Cito-toets later |
|
datum plaatsing |
|
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
De Cito-toets wordt dit jaar gehouden op 3, 4 en 5 februari. Vier weken later volgt de uitslag. In de daarop volgende maanden komt er van het onderwijs nog maar weinig terecht. Alle energie gaat naar de afsluitende musical of toneelstuk. Om te voorkomen dat de helft van het schooljaar verloren gaat, heeft de PO-raad, de organisatie van bestuurders in het primair onderwijs, voorgesteld de Citotoets naar het eind van het schooljaar te verschuiven. Deze krant bleek zich niet te kunnen vinden in deze argumentatie en gaf als commentaar: “Het argument dat de toets in juni vijf maanden winst zou betekenen voor onderwijs in rekenen en taal, is te mal om serieus te nemen. Kinderen zijn geen klanten, kinderen hebben leerplicht. Dus leren zullen ze, met of zonder Cito-toets.” Hoe mal het in de oren van sommigen ook moge klinken, ik denk dat het argument van de PO-raad wel degelijk hout snijdt. De Cito-toets is namelijk niet zomaar een toets, maar fungeert in de huidige situatie voor de leerlingen van de basisschool als een afsluitend examen. Leerlingen verplichten om na het eindexamen alsnog vijf maanden de leerstof te bestuderen waar ze net eindexamen in hebben gedaan, is geen reële eis. Willen we het schooljaar redden, dan moet die toets naar een later tijdstip worden verschoven. Bovendien is een dergelijke verschuiving ook om een andere reden meer dan wenselijk. De Cito-toets speelt een cruciale rol bij het aannamebeleid van veel scholen voor voortgezet onderwijs. Niet bij alle scholen. Sommige hebben de grootste moeite om hun havo/vwo klassen gevuld te krijgen. Zij nemen iedere leerling aan die van de basisschool een positief advies meekrijgt. Voor hen is de Cito-uitslag niet meer dan een bij twijfel aanvullend gegeven, maar voor de meeste scholen voor havo/vwo geldt dat er meer gegadigden zijn dan plaatsen. Die scholen hanteren de score op de Cito-toets veelal als criterium voor toelating. Krijgen ze meer leerlingen dan ze kunnen plaatsen, dan leggen ze de lat een tikkeltje hoger. Dat bespaart veel gedoe met ontevreden ouders en wordt in de regel ook als redelijk ervaren. Voor de leerlingen en ouders die hun zinnen hebben gezet op een graag gewilde school of vrezen voor een vmbo-advies, kan de Cito-toets dus behoorlijk wat spanning opleveren. Dat geldt ook voor al die gevallen waarin verschillende scholen vallen onder één bestuur, en waarbij het bestuur de Cito-toets hanteert als instrument om te bepalen op welke school uw zoon of dochter thuis hoort. Ook hier biedt de exactheid van de toetsuitslag de mogelijkheid om omstreden besluiten de schijn van rechtvaardigheid te verschaffen. Overigens, niet meer dan de schijn, want de Cito-toets is helemaal niet geschikt om te fungeren als scherprechter waar het gaat om grensgevallen. Het meetlint Cito-toets is van elastiek. Met wat meer geluk of pech was de uitslag van veel leerlingen cruciaal hoger of lager uitgevallen. Het oordeel van de basisschool daarentegen heeft een veel solidere basis, maar heeft als bezwaar dat die in hoge mate afhankelijk is van de persoon van de beoordelaar. En, zoals elke brugklascoördinator u zal verzekeren, de kwaliteit van die adviezen varieert sterk. Oorspronkelijk was de Cito-toets bedoeld als aanvulling op het advies van de school. Daarbij speelde een belangrijke rol het argument van sociale rechtvaardigheid, want, zo was gebleken, kinderen van laag opgeleide ouders kregen veelal een relatief laag advies. Hun kwaliteiten werden systematisch onderschat en daarom was een aanvullend, objectief gegeven wenselijk. En dat werd de Cito-toets die zich inmiddels heeft ontwikkeld tot het ultieme zwaard van Damocles. En nogmaals, dat zwaard is veel te bot om die rol te vervullen. Dat is geen kritiek op de toets, maar op de pretenties waarmee dit inmiddels commerciële product in de markt is gezet. En dat die toets zijn Damocles-rol kan vervullen heeft alles te maken met het vroege tijdstip waarop die wordt afgenomen. Voor kinderen in de Randstad en in de grote steden met een ruim aanbod aan scholen, geldt dat zij na de Cito-uitslag met hun ouders gaan shoppen. Het oordeel van de basisschool speelt in die situatie nauwelijks of zelfs helemaal geen rol. Als de Cito-toets veel later in het jaar wordt afgenomen heeft dat tot gevolg dat scholen voor voortgezet onderwijs in eerste instantie moeten afgaan op het advies van de school. Dat zal ertoe leiden dat de ongezonde spanning die de toets als allesbeslissend examen nu aankleeft, wordt weggenomen. Daardoor zal er bovendien intensiever overleg komen tussen basisscholen en het voortgezet onderwijs, met als gevolg dat hun programma’s beter op elkaar worden afgestemd en er ook meer begrip komt voor elkaars mogelijkheden en wensen. Daardoor zal niet alleen de kwaliteit van de adviezen toenemen, een betere afstemming van de onderwijsprogramma’s zal er ook toe bijdragen om de voor veel leerlingen problematische kloof tussen basis en voortgezet onderwijs enigszins te dichten. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
