is wat je verder aan nabestaandenvoorzieningen hebt. Heb je bijvoorbeeld overlijdensrisicoverzekeringen lopen, al dan niet gekoppeld aan de hypotheek? En bezit je ook eigen vermogen (in je huis of op spaarrekening), waarmee je nabestaanden in hun onderhoud kunnen voorzien? 8. Kies je wel of niet voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Ook hierbij geldt: hoe meer je hiervoor reserveert, des te minder ouderdomspensioen je opbouwt. En ook hier is het belangrijk te bepalen wat je verder al aan voorzieningen hebt en welke risico's je zelf kunt dragen. Links: - Pensioenkijker; onafhankelijke informatie over pensioenen[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
