Ideologische waan |
|
datum plaatsing |
13-12-1997 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
De schoolstrijd uit de jaren zeventig is, zoals zoveel geschilpunten in die tijd, geëindigd in een overwinning voor links. Die zege maakt het tot op de dag van vandaag onmogelijk om op een zakelijke wijze over onderwijs van gedachten te wisselen, en dat breekt ons steeds meer op. Uitgangspunt van het indertijd ontwikkelde beleid was dat het voor iedereen goed is langdurig algemeen te worden gevormd. Wat het onderwijs vooral niet mocht, was kennis aanleren waar je in het economisch verkeer wat aan zou kunnen hebben. Daarmee zou het onderwijs immers onbetaalde diensten verlenen aan het grootkapitaal. De politicus die deze heilsboodschap als geen ander heeft uitgedragen heet Van Kemenade. Vakmanschap en vakkennis kregen in zijn onderwijs een marginale plaats. In de woorden van de indertijdse Nederlandse minister van onderwijs zelf: een leraar is in de eerste plaats en ook in de tweede plaats leraar, en pas in de derde plaats leraar in een bepaald vak. Dit was niet aan dovemansoren gericht: de lerarenopleidingen hebben de scholen jarenlang opgezadeld met personeel dat voornamelijk had geleerd dat het bestaande onderwijs niet deugde. Zo mogelijk nog erger was het effect van het Van Kemenadiaanse gedachtegoed op het beleid. Terwijl in andere sectoren iedereen al lang weer met beide benen op de grond was komen staan, bleef het onderwijs tot op de dag van vandaag het domein van fantasten, die menen dat jongeren collectief hunkeren naar brede vorming. Maar er gloort hoop. Niet alleen omdat de OESO ons deze week voor de zoveelste keer de mantel heeft uitgeveegd wegens te geringe bestedingen voor basis- en voortgezet onderwijs. Er is meer, en in dat meer valt een patroon te ontdekken. Zo signaleert de OESO tevens onze schandalige positie van koploper waar het gaat om drop-outs. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) legt de vinger op dezelfde tere plek waar het constateert dat het beleid te weinig tegemoet komt aan 'de praktisch ingestelde leerling'. Deze publiekelijk geuite kritiek betekent een doorbraak, omdat daarmee een einde komt aan een taboe dat beleidsmakers, onderzoekers en politici jarenlang in zijn ban heeft gehad. Politici met uitzondering dan van de Socialistische Partij. De discussie in de Tweede Kamer over dit onderwerp tussen staatssecretaris Netelenbos en Kamerlid Remy Poppe (SP), vormde een treffende illustratie van het verschil tussen het oude en het nieuwe denken. Netelenbos bepleitte de noodzaak van een brede vorming met het aloude argument dat dit de enige garantie zou vormen voor gelijke kansen. "Dat moet u toch aanspreken", hield ze Poppe wanhopig voor, zich niet realiserend dat haar socialisme het zijne niet is. Netelenbos klampt zich vast aan het waanbeeld van een door ideologie ingegeven theoretisch construct dat zich de laatste jaren steeds verder heeft losgezongen van de werkelijkheid, terwijl Poppe's denkbeelden betrekking hebben op reëel bestaande mensen. Die kennis van de realiteit heeft hem geleerd dat er hele horden jongeren zijn die na de basisschool iets willen leren waarvan ze verwachten dat ze daar later de kost mee kunnen verdienen. En dat is niet met algemene vorming. Netelenbos wil het Mavo en VBO 'vernieuwen'. De Onderwijsraad vindt haar voorstellen te theoretisch. SCP, de realisten van de SP en de Onderwijsraad: ze hebben alle dezelfde kritiek, en wat zegt Netelenbos? Ik ben het daar niet mee eens. Zij gaat onverdroten voort de jongeren aan te passen aan haar onderwijs. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
