Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Toch in obligaties in een dalende obligatiemarkt

Toch in obligaties in een dalende obligatiemarkt


datum plaatsing

medium

planet.nl

auteur

Heidi Klijsen


De afgelopen maanden steeg de kapitaalmarktrente fors. Voor obligatiebeleggers is dat ongunstig, want bij een stijgende rente daalt de koers van obligaties. Verwacht je een verdere rentestijging, maar wil je tóch in obligaties beleggen, dan zijn er verschillende alternatieven voor de 'standaard' obligatie.

Een obligatie is een bewijs dat je geld hebt uitgeleend aan de overheid, een instelling of een onderneming. In ruil voor die lening krijg je een vergoeding, de couponrente. Over dit rentepercentage, maar ook over de aflossing van de lening, worden vooraf afspraken gemaakt. Obligaties worden, net als aandelen, verhandeld op de beurs. De koers staat niet vast, maar wordt uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde (de waarde die op de obligatie vermeld staat). Wat je daadwerkelijke rendement is, is afhankelijk van de koers van de obligatie.

Een voorbeeld: De 10-jaars kapitaalmarktrente is 4%. Je koopt op dat moment een 10-jarige 4% staatsobligatie, met een nominale waarde van € 100. Dab ontvang je gedurende 10 jaar jaarlijks € 4 rente. Dit vaste rendement krijg je alleen wanneer je de obligatie 10 jaar aanhoudt. Verkoop je de obligatie eerder, dan is de verkoopwaarde afhankelijk van de rentestand op dat moment.

Stel dat de lange rente na vier jaar is gestegen tot 6%. Een nieuw uit te geven obligatie levert dan meer op, waardoor jouw obligatie een stuk minder aantrekkelijk wordt. Daardoor is je obligatie op dat moment geen € 100 meer waard, maar bijvoorbeeld nog maar € 90.

Stijgende kapitaalmarktrente
Zo'n situatie van een stijgende kapitaalmarktrente is nu juist waar obligatiebeleggers de laatste tijd mee te maken hebben gehad. De 10-jaars kapitaalmarktrente is de afgelopen maanden gestegen met bijna een vol procent, tot circa 4%. Als je verwacht dat die rentestijging ook de komende tijd voortduurt, dan is het niet verstandig om op dit moment een 'traditionele' obligatie aan te kopen.

Dit wil niet zeggen dat je, bij een stijgende rente, helemaal niet meer in obligaties moet beleggen. In vergelijking met aandelen is een obligatiebelegging nog altijd een stuk defensiever. Uit oogpunt van risicospreiding is het dus nog steeds aantrekkelijk om een gedeelte van je beleggingsportefeuille te reserveren voor obligaties. Hoe groot dat deel moet zijn, is afhankelijk van je risicoprofiel. Meer hierover lees je in het artikel 'Hoe richt je je beleggingsportefeuille in?'

Het kan in een stijgende rentemarkt wel verstandig zijn om uit te wijken naar obligaties met een alternatieve structuur, waarbij je minder afhankelijk bent van ontwikkelingen in de kapitaalmarktrente. We noemen vier populaire vormen. Omdat het hier gaat om complexe producten, waarvan de voorwaarden onderling sterk kunnen verschillen, adviseren wij om je eerst goed te laten voorlichten door een beleggingsadviseur.

1. De obligatie met een variabele rentecoupon
Een 'standaard' obligatie heeft een vaste rentecoupon. Maar er zijn ook obligaties met een variabele coupon. De engelse term hiervoor is 'floater' of 'floating rate note'. Dit zijn leningen, waarbij de rentecoupon jaarlijks gelijk is aan bijvoorbeeld de 10-jaars kapitaalmartkrente. Afhankelijk van de debiteur is deze eventueel vermeerderd met een opslag. Doordat de couponrente meebeweegt met de kapitaalmarktrente, is de koers doorgaans stabieler dan bij een 'normale' obligatie.

2. De steepener
De steepener is ook een obligatie met een variabele rentecoupon. Bij deze obligatie is de jaarlijkse coupon gelijk aan het verschil tussen bijvoorbeeld de 10-jaars en de 2-jaars kapitaalmarktrente, meestal vermenigvuldigd met een bepaalde factor. Doordat je beloning los staat van de absolute beweging van de rente, is deze minder afhankelijk van een stijgende of dalende kapitaalmarktrente.

Een risico bij zowel de floater als de steepener ontstaat wanneer de korte (bijvoorbeeld 2-jaars) rente onverwacht harder stijgt dan de lange (bijvoorbeeld 10-jaars) rente. Dit was het afgelopen halfjaar het geval. In deze min of meer uitzonderlijke situatie blijft er van je couponrente helaas maar weinig over.

3. Floater of steepener met hoge aanvangsrente
Bij beide vormen is er nog de variant dat je gedurende de eerste jaren van de looptijd een vaste, hoge couponrente ontvangt. De afgelopen maanden zijn er bijvoorbeeld obligaties uitgegeven met een coupon van 7% gedurende de eerste twee of drie jaar. In de jaren daarna is de couponrente dan weer gewoon variabel, afhankelijk van de gekozen systematiek.

4. Ledencertificaten van de Rabobank
De Rabobank is een coöperatieve bank. Als klant ben je dus automatisch ook 'lid' van deze bank. Voor leden geeft de Rabobank van tijd tot tijd ledencertificaten uit. Deze ledencertificaten beleggen het grootste deel van hun opbrengst in achtergestelde leningen aan Rabobank Nederland. De ledencertificaten zijn niet beursgenoteerd. Ze worden via een interne markt bij de Rabobank eens per maand verhandeld.

Inmiddels heeft de bank drie ledencertificaten uitgegeven. De nieuwste, de Ledencertificaten III, keren jaarlijks een dividend uit dat in principe gelijk is aan het gemiddelde effectieve rendement op de tienjarige Nederlandse staatslening, vermeerdert met 0,25%. Als de rente oploopt, stijgt het dividend. De belegger heeft dus - in tegenstelling tot obligaties - geen last van koersdalingen bij rentestijgingen.

De ledencertificaten vormen een relatief veilige belegging, met een redelijk rendement. Het grootste risico bestaat uit het feit dat als de bank geen winst maakt, ze ook geen dividend uitkeert. Tot op heden heeft de Rabobank echter elk jaar winst gemaakt.

Let op: de renteopslag kan te laag zijn
Voor alle bovengenoemde producten bestaat het risico dat de renteopslag te laag is vastgesteld. Het is belangrijk hier goed op te letten bij de keuze van je obligatie. De volgende twee situaties kom je tegen:
1. De opslag staat niet in verhouding tot het debiteurenrisico
In dit geval is de opslag te laag in relatie tot de kwaliteit van de debiteur. Hoe minder de kwaliteit van de debiteur, des te hoger de opslag die je mag verwachten. Zelfs bij een grote algemene bank met een goede kredietstatus, zoals ING, moet de opslag toch al snel 0,5 % zijn.
2. De opslag is te laag in verhouding tot de looptijd
Sommige producten hebben een lange of zelfs oneindige looptijd, terwijl de rente- of dividenduitkering is gerelateerd aan bijvoorbeeld de 10-jaars rente. Een voorbeeld hiervan zijn de ledencertificaten van de Rabobank. De looptijd van deze certificaten is minimaal 30 jaar, terwijl de dividenduitkering gekoppeld is aan de 10-jaars rente op staatsleningen. Je kunt je dus afvragen, of die opslag van 0,25%, bij de Ledencertificaten III, wel zo gunstig is.


Links:
www.euronext.com: hier vind je de aan- en verkoopprijzen van obligaties die aan de euronext genoteerd zijn
Informatie over Rabobank ledencertificaten



[ < terug ]

aanverwante artikelen: