5 valkuilen voor beleggers |
|
datum plaatsing |
|
medium |
planet.nl |
auteur |
Heidi Klijsen |
Beleggingsproducten zijn meestal niet zo simpel als ze lijken. Er zitten vaak allerlei addertjes onder het gras, die ten koste gaan van jouw rendement. Houd onderstaande valkuilen goed in de gaten, dan maakt niemand jou meer wat wijs! 1. Fondsen in de aanbieding Banken schermen vaak met de lage aan- en verkoopkosten van beleggingsfondsen. Meestal 'slechts' een half procent. Soms worden fondsen zelfs 'gratis' aangeboden als tijdelijke aanbieding, of fonds van de maand. Maar zoals ze in Amerika zeggen: 'There's no such thing as a free lunch.' Met dat halve procentje voordeel schiet je echter niet zo veel op. De doorlopende kosten van beleggingsfondsen, zoals beheerloon, performance fee, bewaarloon en administratiekosten, maken een veel groter deel uit van de totale kostenpost. Je kunt dus beter op zoek gaan naar beleggingsfondsen die juist die doorlopende kosten beter in de hand houden. Lees ook het artikel 'Kostenbewust beleggen' uit deze special. 2. Te hoog voorgespiegelde rendementen Er is één waarheid die altijd opgaat in beleggingsland: hoe méér rendement je wilt behalen, hoe groter het risico dat je hiervoor zult moeten lopen. Met name aanbieders van exotische beleggingen - in bijvoorbeeld vanillestokjes of teakhoutplantages - hebben er vaak een handje van om torenhoge rendementen voor te spiegelen. Hierbij gaan ze vaak onvoldoende in op de bijbehorende, meestal forse, risico's. Onthoud: bij elke rendement hoort altijd een bijbehorend risicoplaatje, wat de aanbieder ook beweert. Zelfs teakhoutbomen groeien nu eenmaal niet tot aan de hemel. 3. Je 'vangnet' valt dood Beleggen in garantiefondsen is nog altijd populair, zeker na de beursdalingen van de afgelopen jaren. Maar de vraag is hoe interessant die garantiefondsen nog zijn, als je ze eenmaal een tijdje in je bezit hebt. Bij de meeste garantiefondsen is alleen de inleg op de einddatum gegarandeerd. Dat vangnet komt goed van pas als de koers in de beginperiode scherp daalt. Is je belegging na enkele jaren met, stel, 50% gestegen, dan is dat vangnet een stuk minder relevant. De opgebouwde koerswinst is immers niet meeverzekerd en die ben je in de afgelopen jaren toch als je eigen vermogen gaan ervaren. Bovendien is de kans dat de koers tot aan je inleg inzakt, na een dergelijke stijging, niet zo groot meer. Vergelijk het met een brandverzekering. Als je een huis koopt van een ton, dat na 10 jaar in prijs is verdubbeld, dan is het logisch dat je in die jaren het verzekerde bedrag indexeert. Die indexering, daar ontbreekt het bij de meeste garantiefondsen aan. Bovendien is het vangnet op de einddatum ook een stuk minder waard door de inflatie gedurende de looptijd. 4. De 'Asian tale' Bij sommige beleggingsproducten staat de einddatum van tevoren vast. Dit houdt een extra beleggingsrisico in, omdat de koers op de afloopdatum hierbij bepalend is voor je rendement. Juist op dát moment kan de beurs net even in een dip zitten. Om dit risico te beperken, bieden fondsbeheerders soms de mogelijkheid aan van een 'Asian Tale'. Dit houdt in dat de koers over een bepaalde periode, voorafgaand aan de einddatum, wordt gemiddeld. Dit biedt weliswaar een zekere dekking tegen een scherpe koersdaling aan het einde van de looptijd, maar hierdoor loop je ook de kans dat je een aanzienlijk stuk rendement mist. Stel, de afspraak is dat de koers over de laatste 24 maanden wordt gemiddeld. De beurs stijgt in die laatste 2 jaar, met 7% per jaar. Normaal gesproken zou je in die 2 jaar dus ongeveer 14% rendement maken. Door de Asian Tale resteert hiervan slechts 7% (14% : 2). 5. De spread Beursgenoteerde beleggingsfondsen kennen een intrinsieke waarde, die meestal wordt berekend aan het einde van elke beursdag. Die intrinsieke waarde is de waarde van alle bedrijven waar het fonds in belegt, gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. De werkelijke waarde dus. Op deze werkelijke waarde leggen de meeste beleggingsinstellingen een bepaalde opslag, de spread. Deze wordt vervolgens in de koers verwerkt. Bij beursgenoteerde beleggingsfondsen kan de spread oplopen tot een paar procent. Bij aankoop is 2,5% heel gebruikelijk, gevolgd door nog eens 1,5% bij verkoop. Hierdoor betaal je dus méér dan de werkelijke waarde bij aankoop en ontvang je minder dan de werkelijke waarde bij verkoop. Omdat je meestal niet weet hoe groot de spread precies is, weet je helaas niet hoeveel je te veel betaalt of te weinig ontvangt. Links: AFM: de site van de Autoriteit Financiële Markten. Hier vind je veel achtergrondinformatie over beleggen en de kosten daarvan[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
