Zelfdenkzaamheid |
|
datum plaatsing |
20-12-1997 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
'LEUK, DIE stukjes van je. Ik Iees ze graag, al ben ik het er natuurlijk niet altijd mee eens.' Ik weet niet hoe het andere stukjesschrijvers vergaat, maar ik hoor deze opmerking haast dagelijks. Soms, als ik daarvoor in de stemming ben, stel ik weleens de vraag: 'Waar was je het laatst niet mee eens?' Meestal slaagt men er niet in een voorbeeld te noemen. Dat kan erop duiden dat men de stukjes niet leest, en dat de opmerking dient te worden opgevat als 'social talk'. Maar zo leg ik die reacties natuurlijk niet uit. Dat wil ik mezelf niet aandoen. Ik neig dan ook naar een andere verklaring namelijk dat men ze wel leest, maar het allemaal te ingewikkeld vindt om er verder over na te denken. Wie regelmatig Amerikaanse of Franse kranten leest, weet dat het ook anders kan, dat het daar heel gewoon is: een brede maatschappelijke discussie over principiële zaken die het onderwijs betreffen. Voorzover er in Nederland over onderwijskwesties discussies opbloeien, hebben die te maken met incidenten als het uitloten van het nichtje dat al vanaf haar zesde zo graag dokter wilde worden. De argumenten om deze misstand te hekelen, blijken vervolgens ook niet verder te reiken dan de particuliere situatie van dat nichtje. Andere incidenten die mensen ertoe kunnen verleiden al hun denkkracht uit de kast te halen betreffen de eindexamens. Niet de principiële kanten van de zaak, zoals de overweldigende invloed van de multiple choice, of de willekeur bij de normering: die zaken zijn veel te ingewikkeld, daar haal je te veel mee overhoop. Onze eendimensionale critici richten hun pijlen liever op het foutieve antwoord bij economie, dat eigenlijk toch op z'n minst een beetje goed dient te worden gerekend. Wat betreft onze collectieve afkeer van zelfdenkzaamheid vormt de Tweede Kamer een getrouwe afspiegeling van de Nederlandse volksaard. Een voorbeeld, Wim van de Camp, lid van de Tweede Kamer voor het CDA, had Kamervragen gesteld over het probleem van lesuitval ten gevolge van rapportvergaderingen en zich daarbij hardop afgevraagd of dat vergaderen niet in de vakantie kon. Dat vonden leraren natuurlijk niet leuk en dus was hoon zijn deel. Van de Camp toonde zich in zijn column in het blad van de Algemene Onderwijsbond daarover diep teleurgesteld en voerde ter verdediging aan dat het "dringend noodzakelijk is dat wij een discussie beginnen over de taak van de school in de moderne Nederlandse samenleving". Daar waren die vragen dus eigenlijk voor bedoeld. Afgezien van de vreemde wijze om zo'n discussie los te maken, zijn gedachtespinsel staat juist haaks op de rol 'van de school in de moderne Nederlandse samenleving', zoals die zich de laatste jaren, te beginnen onder verantwoordelijkheid van het CDA, heeft ontwikkeld. Kern daarvan is dat scholen meer autonome instellingen zijn geworden. Als je die gedachte jarenlang mee hebt ontwikkeld, dan maak je je toch volstrekt belachelijk wanneer je als Kamerlid erop aandringt dat de regering bepaalt wanneer op een school wordt vergaderd. Dat is toch wel het minste waarover je het als beetje autonome instelling voor het zeggen moet hebben. Van werkelijke autonomie is pas sprake als scholen de ruimte krijgen zich te profileren op wezenlijke zaken. De rol van de school als instituut voor opvang en huiswerkbegeleiding is zo iets wezenlijks. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
