Politiek correct |
|
datum plaatsing |
06-12-1997 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Al eerder vertelde ik u over de politieke discussie op de Dag van de Leraar. Dat die discussie geen discussie werd, kwam doordat de deelnemers werden beheerst door maar één motief: de angst te tuimelen van het veilige vlot van de politieke correctheid. Die lulligheid was daar op zo'n overweldigende wijze aanwezig, dat ik het niet kan nalaten u er deelgenoot van te maken. Het onderwerp van de discussie: scholing van leraren, bijblijven in het vak, kortom, in eigentijdse termen: employable blijven. Een directeur van een basisschool legt het panel politici zijn probleem voor. Zo'n 80 à 90 procent van de docenten is vrouw, die krijgen kinderen, stappen er dan vaak uit... Verder laat de F-side van de FC Onderwijs hem niet komen. Die roept boeh, fluit op de vingers en knaapje Rijpstra, het enige mannelijke forumlid, grijpt het primitieve gebrul aan om de kraan van zijn politieke correctheid wijd open te draaien. Het probleem is niet 80 à 90 procent vrouwen, aldus de kraan, maar dat 80 à 90 procent van de directeuren man is. Het forum glundert, de voorzitster straalt, de zaal applaudisseert. Omdat u mij toch niet kunt weghonen, neem ik de gelegenheid te baat om het verhaal van die directeur af te maken. Waar ging het over? Over directiebenoemingen? Nee, over scholing. Door de instroom van voornamelijk vrouwen is het personeel in het basisonderwijs al een tijd lang aan het vervrouwen. Zodra ze kinderen krijgen, zo leren ons de statistieken, gaan de meeste leraressen in het basisonderwijs part time werken of houden er voor een aantal jaren of definitief mee op. Wanneer je meent dat kennis op peil houden voor leraren belangrijk is, wanneer je dat met een hele zaal en met een stel Kamerleden en andere hotemetoten een hele dag lang bezig bent geweest te beweren, dan ben je toch wel hartstikke blind als je doet alsof hier niet een serieus probleem ligt. Als één formatieplaats wordt bezet door twee of drie personen, iets wat in de praktijk niet uitzonderlijk is, betekent dit dat er voor scholing twee tot drie keer zo veel geld en tijd nodig is als wanneer er sprake was geweest van één full timer. Als daar in het onderwijs, in vergelijking met andere sectoren, per formatieplaats toch al weinig geld voor beschikbaar is, ligt hier, zou ik zeggen, toch wel een probleempje. Nog nijpender en ook omvangrijker is de behoefte aan scholing als docenten er een aantal jaren tussenuit zijn geweest. Het scholingsvraagstuk voor wat betreft het personeel in het basisonderwijs kan dus niet worden losgekoppeld van het verschijnsel dat daar voornamelijk vrouwen in deeltijd werken. Betere voorzieningen op het gebied van de kinderopvang is in dit verband een allereerste vereiste. Tot die conclusie waren ook die politici gekomen als ze hun eigen hersens hadden gebruikt en niet blind waren gevaren op de automatische piloot van de politieke correctheid. Jarenlang was het onmogelijk een zinnig woord te wisselen over allochtonen zonder te worden beschuldigd van xenofobie of racisme. Dat we dit station inmiddels zijn gepasseerd, hebben we niet in de laatste plaats te danken aan opinieleiders uit kringen van de allochtonen zelf. Waar het gaat om vrouwen kennen we die opinieleiders uit eigen kring al veel langer, maar jammer genoeg kunnen hun stemmen niet verhinderen dat de discussie daar wordt beheerst door de dames en heren Rijpstra. Zolang hun gekwek wordt beloond met applaus, zal de discussie over vrouwenzaken de geestelijke vermogens van de Rijpstra's nooit te boven gaan. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
